O-Europa knel tussen VS en EU

De eis van de VS om Amerikaanse staatsburgers te vrijwaren van uitlevering aan het Internationale Strafhof plaatst Oost-Europa voor een zeer pijnlijk dilemma.

De één heeft al getekend, de ander wacht tot de bui overwaait en de derde hoopt op het verlossende woord uit Brussel. Een paar maanden voor de definitieve integratie in de EU en de NAVO staan de Oost-Europeanen plotseling voor de hoogst onaangename keuze: Europa of de VS.

Washington heeft deze zomer bij alle landen waarmee het relaties onderhoudt het verzoek gedeponeerd om een bilaterale overeenkomst te tekenen waarin ze garanderen nooit Amerikaanse staatsburgers uit te leveren aan het nieuwe Internationale Strafhof. De VS willen van dat hof niets weten; zij zijn bang voor `politieke' vervolging van Amerikaanse staatsburgers. De rest van de wereld ziet het Internationale Strafhof juist als een zeer belangrijke juridische instantie. Pas vier landen – Roemenië, Israël, Oost-Timor en Tadzjikistan – hebben tot nu toe voldaan aan het Amerikaanse verzoek.

Dat Amerikaanse verzoek werd voor de Oost-Europeanen nogal klemmend toen Amerikaanse diplomaten lijstjes begonnen te maken van bestaande bilaterale verdragen. Mochten de landen niet willen tekenen dan zou Washington best eens wat kunnen schrappen, was de suggestie.

De druk van de VS is groot. Maar dat geldt ook voor die van de Europese Unie. Brussel heeft de kandidaat-lidstaten in het oosten met klem gevraagd om niet te tekenen tot de EU zelf een standpunt heeft bepaald in deze kwestie. De meeste EU-landen wijzen de Amerikaanse houding af en vinden dat alle burgers gelijk dienen te zijn voor de internationale wet. Maar het EU-standpunt laat op zich wachten en de spagaat waarin de landen van Midden- en Oost-Europa zich bevinden wordt met de dag pijnlijker. ,,Dit is weer zo'n voorbeeld van uiteenlopende visies waartussen wij bekneld raken'', zei het hoofd van het Letse Instituut voor Internationale Betrekkingen.

Roemenië tekende begin deze maand als eerste de omstreden overeenkomst met de Amerikanen. ,,Omdat het een kans is èn een noodzakelijkheid'', zei president Ion Iliescu pragmatisch. Roemenië hoopt eind dit jaar uitgenodigd te worden voor het lidmaatschap van de NAVO. Het is voorlopig het enige perspectief voor de Roemenen op internationale integratie. Voor lidmaatschap van de EU komen ze nog niet in aanmerking. Boekarest tekende om er zeker van te zijn dat Washington het Roemeense NAVO-lidmaatschap tenminste zou steunen. De Roemeense oppositie verweet de regering prompt ,,serviel gedrag'' en Iliescu riep zijn premier en zijn minister van Buitenlandse Zaken herhaaldelijk op nog eens extra duidelijk uit te leggen waarom Roemenië het verdrag met de VS heeft getekend. Brussel reageerde furieus op het Roemeense besluit: ook van kandidaat-landen moest kunnen worden verwacht dat ze de EU-lijn zouden volgen. Daarna durfde niemand meer te tekenen.

[Vervolg STRAFHOF: pagina 5]

STRAFHOF

Wéér de speelbal van de groten

[Vervolg van pagina 1] Intussen stuurden de VS `good cops' en `bad cops' rond. Senator John McCain stelde vorige week de Slowaken en de Slovenen gerust dat ze niet bang hoefden te zijn dat de Amerikanen hun aanstaande NAVO-lidmaatschap zouden dwarsbomen. Ongeveer op hetzelfde moment gaf de Amerikaanse diplomaat Pierre-Richard Prosper – speciaal gezant voor oorlogsmisdaden – in interviews wél een duidelijke samenhang aan tussen de uitbreiding van de NAVO en de kwestie van het Strafhof. De reactie van de Oost-Europeanen ,,zal bij het verzoek om toetreding [tot de NAVO] worden meegewogen'', zei hij.

,,Zolang wij zelf geen lid zijn van EU en NAVO zullen we altijd speelbal blijven van de internationale politiek'', verzucht Antoinette Primatarova, ex-gezant van Bulgarije bij de EU. De rol van Bulgarije is die van een kind in een gezin waar vader en moeder aan het ruziën zijn geslagen. ,,En nu moeten wij zeggen van wie we het meest houden. Het is een buitengewoon ongemakkelijke positie.'' Bulgarije zit in eenzelfde positie als Roemenië. Het lidmaatschap van de EU ligt nog ver weg. De uitnodiging van de NAVO kan al over een paar maanden komen. Pragmatisch gezien is de VS dus de beste keus. Maar Bulgarije wil zijn relatie met de EU niet op het spel zetten.

Voor Slowakije is lidmaatschap van de EU al wel duidelijk in zicht. ,,De kandidaat-landen moeten kiezen tussen twee bondgenoten en dat is helemaal niet in hun belang. Het is een heel benarde positie'', vertelt analist Alexander Duleba. De Slowaken hopen dat de storm vanzelf zal overwaaien. Eind september kiezen ze een nieuw parlement. Niemand kan verwachten toch dat een regering zo kort voor de verkiezingen een omstreden bilateraal verdrag met de Amerikanen zal tekenen? Bratislava geeft twee maanden niet thuis en hoopt dat de EU dan een standpunt heeft bepaald dat het kan volgen.

Merkwaardig genoeg hopen de Hongaren het omgekeerde. Hongarije denkt dat het het best af is als de EU-landen onderling géén overeenstemming weten te bereiken, vertelt een Hongaarse diplomaat. Als het EU-standpunt vastligt is Hongarije immers als kandidaat-lid verplicht het te volgen. Als er verschillende standpunten uit de bus komen heeft Boedapest tenminste de keuze. Hongarije zou het liefst wél een verdrag met de Amerikanen tekenen.

Polen, dat net als Hongarije wel al lid is van de NAVO maar nog niet van de EU, houdt zich intussen muisstil. In Warschau hopen ze dat er nog wat aan het statuut voor het Internationale Strafhof gesleuteld kan worden zodat zowel de VS als de EU tevreden kunnen worden gesteld. ,,Polen vertrouwt traditioneel meer op de VS dan op Europa'', legt analist Aleksander Smolar uit. Maar in Polen staan mensenrechten ook hoog op de politieke agenda. Het niet-vervolgen van verdachten van oorlogsmisdaden – om welke reden dan ook – is onaanvaardbaar voor de Poolse publieke opinie, meent hij. Smolar vindt het belangrijk dat de EU met een gezamenlijk standpunt een duidelijk gezicht toont. ,,Verdeeldheid is heel gevaarlijk voor de EU zelf.'' Warschau is bang dat de EU wat dit betreft haar criteria laat verwateren tegen de tijd dat Polen toetreedt.

De reacties van de EU- en NAVO-kandidaten verschillen onderling, maar de reflexen zijn dezelfde. In Oost-Europa weten ze als geen ander dat het menens wordt als de grootmachten ruzie maken. Deuren die wagenwijd open lijken te staan kunnen ineens dicht slaan. De `kandidaten' proberen op hun eigen wijze zoveel mogelijk opties open te houden.