`Wie niet betaalt, laat de kraan altijd openstaan'

Hoe geef je de allerarmsten een duw in de rug zonder de toekomst van kun kleinkinderen in gevaar te brengen? Bewoners langs de Limpopo-rivier worstelen dagelijks met het dilemma tusen duurzaamheid en ontwikkeling.

Op het verdroogde land bij Thohoyandou in Zuid-Afrika's noordelijkste provincie Limpopo ziet de tuin van Samson Chauke er verdacht groen uit. ,,Is het geen pracht'', vraagt hij als hij met zijn knokige lijf langs zijn groenten stapt. Tomaten, spinazie, sla, mango's, peterselie, in zijn oase groeit praktisch alles. Het enige wat je daar voor nodig hebt is een beetje liefde en een tuinslang die het land besproeit. Van 's ochtends vroeg tot 's avonds laat.

De ambtenaar van het ministerie van Waterzaken staat er hoofdschuddend bij te kijken. Tegen tuinslangen als die van Samson Chauke voert Pieter Oberholzen al jaren strijd. Zoals veel Zuid-Afrikanen tapt Chauke zijn water illegaal van een pijp waardoor drinkwater stroomt naar de dorpen verderop. Daarom kan de kraan de hele dag openblijven. Het is toch gratis. ,,Het is eigenlijk heel verdrietig'', zegt Oberholzen. ,,Deze man wil iets van zijn leven maken en nu moeten wij hem vertellen dat het niet volgens de regels is.''

Het stukje land van Samson Chauke illustreert het dilemma tussen ontwikkeling en duurzaamheid dat de deelnemers van de wereldtop in Johannesburg de komende tien dagen bespreken. Hoe geef je de allerarmsten een duw in de rug zonder de toekomst van hun kleinkinderen in gevaar te brengen? Vooral de zorg over schoon drinkwater speelt in die discussie een centrale rol. Een zesde van de wereldbevolking heeft geen toegang tot schoon drinkwater. In het Vhembe district rond Thohoyandou moet tachtig procent van de 1,2 miljoen streekbewoners het doen met minder dan 25 liter water per dag. Ter vergelijking: een Nederlander verbruikt gemiddeld meer dan 225 liter water per dag. Water in Zuid-Afrika is schaars. Er valt hier minder dan 497 millimeter regen per jaar, ver onder het gemiddelde van 860 millimeter.

De meeste rivieren in Zuid-Afrika kunnen aanzienlijk minder drinkwater leveren dan de bewoners in de omgeving nodig hebben. De Verenigde Naties schatten dat door bevolkingsgroei en economische ontwikkeling de vraag de komende dertig jaar nog eens met vijftig procent zal toenemen.

Apartheid heeft een erfenis achtergelaten die vooral veel plattelandsgebieden naar water doet smachten. Het blanke regime dwong grote delen van de zwarte bevolking te gaan wonen in zogeheten `thuislanden'. Deze gebieden waren vaak onvruchtbaar en kregen nauwelijks geld voor sanitaire voorzieningen. In Thohoyandou, ooit de hoofdstad van het thuisland Venda, lopen vrouwen en meisjes nu nog steeds urenlang om water uit een zijtak van de Limpopo-rivier op hun hoofd naar huis te dragen.

Het Reconstruction and Development Programme (RDP) van de ANC-regering moet afrekenen met de ongelijkheid die apartheid heeft achtergelaten. Sinds het ANC in 1994 aan de macht kwam, hebben 7 van de 46 miljoen Zuid-Afrikanen toegang tot drinkwater gekregen. Volgens de RDP-standaard zou een Zuid-Afrikaan niet verder dan tweehonderd meter hoeven lopen voor hij bij een kraan is.

Terwijl de kwaliteit van de watervoorzieningen rond de grote steden in acht jaar tijd zienderogen is verbeterd, blijft het platteland achter. Dorpen liggen vaak te ver uit elkaar om de aanleg van een waterleiding rendabel te maken. En de waterleidingen die er zijn, worden vaak lek geslagen door bewoners die een illegale verbinding willen maken. Rondom Thohoyondou betaalt naar schatting zeventig procent van de bewoners niet voor het water.

De cultuur van niet-betalen is eveneens een erfenis van apartheid. In de krottenwijken werd het tijdens de hoogtijdagen van de blanke overheersing als een daad van verzet gezien om rekeningen voor elektriciteit en drinkwater te verscheuren. ,,Wie niet betaalt, kan het niks schelen dat de kraan de hele dag openstaat'', zegt Oberholzen. Het waterverbruik in een dorp waar sinds kort wordt gecontroleerd op het betalen van de rekening, daalde met vijftig procent.

Sinds twee jaar zijn de gemeenten in Zuid-Afrika verantwoordelijk voor het waterbeheer in Zuid-Afrika. Volgens Oberholzen kan het lokaal bestuur nog wel wat motivatie gebruiken om er voor te zorgen dat de verspilling van drinkwater in Zuid-Afrika stopt. ,,Als de deelnemers van de top in Johannesburg iets willen bereiken, dan zullen ze zich vooral daarop moeten richten.''