Concertgebouworkest kiest voor Jansons

Het Koninklijk Concertgebouworkest werkt aan de benoeming van de Letse dirigent Mariss Jansons als opvolger van chef-dirigent Riccardo Chailly, die half 2004 vertrekt uit Amsterdam.

De orkestdirectie is in het laatste stadium van onderhandelingen met Jansons, onder de orkestleden de grote favoriet als nieuwe chef-dirigent.

Dat wordt gezegd onder de musici van het Concertgebouworkest, waar ook wordt verklaard dat de Duitse dirigent Christian Thielemann, de andere naam op het zeer korte lijstje van kandidaten, zeker niet de opvolger van Chailly zal worden. Een woordvoerder van het bestuur en de directie van het Concertgebouworkest, dat nu in Londen optreedt, zegt ,,in dit stadium'' geen commentaar te hebben. Het bestuur moet het eindresultaat van de onderhandelingen nog bekrachtigen, maar zijn benoeming is vrijwel zeker.

De in 1943 in Riga geboren Mariss Jansons, die in 1988 voor het eerst het Concertgebouworkest dirigeerde, is bij de Amsterdamse musici al jaren zeer geliefd en oogst ook bij het publiek altijd veel succes. In 2000 mocht Jansons in Amsterdam een Mahlersymfonie (de Zevende) dirigeren, hoogst bijzonder voor een gastdirigent. Al voor de aankondiging van het vertrek van Chailly, in januari dit jaar, legden orkestleden contact met Jansons om zijn belangstelling voor een chefschap in Amsterdam te peilen.

Wanneer Jansons' benoeming moet ingaan is nog niet duidelijk. Chailly, in Amsterdam aangetreden in 1988, vertrekt eind juni 2004, na een reeks voorstellingen van Verdi's Don Carlo bij de Nederlandse Opera, begeleid door het Concertgebouworkest. Riccardo Chailly krijgt dan de eretitel `dirigent emeritus'. Pas in 2005 treedt hij in Leipzig aan als Gewandhauskapellmeister en Generalmusikdirektor.

Mariss Jansons is de zoon van de beroemde dirigent Arvid Jansons en werd opgeleid in het toenmalige Leningrad, nu St. Petersburg, door Ilja Moesin, die ook de leraar was van de Rotterdamse chef-dirigent Valery Gergjev. Jansons studeerde verder bij Hans Swarovsky en Herbert von Karajan. Internationale faam verwierf Jansons vanaf 1979, toen hij chef-dirigent werd van het Oslo Philharmonisch Orkest, dat hij in 2000 verliet. Jansons groeide ook met vele gastdirigentschappen uit tot een algemeen erkende topdirigent met een intense musiceerstijl in het grote klassieke en Russische repertoire. In 1985 werd hij verbonden aan het St. Petersburg Philharmonisch Orkest, vanaf 1992 was Jansons eerste vaste gastdirigent van het London Philharmonic Orchestra.

Sinds 1997 is Jansons chef-dirigent van het Pittsburgh Symphony Orchestra. In juni maakte hij met de aankondiging van zijn vertrek uit Pittsburgh in 2003 de weg vrij voor een benoeming in Amsterdam. ,,Volgend jaar word ik zestig en ik denk dat ik wat veranderingen moet aanbrengen in mijn leven'', schreef Jansons in een brief aan zijn Amerikaanse orkest.

[vervolg CONCERTGEBOUW: pagina 9]

CONCERTGEBOUW

Jansons wordt de oudste nieuwe chef

[Vervolg van pagina 1] Jansons is vanaf september 2003 benoemd tot chef-dirigent van het symfonieorkest van de Bayerische Rundfunk in München, maar dat is geen beletsel voor een benoeming in Amsterdam. Twee gelijktijdige chef-dirigentschappen zijn, zeker voor belangrijke dirigenten, zeer gebruikelijk.

Haitink combineerde zijn chefschap in Amsterdam lange tijd met dezelfde functie bij het London Philharmonic Orchestra en later met de leiding van de opera in het Engelse Glyndebourne. Chailly was naast zijn Amsterdamse werk aanvankelijk chef-dirigent van de opera in Bologna. Nu leidt hij in Milaan ook het Symfonieorkest Giuseppe Verdi.

De altijd zeer energieke Jansons kreeg enkele jaren geleden een hartaanval tijdens een operavoorstelling in Oslo en moest in 2000 op doktersadvies een optreden in Amsterdam afzeggen. Wanneer de benoeming van Jansons inderdaad zijn beslag krijgt, is hij bij zijn aantreden met een leeftijd van meer dan 60 jaar verreweg de oudste beginnende chef in Amsterdam. Willem Kes begon toen hij 28 was, Willem Mengelberg was 24, Eduard van Beinum stond vanaf zijn 31ste voor het orkest, Bernard Haitink werd chef op zijn 32ste en Riccardo Chailly was 35.