Wie schept er orde in de chaos?

Wat moet je, als je man overlijdt en je hebt geen verstand van financiën? Menig weduwe weet zich geen raad met alle verzekeringen, beleggingen, pensioenrechten en spaartegoeden die haar ten deel vallen. Een financiële planner kan orde op zaken stellen, maar pas op de valkuilen!

Marian van Egdom (58) kwam na het overlijden van haar tweede man, zes jaar geleden, in een weinig benijdenswaardige positie terecht. Doordat haar echtgenoot koopverslaafd was, bleef ze achter met een schuld van bijna een half miljoen gulden. ,,Zijn administratie bleek een verschrikkelijke puinhoop. Ik ben maar begonnen met alles op stapeltjes te leggen en de achterstallige rekeningen te betalen.'' De situatie was complex: er was een grote belastingschuld, er waren zes creditcards met stuk voor stuk schulden van duizenden guldens en over het pensioen waren problemen met de kinderen uit het eerste huwelijk van haar man. Van Egdom ging te rade bij de bank, de notaris en de accountant. ,,Ze zetten alles heel schematisch op een rijtje, maar als ik vroeg `wat zou u in mijn geval doen?' haakten ze af. Het hele rouwproces kwam in de knel doordat ik me met de financiën moest bezighouden.''

Het is een veelgehoorde noodkreet, met name onder vrouwen op leeftijd die alleen komen te staan. Manlief deed meestal de administratie en als hij overlijdt, heeft de weduwe vaak geen idee wat ze met de financiën aan moet.

Een financiële planner zou uitkomst kunnen bieden in een situatie als die van Marian van Egdom. Na inventarisatie van de financiële situatie van de cliënt maakt hij/zij een gedegen plan voor uiteenlopende doeleinden of situaties: stoppen met werken, overlijden, arbeidsongeschiktheid, echtscheiding, sociale zekerheid, sparen en beleggen, levensverzekeringen of pensioenen.

Dat klinkt ideaal. De financiële planner is dan ook sterk in opkomst. Volgens de Federatie Financiële Planners (FFP) stijgt het aantal financiële planners met een FFP-keurmerk dit jaar met circa 35 procent tot 1.600. De komende vier jaar zal hun aantal verdubbelen, voorziet de FFP. Ze werken onder meer bij banken, verzekeringsmaatschappijen, hypotheekverstrekkers of als zelfstandige.

De goede planner is vrij simpel herkenbaar, stelt Paul van Engen, bestuurslid van de FFP en hoofdredacteur van het personal-financetijdschrift Money. ,,Als een financiële planner bij een verzekeraar of bank geen zinnig woord kan zeggen over hypotheek, schulden, erfrecht of pensioen, dan is het geen gecertificeerd planner. Een planner met een keurmerk moet dwarsverbanden kunnen leggen in iemands financiële huishouding.''

De populariteit van de financiële planner is deels verklaarbaar door ingrijpende financieel-economische veranderingen, zoals de wijziging van het belastingstelsel en het nieuwe erfrecht dat waarschijnlijk per 1 januari 2003 wordt ingevoerd, aldus Van Engen. Ook het gegeven dat veel mensen geen tijd of zin hebben om zich in hun financiële situatie te verdiepen, doet de branche bloeien. Net als het feit dat financiële instellingen er alles aan doen om klanten spaar- en beleggingsproducten aan te praten.

Maar er zitten haken en ogen aan de financiële planner. Bijvoorbeeld het feit dat de titel niet beschermd is en dat Jan en alleman zich planner mag noemen. ,,Daar wordt misbruik van gemaakt'', volgens Liesbeth Noordegraaf-Eelens, docent personal finance aan de postdoctorale opleiding Master Financial Planning van de Erasmus Universiteit, waar jaarlijks dertig planners afstuderen. ,,Menig verzekeringsagent of bankmedewerker noemt zich financiële planner, omdat dat lekkerder klinkt.''

Waar de consument zich ook bewust van moet zijn, is het feit dat verreweg de meeste financiële planners niet onafhankelijk zijn. Immers, een planner die in dienst is van bank A en een klant moet adviseren over diens financiële situatie, zal die klant geen product van bank B aanprijzen. En een planner die bij een hypotheekverstrekker werkt en weet dat hij de meeste provisie krijgt als hij hypotheek X of Y verkoopt, komt doorgaans niet aan met hypotheek Z.

