Ramp van Bhopal nog lang niet voorbij

Achttien jaar geleden lekte dodelijk gas uit een fabriek van Union Carbide in Bhopal. Maar de zaak is nog lang niet voorbij.

Vandaag begint een Indiaas gerechtshof zich te beraden over de vraag of ex-directeur Warren Anderson van het Amerikaanse chemische bedrijf Union Carbide moet worden gedaagd wegens dood door schuld, of enkel wegens nalatigheid. In 1984 lekte gas uit een fabriek van Union Carbide in de Midden-Indiase stad Bhopal. Het werd de grootste ramp in de industriële geschiedenis, met naar schatting 15.000 doden.

In de nacht van 2 op 3 december 1984 begonnen in Bhopal geen sirenes te loeien, omdat die al lange tijd defect waren. Koelinstallaties die de ontsnapping van het gas hadden kunnen vertragen, waren 's nachts uitgeschakeld, wat het bedrijf een besparing opleverde van 50 dollar per nacht. Ook andere veiligheidsmaatregelen faalden.

De gaswolk bereikte de nabij gelegen sloppenwijk en stuurde in enkele uren 3.000 mensen in een ellendige dood: het longweefsel smolt, waardoor de mensen als het ware verdronken in hun eigen lichaamsvocht. In de daarop volgende weken vielen nog eens 3.000 doden. In de afgelopen achttien jaar werden het in totaal 15.000. En zeker 120.000 mensen ondervinden nu nog schade aan hun gezondheid.

Toch nog maar weinig duidelijk: wat de lange-termijneffecten zijn van het gas, hoe de ramp mogelijk was, wie verantwoordelijk is of aansprakelijk kan worden gesteld. Zelfs over het aantal doden wordt getwist. Volgens Union Carbide kunnen het er niet meer dan 1.200 zijn en was het gas niet giftiger dan het door de politie gebruikte traangas. Later bleek het te gaan om methylisocyanaat, dat in de Eerste Wereldoorlog ook als chemisch wapen is gebruikt.

Union Carbide hield vol dat het ongeluk gebeurde door een samenloop van toevallige omstandigheden waaraan niemand schuldig was. Tot een schadevergoeding was Union Carbide wel bereid: niet de drie miljard dollar die de Indiase overheid eiste, maar 470 miljoen dollar. De Indiase overheid stemde in 1991 in met deze schikking, en daarmee was de kous af.

Maar niet voor de inwoners van Bhopal. Het ongeluk had de aandacht getrokken van grote milieuorganisaties als Greenpeace en activisten die overal ter wereld strijd leveren tegen globalisering, zoals de Franse reisschrijver Dominique Lapierre en de Spanjaard Javier Moro. Zij publiceerden vorig jaar een boek onder de titel: Het was vijf over middernacht in Bhopal. Het is een lijvig document geworden, maar geschreven met zoveel gevoel voor tragiek en melodrama, dat het niet veel opheldert.

Vraag: waarom ging India akkoord met het bedrag van 470 miljoen dollar? Vraag: waarom betaalde Union Carbide dat bedrag als het een tamelijk onschuldige gaswolk betrof? Vraag: wat werd er afgesproken over de besteding van die 470 miljoen dollar? Vraag: waarom werd uiteindelijk maar één man gedaagd als schuldige voor de ramp: de hoogste baas van Union Carbide, Warren Anderson?

Union Carbide liet al gauw weten dat de fabriek in Bhopal was gebouwd door Indiase deskundigen en werd geleid door Indiase managers. De acht hoogste Indiase managers waren eerst ook voor de rechtbank gedaagd wegens dood door schuld, maar de aanklacht werd ingetrokken, omdat ze verklaarden dat ze alleen orders van het hoofdkantoor in de Verenigde Staten uitvoerden.

Dat die orders soms verdacht waren – als de dikte van de metalen platen van de tanks werd verminderd, of als veiligheidsoefeningen overbodig werden geacht – werd de Indiase managers vergeven. Naar een Indiase advocaat die zei dat Eichmann in Jeruzalem wel schuldig was gebleken, terwijl hij `slechts' orders had uitgevoerd om de joden tijdens de Tweede Wereldoorlog op transport te zetten, werd niet geluisterd.

Een andere advocaat presteerde het zelfs de Indiase overheid te dagen wegens dood door schuld, omdat de overheid tenslotte verantwoordelijk is voor veiligheidsinspecties, die in Bhopal nooit hadden plaatsgehad. Deze advocaat werd weggehoond.

Bleef Warren Anderson over, die sinds 1989 met pensioen is en sinds 2000 ondergedoken. Want ook in de VS is hij door burgers die solidair zijn met de slachtoffers van Bhopal voor de rechter gedaagd.

Intussen bestaat Union Carbide niet meer. Het bedrijf is overgenomen door DOW-Chemical, dat grote belangen heeft in India. Men zegt dat DOW-Chemical de Indiase overheid zo ver kreeg de aanklacht tegen Warren Anderson terug te brengen van dood door schuld naar nalatigheid. Op dit laatste staat slechts een boete.

Toen de verzamelde milieuactivisten in Bhopal begin juli hoorden over de verzachting van de tenlastelegging, begonnen ze een estafette van hongerstakingen: van Delhi naar Californië naar Parijs en zo verder, om de aandacht van de wereld te trekken voor Bhopal. En om het gerechtshof ertoe te brengen de aanklacht tegen Warren Anderson niet te verzachten.

Het gerechtshof in Bhopal moet dus nu proberen te bepalen of Warren Anderson geweten kon hebben dat er met de dikte van de platen van de gastanks in Bhopal was geknoeid, dat 50 dollar per avond werd bezuinigd door de koelinstallaties uit te schakelen, en nog een paar dollar door de defecte sirenes ongerepareerd te laten.

Waarover het gerechtshof niet hoeft te beslissen is hoe de schadevergoeding van 470 miljoen dollar door de Indiase overheid is besteed. Een deel van de slachtoffers heeft 500 dollar toegestopt gekregen voor medische kosten. Bijna de helft van het bedrag staat nog op de bank. Daar heeft de Indiase overheid nog geen duidelijke plannen voor; niet eens de vervuilde grond en het water van Bhopal zijn schoongemaakt.

Maar de milieuactivisten willen de aandacht van de slachtoffers in Bhopal niet al te veel afleiden: Warren Anderson moet hangen, staat op aanplakbiljetten in Bhopal, zoveel is voorlopig voldoende.