Groot China BV

Taiwan, gespaard tijdens de economische crisis in Azië, vervolgens weerloos tegen de mondiale crisis in de ICT-sector, herrijst, ja, bloeit weer. Zijn sterkste troef: het Chinese achterland. Daar domineert het de hardware-industrie. Met `Japanse kwaliteit, Taiwanese service en Chinese prijzen'.

Op het gezicht van Hsuifeng (31) staat onheil te lezen. Dat maakt hem niet spraakzaam. Alsof hij bang is voor gezichtsverlies. De buitenlandse bezoeker dringt aan. Het hoge woord komt eruit: hij heeft 20.000 euro verloren. Op een softwareproject, waaraan hij lang en hard heeft gewerkt, maar dat niet op tijd afkomt. De opdrachtgever is onverbiddelijk. Contract is contract. Deadline is deadline. Hsuifeng zucht, gromt, grijpt naar zijn hoofd. En zijn humeur was al vergald omdat hem gevraagd was hoe hij gewoonlijk zijn tijd doorbrengt. ,,Met overleven'', had hij uitgeroepen.

Taiwan, met 22 miljoen inwoners op een oppervlakte van bijna Nederland, is geen fluwelen maatschappij. De vijfdaagse werkweek bestaat alleen op papier, de zesdaagse is norm. Eén week duurt de vakantie. Sociale uitkeringen zijn er niet. Die mentaliteit van confucianistische ijver en soberheid heeft het land welvarend gemaakt. Als hardwareproducent is het naar eigen zeggen tot de vierde macht ter wereld opgeklommen, na de VS, Japan en ... China.

Hsuifeng is afgestudeerd als engineer, waarvoor in dit hightechland de meeste studenten tegenwoordig kiezen. Software engineer, het beroep dat in Taiwan de toekomst heeft. Drie dagen per week geeft hij les in dat vak aan scholieren. Daarnaast heeft hij met een paar vrienden een atelier in Taipei, waar zij software voor opdrachtgevers maken – meestal kleine bedrijfjes, waar het in Taiwan van wemelt en die het land zo flexibel maken. De school betaalt zijn salaris tijdens de lange schoolvakanties gedeeltelijk door. Hij verdient goed, vindt hij zelf. Hij huurt een ruim appartement vlak aan zee. ,,Ik behoor in Taiwan tot de gelukkigen.'' Hsuifeng kijkt de bezoeker aan. Onmiddellijk betrekt weer zijn gezicht. ,,Misschien moet ik mijn appartement opzeggen.''

Toen Azië vier jaar geleden zijn diepste economische crisis sinds jaren beleefde, bleef Taiwan vrijwel gespaard. Maar met zijn behoedzame, verstandige beleid waardoor het toen overleefde, bleek het vervolgens tegen de mondiale crisis in de ICT-sector weerloos. De productie kromp. De economie kwam in een recessie terecht, de ernstigste in dertig jaar. Maar dit jaar herstelt Taiwan zich weer. De productie in de ICT-sector, veruit het belangrijkste potentieel van het land, groeit uitbundig. De reden? De recessie-paradox: Taiwan profiteert van de recessie in het westen, dat moet bezuinigen en daarom zijn ICT-productie aan goedkope landen als Taiwan uitbesteedt. En Taiwan profiteert op zijn beurt van China, `Groter China' genoemd, een nog veel goedkoper land – de lonen zijn er 10 procent van die in Taiwan – waaraan het zijn productie uitbesteedt. In China's hardware-industrie, intussen de derde macht ter wereld, is Taiwan de dominante speler.

Hsinchu, een stad aan de westkust, zo'n zestig kilometer onder de hoofdstad Taipei. Aan weerszijden van de autosnelweg, met links de bergen, ligt het Science-Based Industrial Park. Nieuwe, glanzende gebouwen aan lanen met namen als Prosperity Road, R&D IV, Technology Road. Bedrijven met namen als Mobtech, Wistron, Etron, Zyxel. Aan Innovation Road is Sunplus gevestigd. Een spin-off van het nabijgelegen Industrial Technology Research Institute, een reusachtig complex, waar zesduizend academici en studenten werken.

