Tijd lijkt rijp voor winstbelasting

Beleggers balen van de belasting over een rendement dat ze niet gehaald hebben. De nieuwe staatssecretaris van Financiën denkt nu aan een vermogenswinstbelasting.

Nederland dreigt een mooi `exportproduct' te verliezen. De vermogensrendementsheffing, door voormalig minister Zalm van Financiën (VVD) bestempeld als ,,een lekkere belasting'' die hij met gemak aan zijn Europese collega's zou kunnen slijten, ligt amper twee jaar na de invoering alweer onder vuur. De nieuwe staatssecretaris van Financiën, de fiscaal econoom Steven van Eijck (LPF), voelt mee met ,,de burger'' en snapt het gevoel van ,,onrechtvaardigheid'' dat er leeft.

Beurskoersen kelderen, maar de fiscus doet net of iedereen met vermogen een winst van 4 procent behaald heeft. Daarover wordt 30 procent belasting geheven, zodat de burger de facto altijd 1,2 procent belasting over zijn vermogen betaalt. Van Eijck in de Volkskrant van vandaag: ,,De belegger zal zeggen: heb je dan niet gezien dat ik het afgelopen jaar helemaal geen rendement heb gemaakt?''

Van Eijck heeft voordat hij staatssecretaris werd al vaak geageerd tegen de vermogensrendementsheffing, een vinding van toenmalig staatssecretaris Vermeend (PvdA) en Zalm. Van Eijck voelt wel wat voor een plan van GroenLinks voor een belasting op de reële vermogenswinsten.

De vermogensrendementsheffing oogstte bij de invoering in 2001 zowel lof als kritiek. Het systeem heeft de charme van de eenvoud en is, in de woorden van PvdA'er Ferd Crone ,,de minst slechte'' vermogensbelasting die er is. De fiscalist Leo Stevens noemt in zijn onlangs verschenen boek Belasting: weggegooid geld? de heffing een `verlegenheidsoplossing'. De inkomsten voor de staat zijn redelijk stabiel, beleggingsconstructies om winsten te verdoezelen en verliezen op te blazen worden ontmoedigd en ,,iedereen'' (zei Zalm) kan dankzij staatsobligaties 4 procent rendement maken. Bijkomend voordeel is dat de uitdijende kapitaalvlucht naar fiscaal vriendelijker landen een halt kon worden toegeroepen dankzij het `milde' tarief (lager dan de belasting op arbeid, bijvoorbeeld).

De kritiek luidde destijds dat in theorie de vermogenswinstbelasting, die belasting heft over het werkelijke rendement op het vermogen, een rechtvaardiger belasting is. Maar die leidt volgens sceptici tot ,,een feest voor belastingadviseurs'' waar de fiscus de handen vol aan krijgt. Opmerkelijk is dat het Duitse Constitutioneel Hof enkele weken geleden een plan voor de invoering van een vermogenswinstbelasting naar de prullenbak verwees met als argument dat het onuitvoerbaar zou zijn.

Over de argumenten van Van Eijck nu zijn de meningen verdeeld. GroenLinks'er Vendrik kijkt ,,met argwaan'' naar de LPF'er, omdat hij zijn plan lanceert juist op het moment dat de reële rendementen ver in de min schieten. ,,Dat hoort er gewoon bij'', meent Vendrik, een fervent voorstander van een vermogenswinstbelasting. ,,Van Eijck wil slechts de druk op het vermogen laten dalen. Dat staat diametraal tegenover het plan dat wij hebben.'' PvdA'er Crone constateert ook dat Van Eijck slechts ,,de mensen met een dikke portemonnee'' helpt met zijn voorstel. ,,De gemiddelde belegger betaalt helemaal geen vermogensrendementsheffing dankzij de vrijstellingen die er zijn'', zegt Crone. De VVD is om andere argumenten tegen het voorstel. Aanstaand Kamerlid Blok (VVD): ,,Ik sta niet te trappelen om iedere keer als de beurskoersen tegenzitten het stelsel ter discussie te stellen. Het is nu zuur voor de beleggers, dat is waar.''

Ondanks de kritiek is niet uitgesloten dat de vermogensrendementsheffing nu al zijn langste tijd gehad heeft. Naast de LPF, die het afschaffen ervan reeds in haar (door Van Eijck geschreven) verkiezingsprogramma had staan, voelt ook coalitiepartner CDA wel wat voor een echte winstbelasting. CDA'er De Haan: ,,Alle bezwaren die wij tegen de huidige heffing hadden zijn uitgekomen, het is tijd voor een winstbelasting.''