Zóveel water hadden we niet voorspeld

De zware regenbuien van afgelopen weekeinde waren niet voorspeld, maar duiden wellicht op een veranderend klimaat. ,,Meer plensbuien in de zomer.''

Het waterschap Mark en Weerijs in het Brabantse Ulvenhout heeft de afgelopen dagen veel klachten gehad. Van boeren die zeggen dat het waterschap had moeten zorgen dat hun land niet zou zijn ondergelopen. En van de inwoners van omliggende stadjes en dorpen, bij wie het water door de voordeur naar binnenliep. Maar de waarheid is dat het waterschap de buien niet heeft zien aankomen, zegt Jan van Hal, directeur van de technische dienst van het waterschap. ,,Wij hebben een zogeheten `waarschuwingscontract', maar wij zijn vooraf niet gewaarschuwd.''

Meteorologen werden zaterdag grotendeels verrast door de grote hoeveelheden neerslag die met ongeveer vijf kilometer per uur van zuid naar noord over het land trokken. Op liefst 21 meetpunten van het KNMI viel, voor de twaalfde keer deze zomer, meer dan vijftig millimeter in een etmaal. Daarmee is het record van de laatste vijftig jaar, net als vorig jaar, gehaald.

Eerst was Zuidwest-Brabant aan de beurt, later volgden andere delen van het land. Ten noorden van Breda werd 154 millimeter neerslag gemeten. Volgens het waterschap staat de overlast in dorpen als Prinsenbeek en Etten-Leur niet in verband, zoals wel wordt verondersteld, met de werkzaamheden voor de bouw van de hogesnelheidslijn-zuid en de verbreding van de rijksweg A16. ,,Dat heeft er niets mee te maken. Het was in het buitengebied even nat als in de stedelijke gebieden. Het leek wel of de buien heen en weer dreven'', zegt Jan van Hal.

De overlast van stedelingen dit weekeinde, zou in elk geval al verminderd worden door minder verhard oppervlak te koppelen aan de riolering, meent watergraaf Paul van Erkelens van het waterschap Regge en Dinkel in Twente, dat voor de derde keer deze zomer het stadje Rijssen zag vollopen met hemelwater. ,,We zouden het regenwater moeten afkoppelen van de riolering'', zegt Van Erkelens. ,,De regenpijpen zouden naar zanderige gronden of naar oppervlaktewater geleid moeten worden. Dat zou al veel schelen.''

De grote weercomputers hebben het laten afweten, erkent meteoroloog Michiel Severin van weerbureau HWS, waarmee instellingen waarschuwingscontracten kunnen sluiten. ,,De modellen hebben de plank misgeslagen.'' Het KNMI had voor zaterdag weliswaar geen stralend weer voorspeld in zijn zogenoemde `guidance' voor commerciële weerbureaus als HWS en Meteo Consult. ,,Flinke perioden met langdurige buiige neerslag, met het zwaartepunt in het midden en oosten van het land'', noteerde de meteoroloog van dienst. Maar dat er zó veel water zou vallen, en dan bovendien in het zuiden en westen van het land, kwam als een verrassing. ,,Dat het afgelopen zaterdag zo lang heeft geregend, komt doordat de buien uiterst traag over het land trokken'', zegt Harry Geurts van het KNMI. Volgens hem werd het weer gekenmerkt door een `vlak' lagedrukgebied waarin de verschillen erg klein waren.

HWS-meteorloog Severin: ,,Er lagen zwangere buien in de buurt van Brussel, die ineens gingen bewegen. Vervolgens vielen ze om een vreemde reden stil. Achteraf bezien zijn de buien naar de kern van het lagedrukgebied gedreven. Daardoor was de enige beweging die van het lagedrukgebied zelf. En dat ging heel langzaam. Je kunt het vergelijken met een balletje in de roulettetafel, dat beweegt als het aan de rand blijft maar stil valt als het het midden bereikt.''

Ron Wiersma, hoofd operationele dienst van Meteo Consult: ,,Er is al weken heel weinig wind. Je kunt dan wel verwachten dat er regen valt, maar dat er op de ene plaats 120 millimeter valt en een paar kilometer verderop nog geen tien, dát valt niet te voorspellen.''

De zware zomerbuien en de overstromingen wijzen ons opnieuw op onze kwetsbaarheid voor het klimaat en de veranderingen daarvan, zegt het KNMI. ,,Bij een stijging van de gemiddelde temperatuur van 1 graad neemt statistisch gezien de intensiteit van zware buien toe met 10 procent.''

Opmerkelijk noemt Geurts dat de afgelopen twee zomers op twaalf dagen op minimaal één meetpunt meer dan vijftig millimeter neerslag is gevallen, terwijl de zomers toch als ,,goed'' kunnen worden gekenschetst. ,,In de jaren zestig hadden we ook een aantal zomers met zulke natte dagen, maar dat waren zomers waarin de temperatuur relatief laag was. Vorig jaar en dit jaar was echter een relatief goede zomer, terwijl opnieuw veel regen valt. Het gaat hier dus om plensbuien, zogenoemde `warmtebuien'. Op grond van de cijfers van twee jaar is het niet mogelijk om conclusies te verbinden aan een eventuele relatie met een veranderend klimaat, maar het is wel in lijn met onze voorspelling, jaren geleden al gedaan, dat we in de toekomst te maken krijgen met hogere temperaturen en daarmee ook meer neerslag in de vorm van meer plensbuien in de zomer.''