Tevredenheid over schorsing van Batasuna

Met instemming werd gisteren in Spanje gereageerd op de schorsing van de politieke tak van afscheidingsbeweging ETA.

De timing was opmerkelijk. Na jaren van betrekkelijke passiviteit werd gisteren Batasuna, de politieke arm van de terreurorganisatie ETA, zowel politiek als strafrechtelijk aangepakt. De afgelopen weken werden procedures in gang gezet om de partij buiten de democratische rechtsorde te plaatsen; een race tussen het Spaanse parlement en onderzoeksrechter Baltasar Garzón die uiteindelijk door de laatste werd gewonnen.

In Baskenland heerst tevredenheid bij niet-nationalistische politici, journalisten, vredesactivisten en intellectuelen. Deze moesten de afgelopen jaren machteloos toezien hoe de leiders van Batasuna ongestraft hun haatcampagnes en bedreigingen konden ventileren, gemeenteraden konden terroriseren en hun jeugdafdelingen de straat op konden sturen om gewapend met molotov-cocktails de huizen en bedrijven van de tegenstanders van de Groot-Baskische heilstaat in brand te steken. De maatregelen, zowel politiek als gerechtelijk, konden vandaag dan ook op een brede steun rekenen in de politieke commentaren in kranten. Een partij die onderdeel vormt van een terroristische organisatie mag niet functioneren in een democratisch bestel, zo liet zich algemene opinie samenvatten.

De Baskisch-nationalisten waren het hier niet mee eens. De radicale aanhang liet bij monde van Batasuna-woordvoerder Arnaldo Otegi horen dat ,,de nationale waardigheid'' op het spel staat (van Baskenland wel te verstaan), maar grote rellen bleven uit. Batasuna posteerde zich met een handjevol aanhangers en spandoeken voor de partijzetels. In Tolosa werd een bom onschadelijk gemaakt bij een rechtbank en in San Sebastián werd een stadsbus aangevallen en de chauffeur in elkaar geslagen.

De Baskisch-nationalistische partij PNV trok eveneens van leer tegen het verbod van haar radicale geloofsgenoten. In zijn rede voor het Spaanse parlement, die op felle kritiek van zowel de conservatieve regeringspartij als de socialistische oppositie kon rekenen, sprak PNV-woordvoerder Iñaki Anasagasti de vrees uit dat na een volgende ETA-aanslag zijn partij aan de beurt zou zijn. Batasuna was slechts een voorafje, de hoofdmaaltijd is de PNV, aldus de nationalistische afgevaardigde. Zijn toespraak leek vooral bedoeld om de schrik onder de eigen aanhang er in te houden. De PNV stemde, samen met enkele kleine nationalitsiche splinterpartijtjes, tegen.

Het verbod schept een nieuwe realiteit in Baskenland, waar radicale nationalisten tot dusver ongestraft publiekelijk hun steun aan de ETA konden betuigen, of in spreekkoren politieke tegenstanders met de dood konden bedreigen. De komende dagen zullen duidelijk moeten maken of de PNV, die de Spaanse grondwet niet erkent maar niettemin reeds sinds 1980 de lakens uitdeelt in de onafhankelijke regio Baskenland, ernst maakt met het uitvoeren van het rechterlijk bevel om de kantoren van Batasuna te sluiten. De ertzaintza, de lokale Baskische politiemacht die door de PNV-regioregering wordt bestuurd, zal ingezet moeten worden. Met name in de kleine dorpen en stadjes op het Baskische platteland, waar Batasuna zijn grootste aanhang kent, kan dit voor problemen zorgen.

Het is voor de eerste maal in de ruim 25 jaar jonge democratie dat een partij door het Spaanse parlement verboden wordt. Eerder deze zomer werd hiertoe een nieuwe partijwet aangenomen, die steun, propaganda en het goedpraten van anti-democratische activiteiten als terreur en discriminatie in partijvorm verbood. Aanvankelijk werd verwacht dat de nieuwe wet dit najaar tegen Batasuna in stelling zou worden gebracht, maar de ETA-aanslag begin deze maand in Santa Pola, waarbij onder andere een zesjarig meisje werd gedood, bracht de zaak in een stroomversnelling. Batasuna weigerde zoals gebruikelijk de aanslag te veroordelen en legde in zijn verklaringen de schuld bij de Spaanse regering. De conservatieve partij van premier Aznar en de socialistische oppositie formuleerden vervolgens de motie voor een verbod en zette daarbij de overige partijen onder zware politieke druk om hier mee in te stemmen.

Gisteren bleek zowel de door communisten overheerste federatie Izquierda Unida, als de Catalaanse nationalistische partij bedenkingen te hebben bij een verbod. Zij onthielden zich van stemming omdat volgens hen het verbieden van een partij uitsluitend een bevoegdheid zou moeten zijn van de rechterlijke macht, omdat de terreurbestrijding geen deel mag vormen van partijpolitiek of vanwege het geringe effect dat zij van de maatregel verwachten. Ook was hier en daar de vrees te horen dat de terreur van de ETA na de maatregel alleen maar toe zal nemen.

Dat laatste zal nog moeten blijken. Voorstanders van het verbod wezen er op dat de situatie in Baskenland, waar duizenden politici en critici beschermd moeten worden door lijfwachten, moeilijk nog verder kan verzieken. Voor hen betekent het verbod dat de institutionele arm van de ETA lamgeslagen is, en is het een duidelijk signaal dat de democratische vrijheid eindigt bij het uitoefenen van een totalitaire terreur.