Franse schilderijen uit Nederlandse collecties

Het grote oog van een pastelkleurige cycloop staart de eerste expositiezaal van het Museum Mesdag in. De cycloop, die de slapende nimf Galatea bespiedt, is de hoofdfiguur op een bekend schilderij van Odilon Redon, een van de meest geliefde schilders van kunstverzamelaarster Helene Kröller-Müller (1869-1939). Ze kocht 190 werken van hem, de cycloop bemachtigde ze op de veiling in Parijs voor een bedrag van 340 euro.

Helene Kröller-Müller, wier kunstverzameling is ondergebracht in het naar haar genoemde museum in Otterlo, verzamelde schilderijen, tekeningen en litho's van niet alleen Odilon Redon (1840-1916), maar ook van een andere Franse favoriet van haar, Henri Fantin Latour (1836-1904).

Werken van deze twee schilders uit haar collectie maken deel uit van de tentoonstelling Franse favorieten in Museum Mesdag in Den Haag. Het museum heeft ze gekoppeld aan doeken van Gustave Courbet en Théodore Rousseau, twee favorieten van het verzamelende schildersechtpaar Hendrik Willem (1831-1915) en Sientje (1834-1909) Mesdag, die evenals Kröller-Müller contemporaine en moderne kunst verzamelden. In beide verzamelingen zijn de Franse kunstenaars ruimschoots vertegenwoordigd – niet verwonderlijk, omdat in de tijd waarin Mesdag en Kröller-Müller verzamelden, Parijs het centrum was van de avant-gardistische kunst.

Een van de meest opvallende schilderijen uit de collectie Kröller-Müller hangt op de eerste verdieping. Het is Fantin Latours bijna levensgrote portret van de Roemeense Eva Callimachi-Catargi uit 1881. Helene Kröller-Müller kreeg het in 1912 van haar man voor hun 25-jarig huwelijk. Het is een prachtig doek van een dromerige vrouw in een rijke, witte japon. Haar ogen zijn in de loop der jaren nog duisterder geworden door het gebruik van sterk nadonkerend bitumen als ondergrond en contrasteren met de stof van haar jurk.

Van dezelfde schilder is ook een reeks romantische, op muziek geïnspireerde litho's te zien. Fantin Latour had een voorkeur voor Berlioz en Wagner. Zo is op een litho Wagner componerend aan zijn bureau afgebeeld, terwijl achter hem zijn muze waakt. Ook van Redon worden litho's getoond, onder andere gebaseerd op de wonderlijke visioenen uit het boek La tentation de St. Antoine van Gustave Flaubert. Ook Redons sombere, in zichzelf gekeerde vrouwenportretten konden Kröllers goedkeuring wegdragen. Een van haar lievelingswerken was de pasteltekening De gele shawl (1899), een portret van Redons vrouw.

De smaak van Mesdag – het was vooral Hendrik Willem die de keus bepaalde – werd meer ingegeven door zijn bewondering voor de techniek van schilderende tijdgenoten. In zijn verzameling zitten daarom ook schetsen en voorstudies. De collectie, waaronder veel landschappen, kreeg al bij zijn leven een internationale reputatie. Voor de tentoonstelling zijn Théodore Rousseau (1812-'67) en de realist Gustave Courbet (1819-'77) eruit gelicht, maar de collectie bevat ook andere Franse meesters uit de zogenoemde school van Barbizon, zoals Camille Corot en Constant Troyon.

De Kröller-Müller collectie hangt in aparte expositiezalen, voor de favorieten van de Mesdags moet de bezoeker het museum in hun voormalige woonhuis door, dat zij in 1866 voor hun grote collectie lieten bouwen. In het huis hangen de Courbets en Rousseaus, gemarkeerd door begeleidende teksten, tussen werken van de Haagse School en andere Franse schilders zoals ze ook vroeger bij de Mesdags hingen.

In het trappenhuis is bij uitzondering een doek van Rousseau tentoongesteld, dat eigenlijk niet meer toonbaar is: De afdaling in de Jura uit 1835. Hij had het geschilderd voor de Parijse Salon van 1836. Daar weigerde men het, maar critici en collega's beschouwden het destijds als een mijlpaal van de moderne landschapsschilderkunst. In de loop der jaren is het verfoppervlak gedeformeerd en zo donker geworden dat alleen een paar witte en rode vlekken nog herinneren aan de koeien die Rousseau had geschilderd. Recent onderzoek heeft aangetoond dat hij verfsoorten had gebruikt met slecht drogende materialen en relatief veel bindmiddelen, die bij veroudering een zeer donkere kleur geven.

Gelukkig verzamelde Mesdag schetsen en bezat hij ook van dit doek een wat kleinere olieverfschets. Zo kan de bezoeker toch nog zien hoe `de afdaling' bedoeld was: een kudde zwart-witte en roodbonte koeien die door een herder tussen de bomen door naar het dal wordt geleid met op de achtergrond de besneeuwde bergtoppen van de Jura.

Het museum grijpt de expositie aan om het restauratieproces van een van de schilderijen te tonen. Vanachter glas kan het publiek twee restaurateurs van het Van Gogh-museum op de vingers kijken, die Hagar en Ismael onder handen nemen van Jean François Millet, ook zo'n Franse favoriet van de Mesdags.

Tentoonstelling: Franse Favorieten. T/m 29-9 in: Museum Mesdag, Laan van Meerdervoort 71, Den Haag. Open di-zo 12-17u. Tel. 070-3621434