Opel Vectra 2.2 DTi

Na 33 jaar is het dan toch eindelijk afgelopen. Niet langer meer de vaderlandse nummer één in verkoopaantallen, niet langer meer als vanzelfsprekend aangeschaft door kleinzoon en zoon omdat opa en vader er ook een hadden. Jezus bereikte volgens de boeken ook die leeftijd, maar toen waren er naar mijn weten nog geen auto's, dus hoe Hem in Gods-naam in deze Testrit van de Opel Vectra in te passen? Ik bedenk nog wel iets.

Vierenhalf miljoen zijn er wereldwijd van de vorige twee versies verkocht. Dat is te zien, wanneer u op een willekeurig moment een blik naar buiten werpt: er is altijd wel een Vectra in het landschap te ontwaren, net als een kraai of een meeuw trouwens.

De concurrentie in deze klasse is moordend. Dus ben ik maar eens gaan ploegen door de – beslist niet voor de koper bedoelde – verkoopinstructies van de nieuwe Vectra. Interessante lectuur waarin als beoogde doelgroepen de `Kleine Zakelijke Markt' en de `Particulier' worden aangewezen. Zij zijn de pijlers waarop de Vectra al jarenlang steunt. Want IT'ers willen niet in een Opel gezien worden. Ze kiezen, gelijk kuddedieren, voor een zwartgelakte Passat of de duurste versie van een Golf. De Ford Mondeo is geliefd bij de Eeuwige Vertegenwoordiger. Wat rest, stijgt boven het beschikbare budget uit of valt af bij gebrek aan status – hét belangrijkste motief om een auto in deze prijsklasse aan te schaffen.

Deze Vectra moet het dus vooral hebben van de inruilmarkt. En van degene die dit stukje leest en daardoor – nieuwsgierig geworden – een poging waagt zijn mening te herzien, of die van familie of buren te trotseren.

De nieuwe Vectra is weer wat gegroeid, het ronde heeft plaatsgemaakt voor wat scherpere lijnen, die het beste te zien zijn bij een lichte lakkleur.

Nee, geen witte, want zoals de tweedehandsautohandel het zo treffend weet te formuleren: met een witte blijf je zitte.

Een lichte auto wordt veel mooier vuil dan een donkere. Vooral tijdens de bietencampagne en bij invallende dooi is het een genot om de wagen door de verse smurrie te jagen. Zodat er van die fijne strepen op het koetswerk ontstaan die bij de koplampen beginnen en halverwege de auto naar beneden afbuigen. O, wat kan vuiligheid toch mooi zijn!

En gelukkig, chroom mag weer en er is een forse strip van dat materiaal op de achterzijde gemonteerd. Die ditmaal een horizontale kofferdeksel heeft, zodat de tas met boodschappen of het krat met pils daarop tijdelijk geparkeerd kunnen worden terwijl u intussen wanhopig in uw zakken naar de sleutels zoekt.

De vormgeving van deze auto is niet slecht. In eerste instantie denk je aan het resultaat van een gearrangeerd huwelijk van een Passat met een Mondeo. Maar na wat gewenning blijkt het toch weer een echte Opel te zijn, waarin enkele ontwerpdetails van de Astra zijn overgenomen.

Binnen is het een en al zwart en knalhard plastic en zelfs het stuur is van dat grimmige materiaal vervaardigd. Maar gelukkig zijn er ditmaal ook interieurs met andere materialen in wat lichtere tinten leverbaar, waarmee het hardnekkige vooroordeel enigszins wordt ontkracht dat de Vectra voornamelijk wordt bestuurd door sobere dominees en somberende ouderlingen.

Ergonomisch klopt het zaakje, ook omdat stevig naar de concurrentie is gekeken. Vermakelijk zijn de sierstrippen van nepmetaal die vermoedelijk op het laatste moment nog zijn toegevoegd. Door de haakse hoek die ze met het dashboard maken, had ik constant het gevoel in een biechtstoel met schrikdraad te hebben plaatsgenomen.

Rijden met de Vectra is een plezierige aangelegenheid. Stuur- en weggedrag zijn bovengemiddeld en vooral het elektronisch aan elkaar koppelen van onderstel, stuurbekrachtiging en remmen maken het een zeer te vertrouwen voertuig. De wagen- en motorgeluiden zijn zo sterk gedempt dat ik af en toe vergat naar de hoogste versnelling te schakelen. Jammer dat de prachtige achteruitkijkspiegels van de oude Vectra niet zijn overgenomen.

De directie van opel Nederland, die zetelt in het met verschillende geloofsrichtingen gezegende Sliedrecht, pikt het dalende verkoopaantal niet. Ze bestudeert – als was het een bijbelstudie – de folders van de concurrentie, broedt tijdens gezamenlijke overlevingstochten in Teutoonse wouden op plannen om – als God het wil – liefst nog voor het eind van dit jaar weer op die eerste plek terug te keren. We gaan ervoor is een kreet die bij gunstige wind en ook buiten kantooruren regelmatig over de daken van het godvruchtige dijkdorp waaiert.