Benen omhoog en omdraaien maar

Bij het NK fierljeppen was de regen zaterdag spelbreker. De sport die kracht, snelheid en behendigheid vereist, wordt sinds vorig jaar ook in Japan beoefend.

Voor Sinterklaas vroeg polsstokverspringer Hannes Scherjon (15) uit het Friese Noardburgum vorig jaar een videoband van de recordsprong van Aart de With uit Benschop. De With, zestien keer Nederlands kampioen, is de enige die tot nog toe meer dan 19 meter ver wist te springen. Zijn record van 19,40 staat al elf jaar in de boeken. De op een na beste sprong is maar liefst 55 centimeter minder ver.

Het Friese fierljeptalent, dat vorige week met 16,47 meter Fries kampioen werd, bestudeerde vooral de uitsprong van De With. ,,Hij heeft die band eindeloos bekeken en stilgezet'', vertelt zijn moeder Marie, die zaterdag op de tribune zat van de Grijpskerk Arena, waar haar zoon deelnam aan het 31ste Nederlands kampioenschap fierljeppen. Hannes Scherjon oefent vrijwel dagelijks in de tuin van zijn ouderlijk huis, waar een minispringschans staat met een zandbak. Bij het fierljeppen springt de deelnemer met een pols over een elf meter (senioren) of negen meter (junioren en dames) brede sloot, zweeft zo'n tien meter boven het water en springt zo ver mogelijk in het zandbed. De sport vereist kracht, snelheid en behendigheid. Hannes Scherjon traint van mei tot augustus drie keer per week en springt 24 wedstrijden per seizoen. Douwe Boersma van de Fryske Ljeppers Boun noemt hem `een lefgozer' die het ver zal schoppen.

In Grijpskerk waren de beste 48 topljeppers uit Holland en Friesland zaterdag aanwezig voor het NK. De regen was echter spelbreker bij de wedstrijd op de nieuwe accommodatie in het enige Groninger fierljepdorp. De organisatie besloot de wedstrijden voor dames, senioren (vanaf 20 jaar), junioren (van 15 tot 20) en jongens (12- 15 jaar) na zeventien sprongen af te lasten. Het kampioenschap werd verplaatst naar komende zaterdag. Dat was balen voor de fierljeppers, onder wie Bart Helmholt (20) uit Burgum. Helmhout is met 18.70 meter houder van het juniorenrecord en tevens Fries juniorenkampioen. Hij is de grote favoriet. ,,Die titel ga ik pakken.''

De Rotterdammer Pieter Hielema (30) staat met een blote voet in het zand. De andere heeft hij ingetaped met zwart rubber, nodig om de voet meer greep te geven op de ruim twaalf meter lange aluminium polsstok. ,,Alles is nat'', zucht hij. ,,Echt vervelend.'' Hielema leerde het fierljeppen op zijn tiende in Grijpskerk en is lid van de Hollandse Fierljep Bond afdeling Linschoten, die 120 leden telt. ,,Dit zou voorlopig mijn laatste wedstrijd zijn geweest'', zegt hij. ,,Volgende week ga ik een wereldreis maken, dus mis ik het NK.''

Fierljeppen begon als slootjespringen met een houten polsstok. Vooral eierzoekers in Friesland, Noord- en Zuid-Holland en Utrecht gingen met de pols, gemaakt van Noorse sparrenbomen, de weilanden in. Eind jaren vijftig werden de eerste wedstrijden georganiseerd door de Bond van Friese Vogelbeschermingswachten. Vanaf 1975 wordt met de lichtere aluminium stokken gesprongen. De techniek van het polsstokverspringen is niet eenvoudig, zegt Ello Sterenborg van de Nederlandse Fierljep Bond. ,,Eerst moet de polsstok goed in het water worden geplaatst. Een goede en snelle aanloop is noodzakelijk. De fierljepper zweeft naar de polsstok en klimt naar de top. Dan volgt de uitsprong in het zandbed.''

Dat is iets waar Aart de With (45) gespecialiseerd in is. Hij werd drie jaar geleden op zijn 42ste Nederlands Kampioen. ,,Dat mag eigenlijk niet'', zegt hij. Het toont aan dat hij nog op eenzame hoogte staat. Wie zijn record wil verbeteren moet de techniek van de af- of uitsprong in elk geval goed beheersen, weet hij. ,,Je benen omhoog en je omdraaien. Daar heb ik veel op drooggetraind.'' Het stoort hem niet dat hij als levende legende onbekend is bij het grote publiek. Spijtiger vindt hij de onderwaardering van de fierljepsport. Om meer bekendheid te geven aan het polsstokverspringen zouden er afdelingen in elke provincie moeten worden opgezet, vindt hij.

Sinds vorig jaar heeft de sport een internationaal tintje. In Japan is toen een fierljepbond opgericht en werd tevens een springschans in gebruik genomen. Sternborg: ,,Zij zijn daar erg enthousiast. En weet je wat het leuke is? Japanners noemen de sport ook fierljeppen.''