Ruzie om sterren in West End

De Britse acteursvakbond Equity heeft felle kritiek op de instroom van Amerikaanse Hollywoodsterren in de Londense theaters. Directe aanleiding is de komende voorstelling A Streetcar named Desire van het National Theatre, waarin filmster Glenn Close de rol van Blanche Dubois speelt. Ook de andere hoofdrollen worden vertolkt door Amerikaanse en Australische spelers. Volgens de vakbond zou het prestigieuze National Theatre ,,de vaandeldrager van Brits talent'' moeten zijn.

Een woordvoerster van het theater legt de kritiek naast zich neer. Volgens haar geeft het theater genoeg werk aan een flink aantal Britse acteurs. De vakbond valt vooral over deze kwestie omdat het een gesubsidieerd gezelschap betreft. In de commerciële theaters van de Londense uitgaanswijk West End is het al langer mode om Amerikaanse sterren te casten om de tanende bezoekcijfers op te peppen.

Vooral het optreden van popzangeres Madonna in het toneelstuk Up for Grabs kreeg veel aandacht. De trend begon in 1998 met Kevin Spacey in The Iceman cometh. Later volgden Nicole Kidman – door een criticus ,,theatraal Viagra'' genoemd – Gwyneth Paltrow, Matt Damon, Kathleen Turner en Woody Harrelson. Ook opkomende Hollywoodsterren staan nu in West End, zoals Hayden Christensen (Anakin Skywalker in Star Wars II) en Anna Paquin (The Piano). De sterren verdienen op het Londense toneel een schijntje van wat ze thuis voor een film krijgen, maar een toneelrol in Engeland staat chic op hun cv. Critici vinden het casten van de Amerikanen een marketingtruc, die de kwaliteit van het theater naar beneden haalt.