Televisiedemocratie

Ook in Duitsland heeft de televisiedemocratie definitief haar intrede gedaan. Op het eerste oog viel het niet mee. Het tot in alle details strak geregisseerde en rechtstreeks uitgezonden tv-debat tussen bondskanselier Gerhard Schröder (SPD) en CDU/CSU-voorman Edmund Stoiber was stijfjes en verliep zonder verrassingen. Historisch was het zeker: het was het eerste televisieduel ooit tussen een zittende kanselier en diens uitdager bij de verkiezingen. Maar zoals het gaat bij gebeurtenissen die vooraf `historisch' worden genoemd, waren de deelnemers zich daarvan al te bewust. Van spontaniteit was geen sprake, ook door de terechte angst voor blunders die later oneindig zouden worden herhaald en uitvergroot. Een verspreking voor een publiek van 15 miljoen mensen kan in dit stadium van de verkiezingsrace catastrofale gevolgen hebben.

Deze kanttekening daargelaten kan het televisiedebat toch als belangwekkend worden omschreven. De vorm viel tegen, maar dit werd goedgemaakt door de noviteit als zodanig. Bovendien: het ging ergens over. Het was inhoudelijke politiek eerste klas. Of, zoals de Frankfurter Allgemeine Zeitung van vandaag met recht opmerkt: miljoenen kijkers hebben zondagavond misschien wel voor de eerste keer direct kunnen ervaren dat politiek niet louter druktemakerij is, maar een serieuze strijd om de persoonlijke levensomstandigheden van de kiezer. De werkloosheid in Duitsland kwam aan bod, uiteraard, maar ook de recente wateroverlast en de mogelijke steun aan de getroffenen, de belasting, het buitenlands beleid, meer in het bijzonder de eventuele Duitse deelname aan een oorlog tegen Irak. Zo kreeg de kijkende kiezer in korte tijd een hoeveelheid informatie van belang te verwerken, verpakt in de onvermijdelijke soundbites èn de lopende volzinnen van twee politici die zich er kennelijk van bewust waren dat het medium niet slechts de boodschap is. Het ging om meer – en dat hebben de kemphanen met overtuiging naar voren gebracht.

Een duidelijke winnaar was er niet. Het was gelijkspel. In de televisiedemocratie heet het dan al snel dat als de man aan de macht, in dit geval de kanselier, niet gewonnen heeft, hij de verliezer is. Maar zo simpel is het niet. Schröder deed het tot enkele weken geleden ronduit slecht in de peilingen. Hij zakte steeds verder weg vergeleken bij Stoiber, die maar bleef hameren op de stijgende werkloosheid in de Bondsrepubliek. Het werd een mantra die effect had. Een Beier die kan bogen op bijna volledige werkgelegenheid in zijn eigen deelstaat, heeft als kanselierskandidaat een streepje voor. Ook al is nimmer een Beier erin geslaagd om in Bonn of Berlijn de hoogste regeringszetel te bestijgen.

Stoiber heeft Schröder wekenlang bij zijn zwakste plek beetgehad. Met succes. Maar politiek leeft van het moment. Schröder, een rasopportunist – een raspoliticus – greep zijn kans op het ogenblik dat Midden-Duitsland benauwde dagen doormaakte toen stad en land onder water liepen. In tijden van crises worden leiders beproefd. Hun falen ligt vaak in het ogenschijnlijk kleine: een fout gekozen woord, iets te late aanwezigheid op een rampplek, zaken delegeren die niet te delegeren zijn, et cetera. Schröders leiderschap tijdens de overstromingen heeft hem gered, althans voorlopig. Hij was er, koos de juiste invoelende woorden voor de slachtoffers en ging meteen op zoek naar geld voor hen. Stoiber had het nakijken.

Over iets minder dan een maand, op zondag 22 september, zijn de Bondsdagverkiezingen. Op 8 september wordt het tweede en laatste tv-debat tussen Schröder en Stoiber gehouden. Vijfentwintig dagen kunnen lang zijn in de politiek, zeker als onduidelijk is wie zal winnen. In een tv-duel wordt aan het toeval niets overgelaten, maar zoals de overstromingen aantonen speelt het lot – zo men wil: het toeval – wel degelijk een rol.