Niemand ontsnapt aan de bende van Sister P.

Ook na het Dover-drama bleef Rotterdam het hoofdkwartier van Sister P., de `grootste mensensmokkelaar van West-Europa'. Wie uit de bende wilde stappen werd met geweld tot inkeer gebracht.

Sister P. (36) is een iele vrouw uit Rotterdam-Zuid. Ze zou in Nederland de bazin zijn van de Slangenkoppen, Chinese mensensmokkelaars, en haar positie met geweld bestendigen. Naaste medewerkers zien haar als een onaantastbare aanvoerder. Tegen de politie vertelt een slangenkop, die een bekentenis aflegt over zijn rol in P.'s bende, dat hij haar alleen heeft gezien in de (besloten) Chinese disco: omringd door acht bodyguards. ,,Ze bewoog zich als een vorstin door de zaal.''

Sinds eind mei zit de vorstin vast. Volgende week donderdag moet ze pro forma voorkomen op verdenking van mensensmokkel en het leiderschap van een criminele organisatie. In die rol zou ze sinds 1998, met twee andere leiders, op grote schaal Chinezen naar Nederland en het Verenigd Koninkrijk hebben gesmokkeld. Voor de cruciale route Rotterdam-Verenigd Koninkrijk had Sister P. het monopolie, aldus de slangenkop die heeft bekend. Mede daarom is ze volgens kenners uitgegroeid tot de grootste mensensmokkelaar van West-Europa.

Het onderzoek wordt met de grootst mogelijke geheimhouding omgeven. Alle acht verdachten zitten na drie maanden nog steeds in beperkingen: behalve met hun advocaat hebben ze geen contact met de buitenwereld. Krant lezen of tv kijken is er niet bij. De reden is dat ,,meerdere verdachten en getuigen niet durfden [te] verklaren uit angst voor represailles'', aldus het dossier.

Al jaren zoemt het door de Chinese gemeenschap in Nederland en het Verenigd Koninkrijk dat Sister P. dé Slangenkop van West-Europa is. Maar in diverse onderzoeken durfden ondergeschikten bij de politie niet de de naam van hun bazin te noemen. Zo ging het ook in de Dover-zaak, waarbij in 2000 58 Chinezen de dood vonden tijdens de overtocht vanaf Zeebrugge. Twee jaar geleden zei een Chinese vrouw, in Breda gedetineerd wegens mensensmokkel, in een afgeluisterd telefoontje dat Sister P. opdrachtgever van dit transport was. Toen de vrouw er vorige maand door de politie aan werd herinnerd, liet ze luid en met zwaaiende armen weten niets te kunnen zeggen. ,,Getuige gaf aan dat ze bang was.''

Ook de organisatorische leider van het fatale transport, Gürsel Ö., hield de afgelopen twee jaar tijdens zijn vervolging de kaken op elkaar. Zijn celstraf bedraagt nochtans 10,5 jaar. Maar een andere Chinese vrouw, volgens het OM in 1998 betrokken bij een grote smokkeloperatie onder leiding van Sister P., vertelde de politie al in december 2000 dat Gürsel niet de werkelijke baas is. ,,Ik weet natuurlijk wat Gürsel heeft gedaan maar jullie moeten die vrouw hebben. Zij is de Slangenkop. Zij is de hoogste in Nederland. In China heeft zij contacten die de zaken regelen.'' Zij weet dit van de `oom' van Sister P., zegt ze. ,,Ik weet hoe zij heet en waar zij woont. Ik durf u dit niet vertellen. (..) Zij is een gevaarlijke vrouw.'' Ze heeft gezien hoe haar mannen een landgenoot behandelden. ,,Zij hebben zijn knieën met een hamer stukgeslagen'', zegt ze tegen de politie.

Na de dodelijke Dover-tocht zet Sister P. de smokkel voort met hulp van ten dele dezelfde medewerkers, blijkt uit het strafdossier (code `Opaal'). Werk genoeg. Alleen al dit voorjaar smokkelde volgens de politie haar bende 111 Chinezen. Eén verdachte – acht zijn er opgepakt – legt een bekentenis af. Hij noemt Sister P. ,,de nummer 1 Slangenkop in Nederland'' en stelt dit voorjaar vast, zegt hij, dat het raderwerk weer volop draait.

