Bitterheid op de Balkan over Amerikaans verzoek

Het Amerikaanse verzoek om een bilateraal verdrag over het Internationale Strafhof stemt vooral de Joegoslaven en de Kroaten bitter: juist zij immers zijn jarenlang, vooral door Washington, onder zware druk gezet om van oorlogsmisdaden verdachte staatsburgers uit te leveren aan de internationale justitie. Die druk nam soms de vorm van chantage aan: wie in gebreke bleef zou miljarden aan donorgeld mislopen en met sancties worden gestraft. En ze zwichtten, de leiders van Joegoslavië, en Kroatië, en Bosnië, ook al kostte (en kost) hun dat veel prestige en geloofwaardigheid in eigen land.

Dat zij Washington nu moeten garanderen wel eigen burgers maar nooit Amerikaanse verdachten aan die internationale justitie uit te leveren is voor vele Serviërs en Kroaten meten met twee maten en hypocriet.

In Kroatië zat men dermate met het Amerikaanse verzoek in de knoop dat men het document er een tijdje letterlijk ,,kwijt'' was en kon veinzen van niets te weten. Toen het was ,,teruggevonden'' moest er echter een standpunt worden geformuleerd. Het viel beleefd negatief uit. ,,Een van de elementen van onze buitenlands-politieke geloofwaardigheid is onze samenwerking met het Joegoslavië-tribunaal'', zei vorige week minister van Buitenlandse Zaken Tonino Picula. ,,Die is niet vrij van trauma's, maar ze is voor ons een zaak van grote ernst. Kroatië kan niet beloven eigen burgers wel uit te leveren maar anderen niet, of het nu om Amerikanen, IJslanders of Bulgaren gaat.'' Op de vraag of dat betekent dat Kroatië het Amerikaans verzoek afwijst was Picula's antwoord simpel: ,,Absoluut.''

De Joegoslavische president Vojislav Koštunica zei een week eerder dat daders van oorlogsmisdaden die immuniteit genieten ,,niet alleen gezond slapen, maar ook worden aangemoedigd méér misdaden te plegen''. ,,De echte vraag is: berecht het Internationaal Strafhof iederéén – dan is het een rechtbank. Berecht het niet iedereen, dan is het géén rechtbank.''

Bosnië ontving het Amerikaanse verzoek zondag. Toen de woordvoerder van het ministerie van Buitenlandse Zaken meldde wat zijn minister van het document vond klonk grote opluchting door: ,,De essentie is dat Bosnië-Herzegovina geen ultimatum heeft ontvangen en dat er geen deadline is voor een reactie.''