Zeehondenziekte nabij hoogtepunt

Duizenden zeehonden sterven in Noord-Europa aan een virusziekte. Loopt de hele populatie risico of worden zeehonden juist weerbaarder?

In Skagerrak-Kattegat zijn de afgelopen maanden al meer dan 3.900 dode zeehonden geborgen. In de Nederlandse Wadden- en Noordzee stierven volgens het Common Wadden Sea Secretariat reeds 513 dieren. Twee weken geleden trof het zeehondenvirus ook Groot-Brittannië. In korte tijd werden daar 145 zeehonden dood op de kust gevonden. Voor Nederland zou de sterftepiek over een à twee weken zijn.

In mei dook het zeehondenvirus voor het eerst op voor de kust van het Deense eiland Anholt. Op tot dusver onverklaarbare wijze werd het dodelijke virus op dezelfde plek aangetroffen als waar de vorige epidemie in 1988 begon. Toen bezweken meer dan 18.000 dieren, zo'n zestig procent van de Noord-Europese populatie. Ook nu verspreidde het virus zich razendsnel, naar Noorwegen, Zweden, Duitsland, Nederland, België, Frankrijk, Groot-Brittannië en Ierland.

Het phocine distemper virus, dat niet besmettelijk is voor mensen maar wel voor bijvoorbeeld honden, treft vooral de gewone zeehond (Phoca vitulina). De infectie, meestal doorgegeven via hoesten, tast het immuunsysteem aan. Vaak sterven de dieren accuut aan longontsteking. Doordat ze in korte tijd honderden kilometers kunnen aflegggen kan de ziekte zich snel verspreiden. In de zomer, als de zeehonden naar de zandbanken trekken, is kans op besmetting nog groter. Uiteindelijk verzadigt de infectieziekte doordat het merendeel van de resterende zeehonden beschermende antistoffen aanmaakt. Een volgende epidemie kan de zeehonden pas weer treffen als de populatie zich heeft verjongd.

Viroloog Albert Osterhaus, hoogleraar aan het Erasmus Medisch Centrum in Rotterdam, vergeleek in het tijdschrift Science de huidige epidemie met die van 1988. Volgens hem zijn er twee mogelijkheden voor de oorsprong van de nieuwe uitbraak: ,,Of het virus is in een enkel dier uit de zeehondenpopulatie aanwezig gebleven of het is geïntroduceerd door een andere gevoelige diersoort.''

Zieke zeehonden die geen overlevingskans hebben, worden door veterinair deskundigen gedood, zo is tussen de betrokken landen afgesproken. Een aantal daarvan wordt onderzocht, de rest vernietigd. Een klein deel van de gevonden dieren gaat naar opvangcentra. Van de internationale afspraak om zo min mogelijk in te grijpen in een wilde populatie wordt niet afgeweken. Alleen Nederland vangt meer op en ent sommige gevangen zieke dieren in met een vaccin dat de onderzoeksgroep van Osterhaus ontwikkelde.

Populatie-ecoloog Peter Reijnders van het onderzoeksinstituut Alterra op Texel vindt dat zo min mogelijk besmette en zieke dieren moeten worden opgevangen. Hij verwacht dat de Nederlandse populatie binnen vier jaar weer op peil is en ruim 6.000 dieren zal tellen. Die veerkracht bleek ook na de vorige uitbraak: zwommen er in 1989 nog 6.700 zeehonden in de internationale Waddenzee, in 2001 waren dat er alweer 28.500.

Uit recente cijfers van Denemarken, waar de epidemie langzaam uit het Kattegat wegtrekt, heeft de ziekte zo'n 25 procent van de zeehonden gedood in plaats van 60 procent in 1988, vertelt Reijnders. ,,Het zou mooi zijn als dat in de Waddenzee ook het geval zou zijn. De reden voor de verlaagde sterfte zou kunnen zijn dat het óf om een licht afwijkend virus gaat, óf dat de zeehond door natuurlijke selectie – hoe cynisch dat ook klinkt – weerbaarder is geworden.'' Met hun immuunsysteem is volgens hem niets ernstigs aan de hand.

Osterhaus heeft daarentegen zijn bedenkingen. Hij vindt de ,,goed in het gehoor liggende'' gedachte van de survival of the fittest te gemakkelijk. ,,Je kunt zeggen dat de populatie wel weer opkrabbelt, maar ook dat de massale sterfte een teken aan de wand is.''

Zijn wetenschapsgroep vond de afgelopen jaren in onderzoek na secties giftige stoffen in dode zeehonden die hun immuniteit mogelijk aantasten. ,,We willen onderzoeken wat de invloeden zijn van vervuilende stoffen in het leefmilieu en kijken naar de gevolgen van het opwarmen van de aarde en de overbevissing voor de conditie van de zeehonden.''