De vreemde bakens van Ben van Berkel

Ben van Berkel is de lieveling van het Nederlands Architectuurinstituut (NAi) in Rotterdam. Van Adri Duivesteijn, de eerste NAi-directeur, mocht hij in 1993 de directeurskamer van het toen pas betrokken nieuwe instituutsgebouw in Rotterdam ontwerpen. Kristin Feireiss, de tweede directeur, gaf hem in 1996 twee tentoonstellingen in het NAi. De ene ging over de door hem ontworpen Erasmusbrug in Rotterdam, de andere bestond uit Van Berkels alzijdig gekromde Nederlandse paviljoen voor de Triennale in Milaan. En nu heeft de nieuwe, derde directeur, Aaron Betsky, als een van zijn eerste grote daden Van Berkel een omvangrijke overzichtstentoonstelling gegund in de grote zaal van het NAi. UN Studio - UNfold heet de expositie.

Wat Van Berkel en zijn partner Caroline Bos zo geliefd maken onder directeuren en critici, is in de eerste plaats dat zij altijd eigentijds zijn: als geen andere Nederlandse architect zijn ze gevoelig voor de heersende mode. Niet toevallig beweren Van Berkel en Bos dat architecten de `modeontwerpers van deze eeuw' zijn. Vijftien jaar geleden begon Van Berkel zijn loopbaan als een deconstructivist en ontwierp hij gebouwen met scheve vormen. Midden jaren negentig was hij in de ban van de computer en leek hij een `blob'-architect te worden. Maar nu de computerblobs hun beste tijd alweer gehad lijken te hebben, doet Van Berkel aan wat hij zelf `deep planning' noemt. Hierbij spelen statistische gegevens en diagrammen, waar ook een bureau als MVRDV graag mee goochelt, een belangrijke rol.

Bovendien zijn Van Berkel en Bos, die hun bureau sinds 1998 hebben omgedoopt tot UN Studio, ook buitengewoon productieve architecten. Hun oeuvrelijst is indrukwekkend lang en ook buitengewoon gevarieerd, van villa's tot winkelcentra en van musea tot spoorwegstations. Hun gebouwen proberen ze ook te voorzien van een theoretische fundering. Ze spreken en schrijven het architectuurlatijn dat een architect moet beheersen om, zoals Van Berkel en Bos, uitnodigingen te krijgen om les te geven aan dure Amerikaanse universiteiten. Hiermee krijgt de bezoeker in het NAi al in het begin van de tentoonstelling te maken. Daar is een video te zien waarin Ben van Berkel in strompelend Engels uitlegt wat hun streven is. Ook in de catalogus staan er voorbeelden van, vooral in het interview met Van Berkel en Bos: ,,The image of the fold contains the ambiguity of the border between inside and outside, and (...) can also be read as a comment on the awareness of the transitions between different scales and the connectedness between different fields'', zeggen ze.

Wie in 1996 Van Berkels kronkelende paviljoen in het NAi heeft gezien, zal versteld staan van de gewone vormgeving van de huidige tentoonstelling. Er staan alleen negen rechthoekige kabinetten opgesteld in de grote zaal. In elk kabinet worden een of verschillende ontwerpen van Van Berkel behandeld aan de hand van mooie maquettes, schetsen, foto's, video's, aquarellen en teksten. Maar bij nadere beschouwing blijken deze presentaties toch ongewoon. Er hangen vaak reusachtige foto's die niet een duidelijke, min of meer objectieve indruk geven van een van Van Berkels gebouwen, maar bestaan uit associatieve, bijna surrealistische beelden die met behulp van de computer zijn bewerkt.

Op een van de foto's duiken in het museum Het Valkhof in Nijmegen ineens de vage gestalten op van mode-ontwerper Yves Saint-Laurent en enkele mannequins. Op de wanden van de kabinetten zijn Engelse teksten met literaire pretenties aangebracht, die slechts vaag of helemaal geen verband lijken te hebben met de gebouwen. Pas wie de catalogus leest, merkt dat ze afkomstig zijn uit langere verhalen waarin Van Berkels gebouwen een rol spelen.

Van Berkel heeft een tentoonstelling gemaakt zoals Rem Koolhaas, de grote roerganger van de Nederlandse architectuur, in 1996 zijn boek SMLXL samenstelde. In SMLXL toonde Koolhaas niet alleen zijn ontwerpen, maar liet deze vergezeld gaan van allerlei soorten teksten, statistieken, citaten en foto's van en over alles en nog wat. Met UN Studio – UNfold willen Van Berkel en Van Bos nu ook laten zien dat ze een buitengewoon brede opvatting van architectuur hebben. Zo laten ze in de catalogus weten dat ze sinds een paar jaar onderzoeken hoe (beeldende) kunst kan worden gebruikt in de architectuur. Volgens hen is de huidige architectuur te beperkt en te eenduidig. ,,We willen het perspectief verbreden tot een die in staat is om meer tegenstellingen, vragen, intuïties en tweeslachtigheden te omvatten'', zeggen ze in de catalogus.

De belangrijkste `tweeslachtigheid' bij Van Berkel en Bos is, zo blijkt uit de tentoonstelling, het streven hun gebouwen `vreemde bakens' te laten zijn. Er is een grote behoefte aan houvast in de huidige wereld die door globalisering en digitalisering steeds onzekerder wordt, zo stellen Van Berkel en Bos vast. UN Studio wil deze houvast wel geven, maar niet in de vorm van brave, geruststellende, traditionele gebouwen. ,,In hun gebouwen intensiveren ze het moderne landschap en vormen het om tot stevige objecten, waarin we onszelf en onze fysieke omgeving op een vreemde manier kunnen herkennen.'', zo valt te lezen op het inleidende tekstbord in het NAi.

Totnutoe is het Van Berkel en Bos nog niet echt gelukt om `vreemde bakens' te maken. Hun Erasmusbrug is ontegenzeggelijk een baken geworden in Rotterdam, maar `vreemd' kan deze brug niet worden genoemd. En als hun gebouwen wel echt `vreemd' zijn, zoals hun winkelcentrum aan de Nieuwezijds Kolk in Amsterdam, dan worden ze geen baken – of het zou moeten zijn dat ook een om zijn lelijkheid algemeen gehaat gebouw houvast kan geven. Het lijkt dan ook op een onmogelijk streven: de daze wereldburger houvast bieden met gebouwen die `vervreemding' oproepen.

Tentoonstelling: UN Studio - UN fold. Ben van Berkel en Caroline Bos 1987-2002. T/m 29 september in Nederlands Architectuurinstituut, Museumpark 25 Rotterdam. Geopend: di t/m zo 10-17u; za en zo 11-17 u. Catalogus 33,50 euro.