Cultureel erfgoed

,,De Amsterdamse burgemeester Cohen zei het vorig jaar al bij de opening van het Theaterfestival: `als je over cultureel erfgoed spreekt, moet je dat niet alleen betrekken op monumenten, architectuur en beeldende kunst, maar ook op minder tastbare kunstuitingen als het toneel en de muziek. Hij noemde met name het Concertgebouworkest. Dat muzikale erfgoed moet niet alleen worden veilig gesteld maar ook worden uitgebouwd.''

Maarten van Veen, ex-topman van Hoogovens, is voorzitter van het bestuur van het Koninklijk Concertgebouworkest, opgericht in 1888. Onder leiding van Willem Mengelberg verwierf het orkest al snel internationale roem , met voortreffelijk spel, maar ook door grote tradities in het spelen van muziek van Bach, Bruckner en Mahler en contacten met eigentijdse componisten. Het Concertgebouworkest zoekt naar extra financiën voor het instandhouden en uitbouwen van die traditie.

,,Kwalificaties als `Cultureel ambassadeur van Nederland' en `Boegbeeld van de Nederlandse cultuur' die het orkest heeft verworven, zijn gebaseerd op een rijke historie. Het is goed dat die de laatste jaren uitvoerig is vastgelegd in allerlei boeken over de eerste eeuw van het orkest, over Bruckner, over de Vijfde symfonie van Mahler en over de Amsterdamse geschiedenis van de Matthäus Passion. Truus de Leur werkt aan een boek over de dirigent Eduard van Beinum. En er zijn cd-boxen verschenen met opnamen van Mengelberg, Van Beinum, Haitink.

,,Die rijke historie schept grote verplichtingen en is ook vooral een fundament waarop in het heden moet worden voortgebouwd. Dat roemrijke verleden heeft nog steeds een grote betekenis. Riccardo Chailly voelde zich daardoor aangesproken, hij heeft zich daarin grondig verdiept en is daarop doorgegaan. Het verleden leeft zo voort, hij heeft een ander licht geworpen op Mahler en het repertoire en de activiteiten van het orkest enorm uitgebreid.

,,De kwaliteit van het orkest werkt als een magneet. De concertmeesters Alexander Kerr en Vesko Eschkenazy zeggen dat ze als jongens al platen hadden van het Concertgebouworkest en dat ze het zagen als een ideaal om daarin te kunnen spelen. Het Concertgebouworkest leeft in symbiose met het Concertgebouw en die fantastische akoestiek, die juist hele hoge eisen stelt.

,,De staat en de stad Amsterdam zorgen met subsidies voor iets meer dan de helft van ons budget. We hebben sponsors, maar we werven ook particuliere financiën via donateurs, het `Gouden Gilde' en erflaters. We zijn bezig met het bijeenbrengen van een fonds van veertien miljoen euro. Bijna de helft daarvan is nu bijeengebracht. De opbrengst van dat vaste kapitaal, dat in stand blijft, wordt besteed aan de aankoop van prachtige instrumenten. Jonge orkestleden kunnen masterclasses volgen. We kunnen stages voor toekomstige orkestleden organiseren.

,,Sommige culturele fondsen, die wij om bijdragen benaderen, zeggen dat ze alleen schenken aan tastbaar `cultureel erfgoed'. Dan steek ik nu mijn vinger op en zeg: `wij als Concertgebouworkest horen óók bij het cultureel erfgoed, al is het niet tastbaar. Met wie dat anders en beperkter ziet omdat muziek `vluchtig' is, willen wij graag praten en in discussie gaan.

,,Er zijn met enige regelmaat heel bijzondere uitvoeringen, waarbij publiek, orkest en dirigent aanvoelen dat er iets unieks gebeurt. Dat onvoorspelbare van muziek, waarbij de ene uitvoering nóg mooier is dan de andere en waarbij een intense collectieve emotie ontstaat, dat is juist het bijzondere en ongrijpbare van muziek.''

Stichting Donateurs Koninklijk Concertgebouworkest: (020) 6792211.