Conferenties maken aarde nog niet schoon

Alle goede bedoelingen van de Earth Summit van Rio de Janeiro in 1992 ten spijt, is de wereld vuiler, voller en verspillender geworden. En ook een stuk nuchterder.

Aan de natuur kan het niet meer liggen. Die heeft er de afgelopen weken alles aan gedaan om van de duurzaamheidconferentie in Johannesburg die vandaag begint – de grootste conferentie die ooit door de Verenigde Naties is georganiseerd – een succes te maken. De regen, die van Europa tot China heeft huisgehouden, was een krachtig signaal om serieus werk te maken van de zorg voor het milieu. Daarbij doet het er niet eens zo veel toe of dat water nu werkelijk een voorproefje was van de gevolgen van het versnelde broeikaseffect, of gewoon een gril van het klimaat.

Toch is het de vraag of die waarschuwing veel zal helpen. Want tien jaar na de zogeheten Earth Summit in Rio de Janeiro is er van de daar gestelde doelen nog maar weinig terechtgekomen. En destijds was het optimisme over het slagen van de conferentie veel groter dan nu, aan de vooravond van Johannesburg.

Het was, zo kort na het einde van de Koude Oorlog, een andere tijd. Politici droomden nog over een nieuwe wereldorde. Milieuactivisten hoopten op een soort verklaring over de rechten van de natuur, vergelijkbaar met die over de rechten van de mens. In Rio bewonderde Al Gore, toen nog een onbeduidende senator, de `boom van het leven', riep oud-voetbalster Pele op tot een sociale omwenteling en mediteerde actrice Shirley MacLaine samen met de Dalai Lama. Tien jaar later is de wereld niet alleen vuiler, voller en verspillender geworden, maar ook een stuk nuchterder.

Op een aantal terreinen werden in Rio stappen gezet. De belangrijkste waren het klimaatverdrag, het biodiversiteitsverdrag en vooral de zogeheten Agenda 21, een soort actieplan voor de komende eeuw. Maar al snel werd duidelijk dat papieren afspraken niet vanzelfsprekend leiden tot concrete maatregelen. Het klimaatverdrag, dat van industrielanden vroeg om de uitstoot van broeikasgassen terug te dringen, werd weliswaar ondertekend, maar bevatte geen bindende afspraken. En toen die er in 1997 in Kyoto wel kwamen, haakten de Verenigde Staten – veruit de grootste producent van kooldioxide – uiteindelijk af. President Bush vreesde dat de concurrentiepositie van zijn land er te zeer door zou worden aangetast. En het is nog maar de vraag of Europa, dat het protocol enthousiast heeft ondertekend, de Kyoto-doelstellingen wel zal halen.

Het biodiversiteitsverdrag dat in Rio werd overeengekomen, is destijds al door de VS afgewezen. Dit verdrag heeft tot doel de variëteit van plant- en diersoorten te behouden. De mens heeft volgens het verdrag wel het recht om te putten uit de genetische bron die de natuur is, maar dient daarbij rekening te houden met een rechtvaardige verdeling van de uit het onderzoek voortvloeiende kennis en opbrengst. De VS vreesden dat ze hun biotechnologische kennis zouden moeten delen met anderen.

De trots van Rio was ongetwijfeld de Agenda 21, een ruim zevenhonderd pagina's tellend boekwerk, dat uitgaat van het idee dat voor een welvarende toekomst van de aarde ontwikkeling en milieubescherming hand in hand moeten gaan. De levensstandaard moet verhoogd worden zonder dat de aardbodem wordt uitgeput; met andere woorden, er moet gestreefd worden naar een duurzame ontwikkeling. In de Agenda 21 wordt een directe relatie gelegd tussen ontwikkelingshulp en duurzaamheid: verbetering van de welvaart in arme landen leidt tot een verlaging van het geboortecijfer. Daarmee wordt overbevolking en een al te grote belasting van het milieu voorkomen.

De Agenda 21 vereiste daarvoor dat er een geldstroom op gang zou komen van de geïndustrialiseerde landen naar de Derde Wereld, van jaarlijks ongeveer 140 miljard euro. Industrielanden zouden 0,7 procent van hun bruto binnenlands product beschikbaar moeten stellen aan ontwikkelingshulp, in plaats van de 0,35 procent die op dat moment gemiddeld werd gehaald.

Daarnaast zouden de rijke landen ook thuis de strijd moeten aanbinden met de overconsumptie en moeten zorgen voor een eerlijker verdeling van veelal uit ontwikkelingslanden afkomstige hulpbronnen. Handelsbarrières dienden te worden geslecht en wetenschappelijke kennis moest voor iedereen beschikbaar komen.

Tien jaar later blijkt dat de Agenda 21 vooral in goede bedoelingen is blijven steken. Harde afspraken ontbraken. Er waren geen nauwkeurig omschreven doelen, geen mechanismen om te controleren of landen zich daaraan hielden, laat staan straf voor het geval een land zich niet aan de afspraken hield. De ontwikkelingshulp is niet gestegen, maar gedaald, naar gemiddeld 0,22 procent van het bruto binnenlands product. Rijke landen stellen onder het mom van globalisering hun grenzen vooral open als het hun uitkomt. En de uitstoot van kooldioxide is sinds 1990 niet verminderd maar toegenomen met 10 procent (in de VS zelfs met 18 procent).

,,In sommige opzichten zijn de omstandigheden nu slechter dan tien jaar geleden'', erkent ook Kofi Annan, secretaris-generaal van de Verenigde Naties. Tijdens een toespraak in maart van dit jaar zei hij dat het woord `duurzaamheid' ,,eerder een bezwering van de problemen is geworden, dan een dwingende oproep tot concrete actie''. Maar, voegde hij er aan toe, duurzame ontwikkeling is ,,helemaal niet zo abstract als het misschien lijkt. Maar het is voor vele miljoenen mensen, en potentieel voor de hele mensheid, een kwestie van leven of dood.''

Uit vrees dat Johannesburg, net als de vier voorbereidende conferenties van de afgelopen jaren, blijft steken in goede bedoelingen, heeft Annan de onderhandelingen toegespitst op vijf thema's: water (drinkwater en riolering), energie (nieuwe vormen van duurzame energie), gezondheidszorg (bestrijding van besmettelijke ziekten, waaronder ook aids), landbouwproductie (verhogen van de productiviteit zonder dat de grond wordt uitgeput) en biodiversiteit (onderhoud van gevoelige ecosystemen).

,,Onze aandacht is de laatste tijd vooral gericht geweest op conflicten, op globalisering en sinds kort ook op terrorisme. We hebben daarbij onvoldoende erkend dat deze zijn gerelateerd aan duurzame ontwikkeling'', aldus Annan. Dat vindt ook de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken, Colin Powell. ,,Armoede, verwoesting van het milieu en wanhoop'', zei Powell, ,,zijn een onzalige drie-eenheid die landen en hele regio's kan destabiliseren.''

Dit zou voor Amerika, volgens velen de grootste dwarsligger en tegenstander van al te concrete afspraken, een reden moeten zijn om fors te investeren in duurzame ontwikkeling. Maar of dat er van komt is de vraag. Het belang dat de VS hechten aan deze conferentie blijkt vooral uit het feit dat Powell de Amerikaanse delegatie leidt, omdat president Bush geen zin had hiervoor zijn vakantie te onderbreken.

Recente artikelen in deze krant over de thema's die op de VN-conferentie over duurzame ontwikkeling aan de orde komen, zijn te lezen op: www.nrc.nl