Hij werkt in een Chinees restaurant in Eindhoven als vrienden hem in januari benaderen om een ritje naar Schiphol te maken. Hij haalt twee Chinezen op. Ze vliegen door naar Syrië maar moeten in Amsterdam valse paspoorten krijgen. Hij maakt daarna smokkelritjes naar Eindhoven, Leiden, Breda. Hij haalt mensen her en der per trein op, om ze op Rotterdam CS af te leveren.

Nadat bendeleden worden gearresteerd klimt hij in de hiërarchie. Hij krijgt contact ,,met de baas in China''. Die naam durft hij niet aan de politie te noemen. Als `de baas' zegt dat de familie van een gesmokkelde de rekening van de slangenkoppen in China heeft betaald – iedere gesmokkelde legt omgerekend minimaal 30.000 euro in – kan in Europa de smokkelroute worden afgemaakt.

Pas als hij dit werk doet, vertelt de verdachte, snapt hij dat hij in de bende van Sister P. werkt. ,,De mensen die mij (..) opdracht gaven droegen een handvuurwapen bij zich.'' Het is dan te laat om eruit te stappen. Hij verklaart 4 juni: ,,Ik kan niet weggaan bij deze organisatie omdat ik te veel weet. Ik weet wie zich met het smokkelen van mensen bezighouden en dat is bedreigend voor deze mensen.'' Twee vrienden hebben eerder geprobeerd uit te stappen: ze moesten vluchten, naar Spanje en Italië. ,,Mijn vriend in Italië is met ijzeren staven mishandeld. Hij moet nu een gedeelte van zijn been missen. Mijn vriend in Spanje is mishandeld aan zijn hand. Vier vingers zijn weggesneden'', vertelt hij.

Sinds de Dover-zaak verlopen de operaties anders. De verdachte vertelt dat hij zelf jaren geleden, na zijn eigen smokkeltocht, werd vrijgelaten toen hij Nederland had bereikt. Nu leiden gesmokkelden – in de bende spreken ze van `bolletjes', `goederen' of `klanten' – ook na aankomst in het beloofde land een gekooid bestaan. ,,Waar je ook gaat, ze zullen je altijd onder controle houden. (..) Ze houden mensen bij zich'', aldus de verdachte.

De politie ontdekte de laatste maanden vijf adressen, allemaal in Rotterdam, die door de bende van Sister P. als opvanghuis zouden zijn gebruikt: Watergeusstraat 13a en 13b (in Bospolder), Willem Beukelszoonstraat 17b (Spangen), Boelstraat 36b en Voetjesstraat 53b (Tarwewijk). Blijkens het dossier is de bende panisch om betrapt te worden. Als gesmokkelden te veel geluid maken is er altijd een slangenkop die optreedt: hij schopt en slaat ze stil. Een getuige: ,,Ik heb gezien dat mensen rode plekken hadden opgelopen nadat ze geschopt waren. (..) Ik hoorde de mensen ook zeggen dat ze pijn hadden. Ik ben zelf een keer geschopt tegen mijn schouder omdat ik met drie anderen aan het kaarten was. Die anderen werden heel hard geraakt. Ik niet. We werden geschopt omdat we geluid maakten.''

Niet alle slangenkoppen zijn grootverdieners. De bekennende verdachte vertelt dat hij wekelijks 100 á 200 euro opstrijkt. De leiders zijn vrekken, zegt hij. Als er na de boodschappen geld over is, gaat dat naar zijn bazen, anders ,,zou je waarschijnlijk een vroegtijdige dood sterven''. Gesmokkelden worden na aankomst financieel uitgekleed. Een vertelt de politie: ,,Zodra we waren aangekomen (..) vroegen de slangenkoppen of we geld bij ons hadden. We moesten dit geld afgeven (..) Daarna werden we gefouilleerd. Als bleek dat iemand nog geld had werd hij geschopt of geslagen.''

De leiding van de bende staat er financieel beter voor. De telefoon van een naaste medewerker van Sister P., verdachte L. die ook wel `de boekhouder' van de bende wordt genoemd, werd dit voorjaar afgeluisterd. Op 4 maart, 's avonds half tien, legt hij een vriendin, Maggie, uit dat hij na de Dover-zaak ,,in de schulden'' zat. Hij is er weer bovenop aan het komen, maar verdient nog steeds te weinig, klaagt hij. Tegen zijn vriendin: ,,Wat ik verdiend heb in de maand december en de maand januari, wil je weten hoeveel dat was?''

Zij: ,,Hoeveel dan?''

,,Een miljoen Nederlands geld.''