Een gezond exemplaar

Hij stond in een jachtwinkel aan de Roestaveli-avenue stof te verzamelen. Iets in de blik van deze opgezette adelaar trof me, dus kocht ik hem voor vijfentwintig euro. Hoe hem nu van de Georgische hoofdstad Tbilisi naar Moskou te vervoeren?

Obstakel één: de beambten van vliegveld Tbilisi. Dit kan zo niet, zei een dame van de gezondheidsdienst streng. ,,U dient de adelaar eerst door een veearts op ziektes te laten onderzoeken. Mogelijk moet hij in quarantaine.'' Dat het beest al jaren dood was, bleek een valide tegenargument. De vijf dollars hielpen ook. Met een vergrootglas speurde zij pro forma onder zijn verentooi naar parasieten. ,,Een gezond exemplaar'', concludeerde ze tevreden. Ik kreeg een briefje met een stempel.

Obstakel twee: het vliegtuig. Na veel welles-nietes liet de stewardess mijn adelaar aan boord. De vlucht van Georgian Airlines was op één stoel na volgeboekt. Bij het opstijgen hield ik de adelaar – spanwijdte anderhalve meter – op schoot. Zijn vleugel kroelde door het snorhaar van mijn buurman. Eenmaal in de lucht brak de goedmoedige Georgische volksaard door. ,,Wij passen wel even op hem'', boden twee mannen aan die aan weerszijden van de enige vrije stoel zaten. Daar stond mijn adelaar de rest van de reis op een koffer, zijn vleugels vriendschappelijk om hun schouders geslagen.

Obstakel drie: de Russische douane. De adelaar paste met moeite in het röntgenapparaat van vliegveld Vnoekovo. Een douaneman keek verrast op van zijn beeldscherm: mijn aanwinst had een stalen skelet. ,,Dit is tegen de wet'', zei hij gedecideerd. Welke wet? We zijn toch mensen onder elkaar? Is het dan geen mooie adelaar? Ik tastte al naar mijn portemonnee voor de steekpenningen, maar het bleek niet nodig. Na ruggespraak met zijn baas zei de douaneman zuinig: ,,Goed dan, maar dit is echt de laatste adelaar die u de Russische Federatie binnenbrengt.''

Ik beloofde het met de hand op mijn hart. Nu zoek ik een opgezette beer.