Weinig passie in Van Hove's pop-Carmen

Boven het podium hangen tientallen ronde spiegels die het licht weerkaatsen, soms fel en koud, soms goud en laag als de avondzon. Het stervormige podium, met één punt de zaal in priemend, staat vol muziekinstrumenten. Dit fraaie decor van Jan Versweyveld zou dat van een popgroep in de jaren zeventig kunnen zijn, en dat is precies de sfeer die regisseur Ivo van Hove zocht voor zijn Carmen bij Toneelgroep Amsterdam.

Carmen als popconcert, dat stond Van Hove voor ogen. Hij mengt graag muziek en theater, daarbij het liefst de aantrekkelijke opwinding van de jeugdcultuur vangend. Carmen is ook een beroemde opera van Georges Bizet, maar dat kan de toeschouwer maar beter zo snel mogelijk vergeten. Net als eerder dit jaar in Con Amore, gebaseerd op Monteverdi's De kroning van Poppea, schrapte Van Hove de oorspronkelijke muziek. Deze Carmen is geschreven door componist Stef Camil Karlens van Vlaamse popgroep Zita Swoon, en librettist Oscar van Woensel, die alleen losjes de intrige van de opera volgt: de liefde tussen vrije zigeunerin Carmen en korporaal Don José loopt fataal af, door het opgefokte jaloerse gedram van de laatste.

Net als in Van Hove's India Song is de muziek overheersend. Carlens' opzwepende, sfeervolle popcompositie leunt vooral op de ritmesectie, met terughoudende accenten van piano en synthesizer. Carlens flirt aardig met Spaanse muziek, met een paar dampende laarzenstampnummers en veel flamencogeklap. Hij schrijft mooie melodieën die nergens sentimenteel worden, en hij blijft niet steken in het domweg achter elkaar plakken van popliedjes. Helaas kunnen de spelers niet goed zingen. Vooral de heren zingen vlak, alleen de ongeleide schelle stem van Carmen Gunilla Verbeke heeft enig karakter en meisjesachtige charme.

Gunilla Verbeke is een kleine, tengere, maar felle en verleidelijke Carmen. Met haar gouden topje, roze netkouzen met cowbowyfranjes, en laarzen ziet ze eruit als een roadhouse-sletje. Ze zit met benen wijd, ze danst met ferme, uitdagende passen. Verbeke is sterk in lichamelijk spel, met de radslag als haar handelsmerk. Haar geliefde Don José (Maarten Claeyssens) is precies de jaloerse sukkel die hij altijd is. Maar de passie ontbreekt. Ze roepen dat ze zo van elkaar houden, maar laten zien doen ze het niet, behalve in één krachtig beeld: als Carmen een sinaasappel uitknijpt boven de open mond van Don José. De rol van rivaal `stierenpipo' Escamillo (Jim de Groot) is helaas klein. Carmen taalt nauwelijks naar hem, waardoor José's jaloezie geen grond meer heeft.

Met slechts vijf spelers, een simpele setting en een strakke regie heeft Carmen een plezierig intiem karakter. Muziek en aankleding zorgen ervoor dat ik me geen moment verveelde. Maar erg bevredigend is deze Carmen niet. Dat komt mede door het versimpelde libretto van Oscar van Woensel die het toch al dunne verhaaltje terugbracht tot enkele clichés: mooie ogen, bloem, liefde is een vrije vogel. De directe, platte dialogen, het onverbloemd uiten van wat je wil, past op zich wel wel bij hedendaagse jonge geliefden, maar Van Woensels poppoëzie is wel érg banaal: ,,Ik krijg het deksel op mijn neus/ Ik zit hier vast/ ik heb geen keus/ Dat vrouwtje heeft me flink voor gek gezet/ Waaraan heb ik dit verdiend/ Zij heeft zichzelf van mij bediend.''

Maar het is niet alleen Van Woensels schuld. Door de schoonheid van muziek en vormgeving voorrang te geven, heeft Van Hove het theatrale uit het oog verloren. De thema`s vrijheid versus liefde en de zelfvernietigende passie worden uitgediept noch voelbaar gemaakt. Onderhoudend muziektheater is Carmen zeker, maar van Van Hove en Toneelgroep Amsterdam verwacht ik meer.

Voorstelling: Carmen door Toneelgroep Amsterdam. Regie: Ivo van Hove. Muziek: Stef Kamil Carlens. Tekst: Oscar van Woensel. Gezien: 23/8 Stadsschouwburg Amsterdam. Tournee t/m 26/10. Inl. 020-523 7800 of www.toneelgroepamsterdam.nl.