Hielspoor

Toen ik las dat Richard Krajicek in New York moest uitvallen met een blessure die op hielspoor leek, sprong ik met een kreet van plaatsvervangende pijn uit mijn stoel op. Hielspoor! De enige blessure waarin ik een ervaringsdeskundige ben, zozeer zelfs, dat ik er waardevolle adviezen over kan verstrekken aan tennissers die daar een bescheiden percentage van hun startpremie voor overhebben.

Nu kun je in het geval van Krajicek zeggen dat het niet zoveel uitmaakt waaraan hij precies geblesseerd is. Als hij maar geblesseerd is. Dat behoort tot de natuurlijke orde der dingen. Het heeft zelfs iets geruststellends. Krajicek geblesseerd? Dat betekent dat de wereld nog steeds doordraait. Als ik Krajicek was, zou ik ook niet meer de naam van de blessure noemen. Ik zou gewoon zeggen: ,,Ik heb weer last van mijn krajicek.''

Het zou een gevleugelde diagnose kunnen worden, ook voor andere mensen die het vervelend vinden om steeds over hun kwaal te moeten uitweiden. ,,Wat zie je er slecht uit!'' ,,Ja, mijn krajicek speelt weer een beetje op.'' Het zou in die eindeloze WAO-discussie een hoop jargon overbodig maken.

Maar hielspoor mogen we niet ongenoemd laten, daarvoor is het een te fascinerende blessure. Je gaat met een chronische, stekende pijn in je hiel(en) naar de huisarts en je hoort voor het eerst van je leven het woord `hielspoor'.

Wat hielspoor precies is weet de huisarts ook niet, en hij begint je inleghieltjes en steunzolen aan te praten. In een Utrechts provincieplaatsje, slechts een keer per uur met de bus bereikbaar, woont een geniale zolenmaker die van zijn voorvaderen heeft gehoord hoe hij je hielen kan ontlasten. Drie maanden later loop je nog steeds rond als een bejaarde die op het carnavalsfeest in het tehuis te lang de Bostella heeft gedanst.

Dan maar naar de specialist. Die zit in zijn rooster helemaal klem tussen de gebroken heupen en de verbrijzelde enkels, en daarom heeft hij niet meer dan vijf minuten om je zuchtend uit te leggen wat dat lullige hielspoortje volgens hem inhoudt. Door overbelasting zou de aanhechting van een peesplaat in de hiel ontstoken zijn geraakt. Er is een botspoor ontstaan om de aanhechting van de pees aan het bot te verstevigen. Maar wat veroorzaakt nou precies die pijn? Daarover bestaat minder duidelijkheid. Mijn specialist zei: ,,Ik ken mensen die ook dat botspoor hebben en toch geen pijn hebben.''

Wat te doen? Hij gaf me cortisone-injecties, maar de pijn bleef terugkomen. Toen besloot ik mijn eigen dokter te worden en ik schreef mijn voeten zoveel mogelijk rust voor. Zitten, fietsen en zo min mogelijk lopen. Drie, vier maanden lang. En het hielp, zoals het ook bij tennisellebogen vaak de beste remedie is: rust.

Hielspoor is voor mij de metafoor geworden van het medische circuit. Elke arts heeft zijn eigen diagnose en zijn eigen remedie, maar wat soms het beste helpt is een bankje onder je voeten en een partner die zegt: ,,Ik doe wel de boodschappen.''

Nu is voor Richard dé grote vraag: wil Daphne dat nog langer?