In de showroom van het instituut zijn staaltjes van Taiwanese technologie te zien. Taiwan profiteert niet alleen van de uitbesteding door westerse technologiebedrijven, het doet zelf aan ontwerpen teneinde de westerse producten te verbeteren. Dat levert eigen, Taiwanese producten op waarop het patent aanvraagt – hopend natuurlijk dat tussen die producten iets zit waarmee het wereldfaam zal vergaren; een eigen, Taiwanese brand, beaamt dr. C.T. Shih, de voorzitter van het instituut. Want de Mobtechs, Wistrons, Etrons of Zyxels moeten eens de IBM's van de wereld worden. En de IBM's van de wereld moedigen de Taiwanese bedrijven daarbij aan. Door hen zelf te laten ontwerpen, hardware, maar meer en meer ook software, blijven zij scherp, verbeteren ze niet alleen de producten, maar ook het fabricageproces voor hun opdrachtgevers. En ach, in de meest geavanceerde technologie blijft het westen, Japan incluis, met zijn superieure R&D heus wel de baas. Tot het Taiwan natuurlijk lukt een technische doorbraak van wereldallure te plegen en een IBM of een Intel te baren, zegt een westerse waarnemer in Taipei.

Sunplus aan Innovation Road, beursgenoteerd, probeert het met zijn chips. Het bedrijf telt 338 man personeel, meest academici. Het begon in 1990 met simpele chips, het eerst voor het populaire Japanse speeltje Tamagotchi. Nu maakt het geavanceerde chips voor digitale camera's – Japanse en Amerikaanse. Na de dip vorig jaar groeien omzet en winst dit eerste halfjaar onstuiming. Sunplus is een bedrijf zonder fabriek. Het ontwikkelt en ontwerpt, maar besteedt zijn productie uit aan andere Taiwanese bedrijven, die op hun beurt de productie in China laten doen. Per jaar verwerft Sunplus 25 wereldpatenten. Toch komt 80 procent van alle innovatie van Sunplus van zijn klanten. Een eigen doorbraak is er nog niet. Daarbij gaat de technische ontwikkeling razendsnel. ,,De meeste van onze patenten hebben maar een heel korte levensduur'', zegt directeur Yarn-Chen Chen.

Verderop in het park staat AU Optronics. Ontstaan uit een fusie van twee jonge bedrijven en nu al een wereldspeler. Het bedrijf maakt platte beeldschermen. Dit jaar haalt het naar verwachting 2,7 miljard euro omzet, 44 procent meer dan in het dipjaar 2001. Er werken 7.300 personeelsleden en het bedrijf heeft een notering aan Wall Street. AU Optronics maakt grote en kleine beeldschermen, voor mobieltjes en digitale camera's en van laptops tot tv's. ,,Onze wereld is plat'', zegt directeur H.B. Chen.

Zijn bedrijf heeft net een ultramoderne fabriek in Suzhou, China, geopend, de oude keizerlijke stad honderd kilometer ten westen van Shanghai, voor de massafabricage van modules. Aanvankelijk betrok AU zijn meeste onderdelen uit Japan. Dat is nu nog maar 30 procent. Taiwanese leveranciers hebben de Japanse rol overgenomen. Waarmee de macht van Taiwan wordt onderstreept. De wereldmarkt voor platte beeldschermen is een oligopolie, zegt Chen. De topdrie heeft de helft van de markt in handen, het Koreaanse Samsung voorop, op de hielen gezeten door LG Philips, de Nederlands-Koreaanse joint venture, en dan AU. Ook de nummer vier is een Taiwanees bedrijf. ,,Een markt met een reusachtig groeipotentieel, want de marktpenetratie is nog gering, dus de vervangingsmarkt ook'', zegt Chen. Taiwan wint snel aan marktaandeel ten koste van Japan en Korea. Onlangs is Taiwan nipt Korea gepasseerd als de grootste producent ter wereld.

Van Taiwans totale export gaat bijna een kwart naar de Verenigde Staten. Naar China gaat net iets meer. Via Hongkong weliswaar, want directe transportlijnen zijn er vrijwel niet. Investeringen in China zijn eveneens aan beperkingen onderhevig – het `Geen haast, wees geduldig'-beleid geheten. Taiwan is bang voor de uittocht van geavanceerde technologie. Vrijwel geen Taiwanees bedrijf dat zich daar wat van aantrekt. Mag het niet, dan gebeurt het toch. Via belastingparadijzen als de Kaaiman- of de Maagden-eilanden, die zich aan de Taiwanese jurisdictie onttrekken. Taiwan is volgens eigen officiële cijfers na Hongkong en de VS de grootste investeerder in China. Hongkong spant met bijna de helft veruit de kroon. Daar zijn veel Taiwanese bedrijven op papier gevestigd. Hoeveel is van Hongkongs kapitaal dus eigenlijk niet Taiwanees?