,,Er zijn inderdaad heel weinig onafhankelijke adviseurs'', bevestigt Marcel Warnaar, wetenschappelijk medewerker van het Nationaal Instituut voor Budgetvoorlichting (Nibud) en medeauteur van het boek Persoonlijke Financiële Planning. Maar dat ligt grotendeels aan onszelf, vindt hij. ,,Omdat Nederlanders niet gewend zijn te betalen voor een advies, móeten financieel adviseurs hun inkomsten halen uit provisie over producten die ze verkopen.'' Hij vergelijkt de positie van een financieel adviseur met die van een autoverkoper. ,,Als je naar de Peugeot-dealer gaat, beveelt hij je ook geen OV-kaart aan.''

Ook Paul van Engen van de Federatie Financiële Planners wijst op het verband tussen uurtarief en onafhankelijkheid. ,,In tegenstelling tot de VS en Groot-Brittannië, waar veel planners uurtarieven rekenen en niet gebonden zijn aan een financiële instelling, is de onafhankelijke financiële planner hier nauwelijks bekend. Dat is een historisch gegeven: de doorsnee Nederlandse consument accepteert niet dat hij moet betalen voor financiële dienstverlening.''

Belangrijker echter dan onafhankelijkheid, zegt Van Engen, is de kwaliteit van de planner. ,,Als je iemand treft die weinig verstand van zaken heeft, ben je pas echt ver van huis.'' Financiële planners zouden de consument beter duidelijk moeten maken wat hun meerwaarde is, vindt hij. ,,Als de consument de gevolgen van een betaald advies positief in zijn portemonnee voelt, wordt hij vanzelf bereid te betalen.'' Bovendien moet een gecertificeerde planner aan de klant duidelijk maken hoe hij aan zijn inkomsten komt, aldus Van Engen. Via uurtarief of provisies en zo ja, welke. ,,Als klant loop je het risico dat je met te veel of met de verkeerde financiële producten thuiskomt als je niet weet hoe de planner zijn geld verdient. Als je het vraagt en je hebt er geen goed gevoel bij, kun je altijd naar een ander gaan.''

Van Liesbeth Noordegraaf-Eelens hoeft Nederland niet per se toe naar het uurtariefsysteem. ,,Daarmee krijgen we niet per definitie betrouwbaarder adviezen. De consument weet namelijk niet of de planner drie of vijf uur werkt aan een advies.'' Zij bespeurt binnen de plannersopleiding een ,,duidelijke behoefte aan beroepsethiek''. ,,Ze willen zich onderscheiden van `gespuis'. Ik zie steeds meer mensen die niet per se financiële producten willen verkopen, maar die heel goed de afweging maken tussen het belang van de klant en hun eigen belang.''

Zowel Noordegraaf als Warnaar van het Nibud raadt consumenten die behoefte hebben aan advies aan eerst zelf te proberen zicht te krijgen op hun financiën. Warnaar: ,,Als je zelf inzicht hebt in je situatie en weet wat er zoal te koop is aan financiële producten, kun je het gesprek met een planner beter sturen dan wanneer je daar blanco aankomt.'' Hun volgende advies is: ga met dat inzicht eerst naar je eigen bank. Noordegraaf: ,,Daar ken je de tussenpersoon meestal, bovendien heeft die vaak al enig zicht op jouw situatie. Ook kan het voordelig zijn verschillende banken om advies te vragen. In hoeverre je eigen bank je kan helpen, verschilt per instelling, maar in het algemeen tonen ze wel betrokkenheid als je in de problemen zit. Anderzijds: veel banken maken pas een echte planner vrij als je een vrij belegbaar vermogen hebt van een half miljoen euro. Dat is vaak zo paradoxaal: mensen die het hardst hulp nodig hebben, vinden die het moeilijkst. In zo'n geval kunnen de sociale dienst, de belastingdienst of een rechtswinkel mogelijk uitkomst bieden.''

Marian van Egdom heeft het uiteindelijk allemaal zelf opgelost. Ze onderhandelde met de fiscus, wat circa 25.000 gulden scheelde. Ze sloot de hypotheek over, waardoor ze maandelijks 2.000 gulden bespaarde. Na de uitkering van de levensverzekering werden alle creditcards afgelost. Bovendien kreeg ze een verlate uitkering van de winst van de loodsmaatschap waar haar man werkzaam was geweest. En het allebelangrijkste: ze maakte ,,een klapper'' door haar aandelenpakket Legiolease in 1999, op het hoogtepunt van de beurs, te verkopen. Opbrengst: 51.000 gulden. Van Egdom: ,,Ik heb drie jaar op een houtje moeten bijten, maar toen was ik er uit''.

Ciska Sikkel-Spierenburg en Marcel F. Warnaar, Persoonlijke financiële planning. Uitg. Consumentenbond, Den Haag/Tirion Uitgevers BV, Baarn. ISBN 90 4390 304 3. Prijs: €17,45. Ook te bestellen via www.nibud.nl of www.consumentenbond.nl

Op de website www.ffp.nl staan adressen van FFP-gecertificeerde planners