Lowlands: een kunstzinnige modderkermis

Twee voetgangersstromen tekenden zich af in de troosteloze blubberbende na de regenbuien van zaterdag. Op de betonnen paden schuifelden zij die hun schoeisel nog enigszins toonbaar wilden houden. Door de modder aan weerszijden ging het sneller, maar daar moest je bereid zijn om soms tot aan je enkels door de modder te waden. De 60.000 bezoekers van het Lowlandsfestival lieten zich er niet door weerhouden om, misschien wat langzamer dan anders, op zoek te gaan naar popmuziek, theater, film, voedsel, aanspraak of dansplezier. Het wonder van de Flevopolder voltrok zich voor de tiende keer, en weer werden er meer mensen toegelaten op het terrein dat al vóór de modderkermis een overbevolkte indruk maakte.

Voor de organisatie is Lowlands inmiddels business as usual. Er waren de kunstzinnige verschijnselen als steltlopers en straatartiesten. Een acteur verkleed als de paus deelde condooms uit en sprak zijn dank uit voor de bloemen. Er was het flauwiteitenkabinet in de Foxtrot-tent met de oubollige kermisklanten Wipneus en Pim met alwéér die Ome Willem met zijn Broodje poep en met zang van Anita Meyer en Ronnie Tober. En er waren uiterst gewilde en altijd volgeboekte theatervoorstellingen.

Het muziekprogramma werd dit jaar niet gekenmerkt door een grote bevlogenheid in de keuze van de honderden optredende artiesten. Waar de programmaselectie eerder trendsettend was in verrassende nieuwkomers en rijzende sterren, werd nu veelal pas op de plaats gemaakt met bands die in de marketingplannen van de platenindustrie figureren, of die al eerder opwinding veroorzaakten op andere Nederlandse podia.

Onder het Lowlandspubliek tekent zich een opmerkelijke verandering af. De muziekliefhebbers die vijf jaar geleden nog bijna allemaal in T-shirts van hun favoriete bands gehuld gingen, maakten plaats voor kapitaalkrachtige popcultuurconsumenten in merkkleding. Geld speelde geen rol bij de aanschaf van een stuk watermeloen (3,50 euro) of een baseballpetje van de groep Korn (30 euro). Voor het eerst klonk de herrie van de commercie uit boven het lawaai van de muzikanten, vanuit de opzichtige Bacarditent waar een housebeat de muziek van het Dommelschpodium overstemde en in de Indiatent die op zaterdag geheel werd afgehuurd door de Essent Awards met onbeduidende, want niet op eigen merites voor Lowlands uitverkoren groepen.

Nieuw en leuk was de openluchtgalerie van beeldende kunstenaars, met een Love Hotel waar in gestapelde hokken met matras en schone lakens een liefdesnest of een rustplaats voor een uur gehuurd kon worden. In het hoerige interieur van de `Literaire Afwerkplek' kon een een-tweetje of een trio worden aangegaan met een dichter of een schrijver die voordroeg uit eigen werk. Tim Krabbé kon je er treffen, of Rick de Leeuw, of zomaar een onbekende maar briljante dichter. Wie verderop de geluiddichte deur van de éénpersoonsdisco open trok werd geconfronteerd met donderend lawaai, rook en knipperlicht.

Waar liefhebbers van dance en rock bij eerdere Lowlandsedities dichter bij elkaar werden gebracht, werd het deejaygeweld nu weer overzichtelijk samengebald in de Bravotent. Soms was daar een aardige crossover te aanschouwen, zoals die van het Franse P18 (spreek uit: Pee dix-huite) dat house- en hiphopbeats mengde met opzwepende Afrikaanse dans. Tussen Nederlandse toppers als deejays Tiësto en Timo Maas werd verreweg de levendigste, want live gespeelde dansmuziek gemaakt door de Braziliaans/Nederlandse groep Zuco 103, die regen en modder deed vergeten met hun grensoverschreidende mix van bossanova en elektropop. De swingende en zachtmoedige latinklanken van Zuco 103 veroorzaakten tijdens de windstilte van zaterdagavond een ware cultuurclash met de lompe, satanische black metal van Dimmu Borgir uit Noorwegen, die aan de overkant van het veld uit de Golf-tent bulderde.

Het kampeerfestival begon feestelijk met de Iers/Amerikaanse folkpunk van Flogging Molly, een groep die de Ierse drinkebroerstraditie van The Pogues en The Dropkick Murphys hooghield. Andere interessante combinaties werden teweeggebracht door The Notwist uit Duitsland en de Engelse Cooper Temple Clause, die elk op hun manier een boeiende manier hebben gevonden om elektronica te incorporeren in melodieuze popmuziek. The Notwist deed dat ingetogen en bestudeerd, als laboranten die de gouden formule hebben gevonden om Joy Division en New Order in precies de juiste verhouding te mengen, terwijl The Cooper Temple Clause veel wilder tekeer ging met bliepende Hawkwind-geluiden in een rockshow die The Clash of de New York Dolls waardig zou zijn geweest.

Rockmuziek was er in alle soorten en maten, van dampend en rommelig door het Nederlandse Peter Pan Speedrock, tot bijna mathematisch van precisie door het Amerikaanse Filter. De vuilnisbakkenblues van de Jon Spencer Blues Explosion deed het goed bij een zonnetje in de open lucht, waar de doemmuziek van Black Rebel Motorcycle Club juist lekkerder galmde in een donkere tent.

Verreweg de populairste rockstroming van nu is de `nu-metal' van Incubus en Korn, allebei goed voor vele duizenden moddervoeten rond de grote Alphatent. In het roboteske metalgenre vertegenwoordigt Incubus een wat melodieuzere richting die hier niet geweldig uit de verf kwam, waarschijnlijk omdat Korn had bedongen dat het geluid van hun voorprogramma niet op volle sterkte om ieders oren mocht worden geslingerd.

Des te groter was de impact van Korn-zanger Jonathan Davis en zijn indrukwekkende machine van pompend en zuigend decibellengeweld, waarboven zijn stem uittorende als het indringende gejengel van een dreinend kind; niet zoveel anders dan Ozzy Osbourne in zijn hoogtijdagen met Black Sabbath. De overmaat aan rockgeweld kon worden ontlopen bij de enthousiaste reggae van Beef, hiphop in vele soorten en talen en de Elvis-dansmix van Junkie XL.

Het verfrissendste geluid van het festival kwam van de Siciliaan Roy Paci en zijn in onberispelijke mafia-krijtstreepkostuums gehulde orkest Aretuska. Paci, getraind als trompettist bij Manu Chao, zette vermoeide heupen in beweging met een onweerstaanbare mengeling van ska, showdeunen en begrafenismarsen.

Een nieuwe trend zal het niet gauw worden, daarvoor paste het te weinig in de jeugdige waan van het moment en de Breezercultuur (laffe limonade met alcohol) waarin Lowlands grossierde. Te veel, te groot, te nat, te vet en te duur: van de bomen kon je er soms het bos niet meer zien. Leuke activiteiten waren er genoeg; alleen de Lowlandstraditie van het hopseflopsen (ochtendgymnastiek in slaapzaak) kon niet doorgaan door de regen.

Lowlands Festival. 23, 24 en 25/8 Sixflagsterrein bij Biddinghuizen, Flevopolder.