,,Taiwan is de moeder, die maakt de kinderen groot, dan willen ze expanderen, naar China, hun vaderland'', zo verklaart S.T. Dai, voorzitter van de Taiwanese organisatie voor het midden- en kleinbedrijf, de Taiwanese expansie in China. Geaccumuleerd bedragen de Taiwanese investeringen in China 20 miljard dollar, beweert Taipei. Peking beweert dat het 30 miljard is, banken beweren dat het wel 50 tot 65 miljard dollar is. Y.H. Shih, vice-minister van Economische Zaken – net als alle Taiwanese autoriteiten gezeten onder het portret van Sun Yat Sen, China's eerste president – gelooft dat 60 procent van alle Taiwanese buitenlandse investeringen in China terechtkomen, waarvan ruim eenderde via de belastingparadijzen. Geen haast, wees geduldig? Als toch vrijwel niemand in Taiwan zich aan de beperkingen houdt, wat is dan de economische bestaansreden van die beperkingen? Shih: ,,Die is er niet.''

Dell, HP, Mitsubishi staat op de beeldschermen. In de superschone fabriekshal in Taipei wemelt het van het personeel, sommigen als maanastronauten gekleed. Hier worden dagelijks duizend platte tv's gemaakt. Vier productielijnen, 120.000 geavanceerde apparaten per maand, wereldwijd 10.000 man in dienst. BenQ is de naam: fabrikant van digitale camera's, mobieltjes (14 miljoen per jaar), scanners, printers. En platte tv's. Fabrieken in Mexico, Maleisië en natuurlijk China, waar bijna een derde van BenQ's productie voor de inheemse markt en de rest voor de export is. Omzetstijging dit jaar? Naar verwachting 51 procent, tot 3,1 miljard dollar. Op de Japanse fabrikanten na is BenQ de grootste van Azië. Sony is hét voorbeeld. Vice-president Jerry Wang: ,,Sony integreert draadloos, opslag, vertoning, breedband als 's werelds beste''. BenQ heeft een eigen merk voor al zijn producten. Van zijn totale omzet komt 42 procent van dat merk en van leveranties aan derden die zelf hun ontwerpen maken. Over vijf jaar moet dat 60 procent worden. Het omzetaandeel van uw eigen merk graag? Is geheim.

Een ander hightechbedrijf in Taipei is openhartiger: Premier, de grootste fabrikant van fotocamera's ter wereld – dankzij de uitbesteding door de grote wereldmerknamen aan dit bedrijf, dat op zijn beurt weer de productie aan China uitbesteedt. Het hoofdkantoor bevindt zich in een splinternieuw gebouw van een adembenemend mooie architectuur. Veel lege vertrekken, want het gebouw is op de groei ontworpen. In 1998 kwam Premier met een digitale camera onder eigen naam op de markt. Van de totale omzet (bijna 0,5 miljard Amerikaanse dollar) is nu 22 procent eigen merk. Wil Premier daarmee China veroveren? ,,Dat halen we nooit'', zegt vice-president Jack Hsieh. De hele Amerikaanse merknaamproductie zoals Kodak wordt al in China vervaardigd. Het klinkt niet verslagen. Premier beseft dat het tegen zulke reuzen in China niet is opgewassen. Wel heeft het er intussen een groot aantal verkoopagenten. Wat is de kracht van Premiers merk op die markt dan? Hsieh: ,,Japanse kwaliteit, Taiwanese service, Chinese prijs''.

Nog heet China een uitdaging in Taiwan. Maar wat als China het Taiwanese model kopieert, zelf zijn ontwerpen maakt en daarmee succes heeft? Vloert de leerling de meester dan? Neem computerfabrikant Acer (1976), met 40.000 man personeel ooit de grootste hightechgroep van Taiwan. BenQ is er uitgestapt. AU ook. De omzet is in het eerste kwartaal van dit jaar gehalveerd.

Een tiende van Acers aandelenkapitaal zit nog maar in kernactiviteiten. 90 procent dus niet. Acer wil nieuwe wegen inslaan. Maar dat kost moeite. Veel moeite ,,Het kost ons zelfs in Taiwan moeite onze nieuwe strategie duidelijk te maken'', zegt topman Stan Shih. Acers geduchtste concurrent? Legend, de succesvolle pc-maker uit China. Groter China.