Michael York

In een reeks portretten van hedendaagse sterren deze week de ongelooflijk Engelse acteur Michael York, die nu voor de derde keer de baas van Austin Powers speelt.

Vraag de Engelse acteur Michael York wat Shakespeare zou doen als hij nu leefde, en York zou antwoorden: films regisseren. York vergelijkt de Elizabethaanse toneelschrijver graag met Steven Spielberg. Ook zichzelf vergelijkt York wel eens met Shakespeare, zij het om een bescheidener reden. Volgens de acteur is hij, net als zijn grote held, nu eens in en dan weer uit de mode.

Michael York (Fulmer, Buckinghamshire, 27 maart 1942) studeerde Engels in Oxford en speelde daarvoor al in jeugdgezelschappen. Na zijn afstuderen trad hij toe tot de National Theater Company van Laurence Olivier. Hij werkte er onder meer met Ian McKellen, Albert Finney en Maggie Smith. York maakte zijn filmdebuut in 1962, maar hij viel voor het eerst op in een verfilming van Franco Zeffirelli van Shakespeares The Taming of the Shrew (1967).

Yorks bekendste rol zal wel die in de musical Cabaret (Bob Fosse, 1972) blijven. York was daarin op zijn interessants: een verlegen rots in een wervelende zang- en dansfilm. Met zijn zware bouw, zijn zware stem, zijn driehoekige gezicht en al even driehoekige neus straalde hij gereserveerde zachtheid uit. Even leek het erop dat er een `Michael York-type' zou ontstaan, omdat hij twee jaar eerder al een biseksueel speelde in Something For Everyone. Maar meteen daarna koos York voor een jolig zwaardzwaaiend bestaan als musketier, in The Three Musketeers (1974) en de twee vervolgen daarop. York speelde graven en andere aristocraten in grote producties als Murder on the Orient Express (1974).

In de jaren tachtig werd het stiller rondom de acteur, die zijn rollen op instinct zegt te kiezen en kennelijk niet altijd gelukkig koos. Maar York heeft geleerd dat succes niet te voorspellen valt. In 1999 speelde hij bijvoorbeeld een van de hoofdrollen in The Omega Code, een christelijke actiefilm gefinancierd door een kleine fundamentalistische tv-zender. De film trok in Amerika meer publiek dan menig Hollywoodproduct.

York kwam bij zijn eigen verleden als ster van de late jaren zestig/vroege jaren zeventig terug toen hij gecast werd in Austin Powers. In de derde Austin Powers-film speelt hij weer met goedmoedige zelfspot de baas van een spion die hij dertig jaar eerder zelf had kunnen zijn.

Net als veel Engelse acteurs is York geen aanhanger van method acting, waarbij acteurs tijdens hun spel van hun eigen herinneringen gebruik maken. Volgens York heb je er bij het spelen van Shakespeare in ieder geval niet veel aan. ,,Welke acteur heeft wel eens iemand vermoord of de geest van zijn vader ontmoet?''