Wees mooi en consumeer

Maandag: lunchen in Monaco.

Dinsdag: skiën in Saint-Moritz.

Woensdag: casino in Deauville.

Margot Dijkgraaf over de jonge vrouwen die schrijven over hun leven in de Parijse jetset.

Wie op een bloedhete zomerdag, in de meest chique wijk van Parijs, de verlaten Avenue Montaigne wil oversteken, moet nog goed uitkijken. Porsches en Ferrari's scheuren met zo'n 120 kilometer per uur richting de Champs-Élysées. De veilinghuizen mogen dan gesloten zijn, de beveiligingscamera's, kunstig weggewerkt in moderne beeldhouwwerken, draaien. Bij Prada en Ungaro staan beeldschone verkoopsters – ze lijken wel mannequins – verveeld op klanten te wachten. Bontjassen liggen breeduit in de etalage en voor wie bij Chanel een eenvoudig zwart jurkje (3.199 euro) wil aanschaffen of zich bij Dior een paar diamanten oorbellen wil laten aanmeten doet de veiligheidsagent graag de deur open. Wat voor mensen zijn dat, die daar zo achteloos naar binnen lopen, vraag je je dan wel eens af.

Nou, een meisje zoals Hell bijvoorbeeld, de achttienjarige hoofdpersoon uit de debuutroman van Lolita Pille, die één van de prachtige appartementen van zo'n avenue bewoont. Bloedmooi is ze, rond de twintig en flink anorectisch. Tegen de tijd dat u en ik er al een halve werkdag op hebben zitten, komt ze uit haar nest, met een flinke kater van de zesentwintig glazen wodka-jus die ze die nacht op een house- en afterparty achterover heeft geslagen. Haar neus drupt als gevolg van de lijntjes coke die ze heeft weggesnoven. Verveeld lakt ze haar nagels in de nieuwste Gucci-kleur en zoekt in de puinhoop van haar garderobekamer naar het bijpassende niemendalletje dat ze laatst bij Dior op de kop tikte. Ze neemt wat pillen tegen de hoofdpijn, struikelt over de Perzische tapijten in de bibliotheek van haar ouders tot ze die typische Porscheclaxon hoort: één van haar vriendjes, die haar uitnodigt voor een hapje in de Ritz.

Meloen, kreeft en champagne – de knipmessende obers nemen het bijna onaangeraakt weer mee terug. Shoppen gaat ze in de Rue du Faubourg Saint-Honoré, waar ze een fortuin uitgeeft aan minuscule kledingstukken waarvan ze nu al weet dat ze ze nooit zal dragen. 's Avonds de keuze uit vier uitnodigingen voor het diner. Ze gaat niet naar dat liefdadigheidsdiner, waar ze door het kopen van haar plaats aan tafel een kind uit Bangladesh een half jaar te eten zou geven. Ze zou er overdressed zijn in haar Fendi-ensemble. Ook niet naar dat ene restaurant: ze zou er een paar van haar exen tegen het lijf kunnen lopen. Dan maar naar de film met die knappe maar saaie Arabische miljardair, die haar al weken overstelpt met dure cadeaus, alvorens weer dezelfde carrousel van nachtclubs en parties te bezoeken.

SUPERRIJKEN

Zo ongeveer brengt Hell, een verbastering van haar eigenlijke voornaam Elle, haar dagen door. Hell is het alter ego van de negentienjarige schoonheid Lolita Pille, die, zo laat de uitgever (Grasset) niet na te roepen, het boek op haar zeventiende schreef. Ze zou afkomstig zijn uit dezelfde welgestelde kringen als haar hoofdpersoon, die zich louter beweegt in het gezelschap van miljonairs uit de Parijse en internationale jetset.

Is het spiegelen van de high society in de Amerikaanse literatuur al langer een beproefd en succesvol recept voor best-sellers – denk aan Tom Wolfe of Tana Janowitz –, in de Franse letteren is het wel en wee van de hedendaagse superrijken nog relatief braakliggend terrein. Frédéric Beigbeder nam de merkverslaafden en de reclamemakers op de korrel, in een boek waarvan de prijs de titel is (99 francs of 14,99 euro), maar in Nederland moet de eerste roman over nouveaux riches, uit de IT-branche bijvoorbeeld – Bentley voor de deur – bij mijn weten nog geschreven worden.

Vier jaar geleden was er wel Het debuut, de eerste roman van Mitterrands buitenechtelijke dochter Mazarine Pingeot, die met verve maar zonder enige ironie de intellectuele, artistieke en studerende elite van Parijs portretteerde. Ook in haar boek rent de verwende jeugd van terras naar diner, van disco naar technofeest en van galerie naar bioscoop. Het leven is een feest in luilekkerland, een luxevakantie waar geen einde aan komt. Geen moment van genot mag verloren gaan. Waarom zou je ook studeren, laat staan werken, als je permanent de beschikking hebt over de creditcard van pa?

