Na de bouw, nu ook de installatie

Niet alleen in de bouw zijn prijsafspraken schering en inslag, ook de installatiesector houdt deze praktijken erop na, zo bleek gisteren tijdens de parlementaire enqûete naar de bouwfraude. ,,Het heeft mij verrast.''

Het is meer dan een aardige spin-off. De parlementaire enqûete heeft niet alleen ontdekt dat de bouwbranche zich massaal schuldig maakt aan prijsafspraken, maar ook de sterk aan de bouw gerelateerde installatiesector verdeelt onderling de markt en drijft daarbij de prijzen op. Zo levert een onderzoek in de ene branche een onthulling op in een andere branche.

De afspraken zijn gemaakt door zeker twaalf grote installatiebedrijven, zo verklaarde A. van Gelder, voormalig secretaresse van Unica, één van de betrokken installateurs. De installatiebedrijven kwamen zes keer per jaar bijeen in een Bilderberg-hotel in de bossen van Zeist. Daar werden de nieuwe projecten onder elkaar verdeeld en afspraken gemaakt over de hoogtes van de offerteprijzen.

Installateurs bieden opdrachtgevers meestal een `van-kop-tot-staart'-pakket aan voor de technische dienstverlening. Zij ontwerpen en leggen elektrotechnische (verlichting, beveiliging, computernetwerken) en werktuigbouwkundige (verwarming, luchtbehandeling, koeling) installaties aan in onder meer kantoren, ziekenhuizen, fabrieken, luchthavens en schepen. De omvang van de markt ligt op ongeveer 9 miljard euro en groeit jaarlijks naar schatting met 2 tot 5 procent. De sector telt circa 6.000 bedrijven. Het zijn voornamelijk kleine tot middelgrote familieondernemingen.

Bij het overleg in Zeist, waar grote projecten uit de industrie en overheid werden besproken, zaten volgens Van Gelder in ieder geval de vier grootste installateurs van Nederland. In volgorde van grootte zijn dat GTI, Imtech, Stork en TBI. Deze vier ondernemingen hebben tezamen 30.000 mensen rondlopen in de Nederlandse installatiesector, net zoveel als heel KPN Telecom, en controleren daarmee een kwart van de markt.

Zowel GTI als Imtech en Stork willen geen commentaar geven op de uitspraken van onder ede verhoorde werknemers en ex-werknemers uit de installatiebranche, waaronder M. Engels, werkzaam bij de nummer vier van de installatiesecor TBI. Allen zeggen `misschien' nog eens commentaar te willen leveren als het onderzoek van de parlementaire commissie is afgerond.

Anderhalve week geleden verklaarde R. van der Bruggen, bestuursvoorzitter van het beursgenoteerde Imtech, bij de presentatie van de halfjaarcijfers dat Imtech niets te maken heeft met prijsafspraken. Volgens een woordvoerder van het concern `staat deze opmerking nog altijd'. Verder wil de zegsman niets zeggen. ,,Het is een beladen onderwerp.'' Wel zei Van der Bruggen bij die gelegenheid dat Imtech scherp op dit soort uitwassen is gespitst.

Imtech is ontstaan uit het conglomeraat van bedrijven dat tot vorig jaar opereerde onder de naam Internatio-Müller. Na een grootschalige uitverkoop concentreert het bedrijf zich nu volledig op de installatiesector. Het bedrijf is met 14.000 werknemers actief in heel Europa en aast op een toppositie.

De grote concurrent van Imtech is GTI, dat in 1971 is ontstaan uit het SHV-concern van de familie Fentener van Vlissingen. GTI, dat staat voor Groep Technische Installaties, werd in 1983 verzelfstandigd en twee jaar later naar de beurs gebracht. Daar verdween het vorig jaar weer toen het Belgische Fabricom GTI overnam. Ook GTI wil, net zoals Imtech, de grote klant volgen in heel Europa. En Fabricom behoort met 55.000 mensen tot de grootste installateurs van Europa.

De andere twee grote installateurs, Stork en TBI, zien af van Europese ambities. Zij zijn voornamelijk actief in Nederland en volgen de klant, als deze er specifiek om vraagt, naar het buitenland.

Wel zijn de grote vier zonder uitzondering aangesloten bij brancheorganisatie Uneto-VNI. Directeur R. van Harten van Uneto verklaart `enigszins verrast' te zijn door de uitspraken van verhoorde mensen tijdens de enqûete. ,,Wij waren niet op de hoogte van dit systeem'', zegt Van Harten.

Maar hij geeft toe dat er bij hem `vermoedens' ontstonden toen steeds meer bekend werd over het onderzoek naar de bouwsector. ,,Tenslotte bestaat ongeveer een kwart van de totale bouwsom uit installatieactiviteiten. De relaties met de bouwers zijn dus nauw.''