Hazes zingt over een zwaar leven

Het moeten een paar akelige uren zijn geweest die André Hazes zaterdagavond vlak voor zijn optreden in het Olympisch Stadion in Amsterdam doormaakte. De regen stroomde naar beneden. In de omgeving van het Stadion was het verschil tussen straat en stoep niet meer te zien. Het waren 36.000 natte mensen die het openlucht-stadion binnen dromden. De vilten André Hazes-hoedjes die bij de ingang verkrijgbaar waren, deden vooral dienst als regenhoed.

Maar het concert ging door en om precies kwart over negen, toen de regen iets afnam, stond hij daar: Hazes, als een oude gangster in een zwart pak, geflankeerd door een uitgebreide band en een drieentwintig-koppig orkest. Hij opende met Volare en stoomde gelijk door met Slinger aan de Wand en Zeg Maar Niets Meer. Uit de kleine onbeweeglijk staande man komt een wisselend geluid: wat geknepen in de woordrijke coupletten, maar imposant in de uithalen van het refrein. De trillingen, de snik, de emoties van een zwaar leven – Hazes heeft ze paraat.

André Hazes is vorig jaar vijftig geworden. Naar eigen zeggen heeft hem dat doen inzien dat hij er `iets van moet maken' in dit bestaan. Zijn nieuwe cd heet Strijdlustig en de teksten liegen er niet om. In de nieuwe single Bloed, Zweet en Tranen luidt de uitsmijter: `Geen gezeur meer aan m'n kop/ Ach, rot nu maar op'. Hazes mag dan een onverwachte ster lijken, de aantrekkingskracht zit hem ongetwijfeld in zijn ongezouten aplomb. In Hazes' woorden, accent, en in de lefgozer-bakkebaarden die als bliksemschichten van zijn slaap naar zijn kaak schieten is de volksjongen uit de Amsterdamse Pijp nooit ver weg. André Hazes is `echt'. Dat weten we vooral sinds John Appel de documentaire Zij Gelooft in Mij (1999) over hem maakte, waarin we een oprecht getroubleerd mens zagen.

Veel langer dan vier nummers kan Hazes niet achter elkaar zingen. Daarom waren er zaterdagavond verschillende gasten uitgenodigd die hem afwisselden. Dat leverde pijnlijke taferelen op. Jody Bernal werd weggejouwd en zangeres Kate Ryan playbackte een hopeloze house-stamper. De Ier Johnny Logan was meer op zijn plaats. Zijn duet met Hazes You've Lost That Loving Feeling werd een hoogtepunt van het concert: twee zangers die samen alle schakeringen van het mannelijk liefdesleed wisten te treffen.

Al bleven de nuances van het harpspel en de akoestische gitaar zo goed als onhoorbaar, de weergave van deze tour de force in de regen was redelijk. Vooral Hazes' stem mocht schallen en scheuren. Dat deed hij in hits als Zij Gelooft in Mij, De Vlieger en vooral in het imposante Geef me je Angst (`Geef me je angst, ik geef je er hoop voor terug'), dat laat horen dat Hazes' attractie voor een deel ook schuilt in zijn bijna therapeutische benadering van menselijk leed. Een Beetje Verliefd werd niet gezongen, dat is hij waarschijnlijk ontgroeid. De uitsmijter van het concert was nu Zoveel Jaren, Hazes' versie van Gary Moore's Still Got The Blues.

Na afloop van het anderhalf uur durende concert werd Hazes afgevoerd door een Amerikaanse politiewagen met loeiende sirenes, en twee motoragenten. Minzaam zwaaiend was de Nederlandse King op weg naar huis.

André Hazes. Gehoord: 24/8 Olympisch Stadion, Amsterdam.