Alte Meister, natte voeten

De les na de watersnood in Dresden: geen kunstdepots meer bij de Elbe. Rubens en Rafaël nooit in de kelder. Maar de collecties zijn nog gespaard.

In het Albertinum staat gebroederlijk naast elkaar wat niet bij elkaar hoort. Beelden van Apollo en Hercules naast een miniatuur van Hans Holbein. Een biedermeier kop met pijpenkrullen naast een zuil met hiërogliefen. Aan een buste die met de rug naar het gangpad staat, hangt een briefje. ,,Bovenstuk, hoort bij ASN 2828.' In de nacht dat het water kwam hebben 200 vrijwilligers de kelder van het museumcomplex in hartje Dresden leeggeruimd. Elfduizend voorwerpen in totaal. De zaal op de begane grond, doorgaans voorbehouden aan enkele beelden uit de klassieke oudheid, veranderde in een immense vlooienmarkt voor gipsbeelden. De wanorde die toen ontstond is nu de ludieke getuige van een bijna-catastrofe.

Een halve kilometer verderop, in de wereldberoemde Gallerie Alte Meister in de Dresdner Zwinger staan de olieverfschilderijen soms met vijf, soms met vijftien tegen elkaar op de grond. Kleine kussentjes beschermen de vergulde lijsten. In de Gallerie, tot nader orde voor het publiek gesloten, is het vochtig en heet. Er is geen stroom, geen controle over temperatuur en luchtvochtigheid. Op de tweede verdieping temt een Neptunus van Rubens (1635) onverdroten woeste golven.

Ook hier werd het depot inderhaast geëvacueerd, toen het water door de schacht van de gehandicaptenlift in de kelder gutste. In een tijdsbestek waarin museummedewerkers normaal een handvol schilderijen verplaatsen werden duizenden oude meesters in veiligheid gebracht. ,,Het was krankzinnig', vertelt een directeur. ,,Tientallen mensen bij kaarslicht in een kelder waarin al water stond. In hun handen al die kunstschatten. Sommige zijn zo waardevol en zo fragiel dat ze eigenlijk nooit bewogen worden.' Nu moeten ze allemaal op schade worden onderzocht. De kelders zijn inmiddels leeggepompt, de technische installaties zijn verloren. In de ondergrondse kunstbunker, tussen 1988 en 1992 voor 50 miljoen euro aangelegd, schuifelen medewerkers met zaklantaarns over de spekgladde vloer.

Op de Theaterplatz tussen Zwinger en Semperoper gaan noodtoestand en alledag inmiddels hand in hand. Generatoren pompen nog steeds water uit kelders, even verderop besproeit een medewerker van de plantsoenendienst weer de perkjes.

Op een verhoging liggen 35 paar handschoenen te drogen, ernaast stopt een bus met toeristen. Vandaag wordt de binnenplaats van de Zwinger weer voor publiek opengesteld, evenals een aantal kleinere exposities.

Matthias Rössler, minister van wetenschap en cultuur in Saksen, maakt de balans op: ,,De kunstwereld in Dresden heeft zeker tot het einde van het jaar nodig om weer enigszins normaal te kunnen functioneren.' De overstroming heeft, schat Rössler, voor ongeveer 60 miljoen euro schade toegebracht aan kunstschatten in zijn deelstaat [Vervolg DRESDEN: pagina 8].

DRESDEN

Gered door koelcel slager

De kunstwerken uit de belangrijkste collecties in Dresden zijn weliswaar gered, maar de schade aan historische gebouwen en de infrastructuur van musea, concertzalen en theaters in de stad is enorm. Voor veel collecties in kleine musea op het platteland kwam hulp te laat. In het door overstromingen zwaar gehavende plaatsje Grimma doorweekte de vloed duizenden oude manuscripten. De belangrijkste stukken kon de directrice van het plaatselijke museum nog net uit het water vissen. Om het verval te stoppen bracht ze ze onder in de koelcellen van de bakker en de slager.

De exacte schade aan de gebouwen in Dresden is nog onduidelijk. Eerste onderzoeken hebben aangetoond dat de gebouwen stabiel zijn. Hoe lang het zal duren voordat de fundamenten van de zandstenen barokjuweeltjes weer droog zijn, durft Rössler niet te zeggen.

De Semperoper blijft vermoedelijk tot eind dit jaar gesloten, de opera vergoedt de inmiddels verkochte kaartjes. Ook in de opera is de gehele technische installatie vernield. Doorweekte partituren zijn naar specialisten gestuurd om te drogen. Vleugels, pauken en een piano gingen verloren. Evenals de kostuums van vier voorstellingen en het gehele schoenendepot. De grote zaal bleef gespaard.

Martin Roth, directeur van de Staatliche Kunstsammlungen Dresden en voorzitter van de vereniging van Duitse musea, probeert de interesse van de media in de ramp aan te wenden voor de wederopbouw. Roth heeft geld nodig. Ongeveer 20 miljoen euro. Twee miljoen euro aan schenkingen is inmiddels binnen. Elke dag dat de musea in Dresden gesloten blijven kost 20.000 euro. Roth troont de verslaggever daarom mee naar bouwvergadering en crisisoverleg. ,,De wereld moet weten dat Dresden nog leeft.'

Tijdens beraad met bouwambtenaren worden lessen getrokken uit de watersnoodramp. In de toekomst wil men het weer doen zoals vroeger: het belangrijkste boven in een gebouw. Geen cruciale leidingen meer in de kelder. En de oude meesters gaan nooit meer terug naar de catacomben onder de Zwinger, stelt Roth. ,,Ik ga met Bellotto niet meer in dat aquarium, dat kan ik niet verantwoorden.' Als een door geldnood geplaagde ambtenaar betoogt dat alternatieven niet snel voorhanden zijn fulmineert Roth: ,,Oude meesters terug in het depot? Nooit. Men zou ook geen vuurtje stoken in het pakhuis van Dagobert Duck.' Achteraf gezien, zegt minister Rössler, was het ,,ronduit een misslag' om een depot voor Rubens en Rafaël zo dicht bij de Elbe te vestigen.

Vrijdagmiddag kwamen de museumdirecteuren uit Dresden voor het laatst in crisiszitting bijeen in de werkkamer van Roth in het Albertinum. In de hoek staat een veldbed. Er wordt gesproken over beveiliging en geïmproviseerde exposities. ,,De acute crisis is voorbij', concludeert Roth. ,,Nu begint een slepende en moeizame fase. Hoe het precies verder gaat, weet ik nog niet.'