Notitie voor de minister

Minister Heinsbroek is verreweg de modernste minister van dit kabinet. Dat kun je zien en je kunt het horen. Daarom is het zo'n verrassing zijn notitie aan zijn collega's te lezen, over zijn plannen om een mentaliteitsverandering tot stand te brengen. De normen en waarden moeten worden hersteld. Daartoe moeten de modernste middelen worden gebruikt: ,,een marketingaanpak waarbij professionele creatieven'' moeten worden ingezet om via alle media het volk weer aan het verstand te brengen wat hoort en wat niet hoort. Erken dat we een multiraciale samenleving hebben, ,,praat Nederlands, leg hem of haar de spelregels uit''. Het politiegezag moet hersteld worden, het logo, die waakvlam, moet vervangen worden. De dokter en de leraar geen pak slaag geven, opstaan voor ouderen, klussende zwartwerkers boycotten. ,,De tijd is er rijp voor'', besluit de minister zijn aanzet. De volledige tekst staat vandaag in de Volkskrant.

Wie zou het er niet mee eens zijn? Het is alleen verrassend omdat de notitie zo naïef en soms aandoenlijk ouderwets aandoet. Mijn gedachten gingen terug naar H.A.A.R. Knap, de Dagboekanier die in Het Parool een halve eeuw geleden zijn taaie strijd tegen de normvervaging voerde. Heer in 't verkeer, was zijn gebod. En wie een hondje uit de gracht had gered, kreeg het Iepenloof met de Rupsen. Dat was pre-ludiek; het echte ludiek moest nog worden uitgevonden. Toch ging het ook Knap om: mentaliteitsverandering. Toen kwamen de jaren zestig, met de ondergang van het oude bestel, en de nieuwe partijen: D'66 en de PPR. Die hadden behalve directe politieke doelen een hoger ideaal: mentaliteitsverandering. De burger moest mondig worden, zonder zijn besef van verantwoordelijkheid als staatsburger te verliezen. Het eerste is gelukt.

Intussen werd geprobeerd, de passagiers van het openbaar vervoer met rijmpjes in het gareel te houden. Opstaan voor iemand misstaat niemand. Op dit gebied hebben de overheden langzamerhand een poëtisch oeuvre opgebouwd. Nieuwste bijdrage, nu op de affiches: Een blikje op de grond zwerft nog tien jaar in het rond. Als er geen wonder gebeurt, zult u het blikje dat u vandaag op de grond gooit, over tien jaar tegenkomen. Dat wonder moet dan tot stand worden gebracht door de professionele creatieven van deze minister.

Ik schrijf er niet schamper over, ik blijf optimistisch. De mens is binnen zekere grenzen maakbaar. Was dat niet zo, dan konden we de opvoeding afschaffen.

En ook aan volwassenen valt nog veel te vermaken. Dat wordt bewezen door de geschiedenis van het sigaretten roken. Eerst is in Amerika de sigarettenroker gemaakt (Humphrey Bogart), en nu is het de niet roker. Als burgemeester Bloomberg van New York zijn zin krijgt, is binnen een jaar de hele metropool rookvrij. Die prestatie is dan over een jaar of twintig, misschien dertig, met alle vreedzame middelen tot stand gebracht. Het idee van minister Heinsbroek is dus niet zo absurd en ouderwets als het op het eerste gezicht lijkt. Het gaat niet om het doel, maar om de manier waarop geprobeerd zal worden het te bereiken. Ik ben zeer benieuwd.

Het gaat de minister niet alleen om bestrijding van zwerfvuil en onrechtmatig uitgedeelde klappen, maar om een groter geheel: ,,het herimplementeren van de normen en waarden, en hoe we op een menswaardige en respectvolle manier met elkaar omgaan.'' Nog één greep in de jongste geschiedenis. Na de pogingen daartoe door genoemde politieke partijen, komt Joop den Uyl met de spreiding van geld, kennis en macht. De onderneming is vastgelopen. Het gaat verder met het heroïsche en ingrijpende ethisch reveil van Dries van Agt. Niet geslaagd. De recentste poging is die van Marten Oosting met zijn oproep tot een `culturele revolutie' waartoe hij geïnspireerd werd door zijn bevindingen bij het onderzoek naar de ramp in Enschede. Heeft geen wortel geschoten. Nu ontwikkelt zich de enquête naar de bouwfraude. Naar wat je ervan op de televisie ziet, zou je zeggen dat die branche schreeuwt om een ethisch reveil.

Van jongeren die in een tram vol staande Methusalems blijven zitten, tot aannemers die hun boekhouding met een vork schrijven: er is titanenwerk aan de winkel. ,,Een hele klus'', noemt de minister het zelf. Zijn optimisme is symptomatisch voor een nieuweling in het taaie moeras van de Hollandse delta. Dat geldt voor de hele LPF. Het is een kwestie van wennen. Den Uyl heeft indertijd zijn ervaringen samengevat in de formule van de smalle marges. Het is nu nog veel moeilijker dan in zijn tijd. Per slot van rekening heeft de LPF niets minder beloofd dan het herstel van een burgerlijke cultuur, op straat, in het bestuur, in de politiek, die volgens haar eigen zeggen in ontbinding was geraakt.

Om binnen de altijd onverwacht smallere marges iets van de voorgenomen hervormingen tot stand te brengen, is nog meer nodig dan de denkbeelden en bijbehorende energie. Dat is ook ouderwets: het geven van het goede voorbeeld. Hier komen we bij het zwakke punt. Het is niet ondenkbaar dat Heinsbroeks notitie eerst en vooral tegen zijn eigen partij wordt gebruikt. De goede voorbeelden in de LPF worden in de publiciteit overschaduwd door de daden van een gezelschap gewichtigdoeners, ruziemakers en jokkebrokken. Ik hoop dat ik geen demoniserende woorden heb gebruikt. Het is de kiezers niet verborgen gebleven, zoals de enquêtecijfers leren: meer dan de helft van die 1,6 miljoen voelt zich na drie maanden belazerd. Dat krijgen niet alleen de dames en heren van de LPF, dat krijgt straks de hele politiek op zijn brood.

Excellentie, doe er iets aan, voor het te laat is. Met of zonder professionele creatieven. Verkoop de dames en heren de normen en waarden. U hoeft niet meteen met de doodstraf, opheffing van het zwijgrecht of permament cameratoezicht te dreigen. Leert uw fractie mores, om te beginnen.