Pingeot filosofeert wat over relaties en zoekt naar een moderne versie van het beroemde liefdescontract tussen Sartre en Beauvoir. Ontrouw, maar binnen een zelf bepaalde vorm van discipline. Amoreel, maar zonder te denken in termen van goed en kwaad. Overspel, maar binnen bepaalde grenzen.

Hoor de jonge schrijver Frédéric Beigbeder praten over de tijd dat hij, als beginnend journalist en fervent jetset-watcher spetterende feesten organiseerde en je weet dat het geen sprookje is. Drank, vermaak, seks en muziek op ludieke locaties – hij leverde het allemaal, voor hij zelf reclameconsultant werd, de wereld van het grote geld binnenstapte en die ook weer verliet. Tot voor kort presenteerde hij een literair-anekdotisch programma op de Parijse lokale zender, tegenwoordig verkent hij de grenzen van de pornografische film.

Grens is een woord dat in het vocabulaire van Hell niet voorkomt. Haar credo is: wees mooi en consumeer – en dat doet ze dan ook. Met een nieuw vriendje zet ze de bloemetjes buiten: op maandag even lunchen in Monaco – de Porsche is er goed voor –, dinsdag skiën in Saint-Moritz, woensdag naar het casino in Deauville – 50.000 euro verloren maar wat maakt het uit –, op donderdag winkelen in Milaan, vrijdag dineren op een jacht in de haven van Saint-Tropez en voor een zonnebad naar het strand van het Hilton in Nice. Hell zou er niet over peinzen om zich, net als zo'n twee miljoen anderen, uit te strekken op Paris-Plage, de speciaal deze zomer aangelegde, met palmen getooide zandstranden langs de Seine.

Dat kan natuurlijk niet goed gaan – en dat doet het dan ook niet. Langzaam komen er kinken in de kabel van dat heerlijke nietszeggende, oppervlakkige leventje. Want is het wel zo leuk om altijd maar alles te mogen? Om door je ouders afgekocht te worden, zodat ze tenminste geen werkelijke aandacht aan je hoeven te besteden? Het staat wel stoer om iedere nacht met een ander in bed te duiken, maar wat schiet je er eigenlijk mee op? Op een ochtend gaat Hell naar het ziekenhuis voor een abortus – alleen. Een paar uur later komt ze er weer uit – alleen. Ze gaat maar weer eens shoppen – alleen. Haar leven is bar leeg en eenzaam, ze zoekt afleiding en vermaak om het zwarte gat niet te hoeven zien. Op de plaats van haar hersens zit een creditcard, beseft ze zuur, ze heeft een stofzuiger in plaats van een neus en op de plek van haar hart zit helemaal niets. Ze vervloekt haar ouders omdat ze haar aan de ene kant zoveel en aan de andere kant zo weinig geven. Ze zit gevangen in de poen: dat drijft haar tot waanzin en maakt haar leven zinloos. Een kennis pleegt zelfmoord, een vriend rijdt zich te pletter. Hell verdrinkt langzaam in een poel van verveling.

PORNOGRAFISCH

Met sommige verwende prinsessen-op-de-erwt loopt het goed af. Dat is tenminste het geval in Teen spirit, de meest recente roman van Virginie Despentes. Zo'n positieve insteek is niet bepaald wat je zou verwachten van de auteur van Baise-moi (in het Nederlands vertaald als Genaaid). De gelijknamige film was omstreden vanwege zijn pornografische karakter. Despentes was tot voor kort synoniem met brute seks en geweld door vrouwen, die met kalashnikovs niet alleen verkrachtende mannen om zeep hielpen, maar hun agressie ook botvierden in chique tearooms vol dames op leeftijd. In Teen spirit (Grasset) luidt Despentes de noodklok voor de verpeste, verwende jeugd in de Parijse jetset. Haar dertienjarig hoofdpersoon Nancy wordt gered door de ontmoeting met haar vader, wiens bestaan tot dan toe nog voor haar verborgen was gehouden. Haar geboorte was een ongelukje en de vader, afkomstig uit een arbeidersgezin, werd door de rijke familie van de moeder ongeschikt bevonden voor een openbare vaderrol. Eenmaal dertien werd het meisje onhandelbaar en dus werd de vader opgespoord. Nog steeds beantwoordt hij niet aan het ideale vaderbeeld: hij is depressief, claustrofobisch, werkloos, heeft schulden en is, kortom, aan lager wal. Al bij hun eerste ontmoeting bestelt dochterlief een lunch waarvan hij de rekening niet kan betalen. Maar hij stelt grenzen, geeft zijn dochter niets – geen Nikes, geen piercing en geen geld voor de taxi – alleen tijd en aandacht, want die heeft hij in overvloed. Te voet verkennen ze Parijs: de chique avenues rond de Champs-Élysées laten ze links liggen. Was Paris-Plage er toen geweest, dan waren ze er beland, op het strand aan de Seine, onder een palmboom – met een flesje water en een sandwich in plaats van met champagne en kaviaar.