Koekepeer

In het park legt een klein meisje een kransje van takjes.

Ik blijf staan.

,,Maak je een nestje?''

Ze kijkt even op.

,,Ben je een vogeltje? Ga je eitjes leggen?''

Ze schikt nog een paar takjes. Dan zegt ze:

,,Ik ben geen vogeltje. Ik ben een meisje. Dat zie je toch wel, lul.''

,,Wat zeg je me noú?''

,,Ik leg geen eitjes. Ik ben geen vogeltje. Lul.''

Haar moeder komt eraan.

,,We gaan naar huis Miepje. Zeg maar dag meneer.''

,,Dag meneer de koekepeer.''

,,Niet van die rare dingen zeggen, dat wil ik niet, dat weet je wel.''

Tegen mij: ,,Dat doet ze anders nooit. U bent toch niet boos?''

Welnee.