Een signaal uit eigen doos

Wordt het geen tijd het spreekrecht van LPF-politici eens ter discussie te stellen? Er gaat bijna geen dag voorbij of de oprispingen, interne pijnkreten en bizarre `signalen' vliegen je om de oren. Het is een beschamend intermezzo van een populistische onvredebeweging die haar Haagse draai moet vinden. Wie weet zijn ze er daarom zelfs wel voor te porren om eerst in stilte orde op zaken te stellen. Misschien kunnen we, ik zeg ook maar wat, hun spreekrecht uitruilen tegen het zwijgrecht van Volkert van der G.: hij praat, zij houden hun mond. Dan hebben we het beste van beide werelden.

Nu is de laconieke aanpak van een Heinsbroek, die weigert het regeerakkoord als heilige tekst te zegenen, zeker verfrissend. Maar waar het gaat om de werkelijke obsessies van de LPF veiligheid op straat, collectief onbehagen en angst voor allochtonen zijn de erupties onheilspellend. Zowel minister Nawijn, die criminele Marokkanen wil dwingen hun dubbele nationaliteit op te geven (dat wil zeggen: hun biezen te pakken), als het Kamerlid Schonewille, die het zwijgrecht van verdachten wil afschaffen, zeggen dat het hun menens is, maar dat ze vooral ook `een signaal' wilen afgeven.

Dan rijst de vraag: welk signaal? Als het erom gaat een houding uit te stralen van tough on crime, is er niets op tegen, al is het ook wat gratuit, een kreet in een lege emmer, als fors meer geld voor de politie tegelijk achterwege blijft. Of betekent het signaal iets anders, veel substantiëlers, namelijk dat de rechtsorde maar eens op de helling moet, dat beginselen van gelijkheid niet meer tellen, dat Nederlanders van buitenlandse afkomst tweederangs burgers zijn en dat daar ook eigenlijk niks op tegen is?

Tussen feit en beeld valt vaak een lange schaduw. Politieke `signalen' richten zich dan vaak eerder op het beeld dan op het feit. Het Nederlandse asielbeleid, bijvoorbeeld, is onder Paars ondubbelzinnig harder geworden, een ommekeer die nu resultaat begint op te leveren. Toch staat Paars te boek als soft on buitenlanders en leeft onder grote groepen het doembeeld dat dit land wordt overspoeld door asielzoekers. Uit een enquête van VluchtelingenWerk Nederland bleek vorige week dat bijna veertig procent denkt dat er in 2001 tussen de 75.000 en 200.000 asielzoekers binnenkwamen. In werkelijkheid waren het er 32.000. Nog veel misschien, maar ook zés keer minder dan vooral lager opgeleiden en jongeren blijkens de enquête denken. Ook gelooft bijna veertig procent dat er in 2001 meer vluchtelingen kwamen dan een jaar eerder, terwijl het omgekeerde waar is: het waren er een kwart minder.

Als er zo'n diepe kloof bestaat tussen het zelfbeeld van een bevolking en de werkelijkheid, hoe zullen de `signalen' van Nawijn en anderen dan worden opgevat? In Rotterdam in elk geval als volgt. Michiel Smit, gemeenteraadslid voor Leefbaar Rotterdam, verdedigde Nawijn in debat met Tweede-Kamerlid voor GroenLinks Naïma Azough, afgelopen vrijdag in Nova, met de onnavolgbare quasi-helderheid die zijn partij eigen is. Toen Azough het verwijt `racisme' van stal haalde (en ja, dan weet je het wel), wilde Smit wel even uitleggen hoe het werkelijk zat in Nederland. ,,We hebben de kut-Marokkanen en we hebben de ok-Marokkanen'', doceerde hij, met het zelfvertrouwen van de politicus die door de stembus is gerustgesteld dat hij begrijpt hoe de samenleving in elkaar steekt. En na deze compacte maar heldere uiteenzetting volgde, uiteraard, een voorbeeld. Hij keek Azough aan en zei: ,,Als u een ok-Marokkaan bent, dan hebben we helemaal geen problemen met u.'' Het Kamerlid keek of ze het in Keulen, of wat dichterbij aan de Coolsingel, hoorde donderen bij deze nieuwe, genderoverstijgende politieke begrippen.

Niemand in dit land zal vermoedelijk hevig tegenstribbelen als jongeren die zich toeleggen op straatroof en overvallen stevig worden aangepakt ook de Marokkaanse gemeenschap niet. Niemand zal bezwaar maken tegen optreden tegen zware misdadigers, of het nu Noordhollandse drugshandelaren, Utrechtse bouwkartels of corrupte gemeenteambtenaren zijn. Maar de manier waarop Nawijn, Schonewille en Smit hun signalen afgeven gaat een heel andere kant op: hier worden tweederangs burgers gecreëerd langs etnische scheidslijnen. Want nu ben je een `ok-Marokkaan', morgen kan het anders zijn. Dat is geen beheersing of regulering van immigratie en integratie meer, het is de lamme boodschap dat immigratie een vloek is, die over ons is gekomen.

Als dat zo is, begint het optreden van deze nieuwe politici te lijken op dat van de krakers die in de jaren tachtig Amsterdam terroriseerden met hun zogenaamd solidaire eigenrichting. Zij hielden de burgerlijke samenleving voor: jullie rechtsorde is de onze niet. Wat deze bewindslieden hun achterban voorhouden in de strijd tegen allochtone criminelen is een variant daarop: onze rechtsorde is de hunne niet. Het is besturen met een omgekeerde bivakmuts op. Naïma Azough heeft gelijk, zoals Wim Kok gelijk had over de beweging van Fortuyn: dit is tweedracht zaaien en groepen tegen elkaar opzetten.

De spanningen van de multiculturele samenleving in Nederland moeten op twee fronten worden bestreden: een aanpak van schooluitval, straatcriminaliteit, die hoog is onder Marokkaanse jongens, en, zoals Nawijn óók belooft, van geweld tegen vrouwen. Maar ook een veel energieker en intensiever aanjagen van integratieprocessen en de deelname van allochtonen op de arbeidsmarkt en in het onderwijs. Waar blijft het nieuwe plan voor inburgering, waarom wordt het aanbod aan talencursussen niet drastisch vergroot terwijl allochtonen daar al jaren voor in de rij staan? Het kabinet fixeert zich op repressie, geheel in de geest van zelfbeklag en verbittering die over Nederland vaardig is geworden. Maar dat is maar het halve verhaal. De integratie van nieuwkomers in Amerika bijvoorbeeld is mede mogelijk omdat dat land gebouwd is op een ideaal dat etnische scheidslijnen overstijgt: de belofte van een kans op persoonlijke lotsverbetering, succes en welvaart. Nederland is niet gebouwd op zo'n droom, maar het wordt wel tijd dat dit kabinet, dat de mond vol heeft van normen en waarden, een poging doet zo'n wervend ideaal te formuleren: geef eens een inclusief signaal af, in plaats van één gericht op uitsluiting. Nu is de motor achter het kabinet-Balkenende helaas vooral een angstdroom.