Volkerts vasten

De Johannes Wier Stichting voor gezondheidszorg en mensenrechten organiseert in september een cursus voor vertrouwensartsen en andere betrokkenen over de begeleiding van hongerstakers. Ik had nog nooit van Johannes Wier gehoord, maar in zo'n geval brengt de encylopedie uitkomst. Hij was een Nederlandse humanist uit de zestiende eeuw, stadsgeneesheer van Arnhem en lijfarts van hertog Willem III van Gulik en Kleef, die behalve medische boeken belangrijke geschriften publiceerde ter bestrijding van de heksenwaan en de heksenprocessen.

De naar hem genoemde stichting verzet zich tegen het toedienen van dwangvoeding aan hongerstakers. Nu zijn er weinig onderwerpen die me zo'n weerzin inboezemen als hongerstaking. Een zeldzaam naargeestige aangelegenheid. Ik heb bewondering voor degenen die bereid zijn hongerstakers bij te staan. Hoe onbaatzuchtig moet je zijn om machteloos te willen toezien dat een ander zichzelf aan de hongerdood prijsgeeft.

Komt daar ook sympathie voor de hongerstaker of diens doelstellingen aan te pas? Dat hoeft niet, net zomin als een geestelijke die probeert iemands zielennood te lenigen zich committeert aan het voorwerp van zijn zorg en mededogen. Wel duidt de titel van een door de Johannes Wier Stichting vervaardigd handboek – Honger naar recht, honger als wapen – op een zeker begrip voor de hongerstaker en het door hem gekozen actiemiddel. `Honger naar recht' wekt de suggestie dat hongerstaking het ultimum remedium van de rechteloze is. Dat nu lijkt me een denkfout.

In een gemeenschap zonder recht is een hongerstaking onvoorstelbaar. Het was, afgezien als zelfmoordmethode, nooit een optie voor gevangenen in de Goelag, de Duitse concentratiekampen, Omarska of welke vergelijkbare oorden der verschrikking ook, van de Fatale Kust in Australië tot aan Boven Digoel. Voor alle zekerheid: de genoemde voorbeelden stel ik niet op één lijn, behalve dan dat zij hierin overeenkwamen dat gevangenen door hun bewakers de hongerdood in werden gedreven.

Het eigenaardige is dat mensen die, al dan niet gedetineerd, trachten een recht of een gunst af te dwingen door hun gezondheid en hun leven in de waagschaal te stellen, overtuigd moeten zijn van de humaniteit en compassie van de overheid aan wie zij hun eisen stellen. In een onrechtsstaat zou met totale onverschilligheid op de hongerstaker worden gereageerd. Aan het besluit geen voedsel tot zich te nemen om een concessie af te dwingen ligt dus de wetenschap van de hongerstaker ten grondslag dat hij te maken heeft met een tegenstander die hem niet dood wil.

De hongerstaker is een chanteur die gewetenloos een beroep doet op de gewetensvolheid van anderen. Zo creëert hij een nauwelijks te hanteren dilemma. Hij stelt degene die over zijn eis moet beslissen verantwoordelijk voor zijn zelfverkozen dood. Hij maakt zichzelf tot martelaar. Maar het inwilligen van eisen onder druk van een dreigende hongerdood schept onaanvaardbare precedenten, vergelijkbaar met het wijken voor terrorisme.

De meeste berichten over hongerstaking gingen de afgelopen jaren over afgewezen asielzoekers die probeerden met inzet van hun leven een verblijfsvergunning af te dwingen en over `witte illegalen' die uitzetting wilden voorkomen. Hadden die acties effect? Voor zover bekend is in Nederland nog nooit een hongerstaker overleden. Niet omdat de eisen werden ingewilligd, maar omdat de hongerstakers vrijwillig gingen eten nadat hun zaak ruime aandacht in de publiciteit en van de bevoegde instanties had gekregen.

Het gedwongen toedienen van voeding is in dit soort gevallen terecht nooit overwogen. Dat zou in strijd zijn met het recht op zelfbeschikking en het recht op onaantastbaarheid van het lichaam, precies de humane normen waar de Johannes Wier Stichting en de Coornhertliga zich met bewonderenswaardige toewijding voor inzetten. In een beschaafd land mogen mensen nu eenmaal autonoom handelen, tenzij sprake is van een psychiatrische storing.

Ingewikkelder ligt het als een gedetineerde tot hongerstaking overgaat. Voor diens gezondheid en leven draagt de overheid directe verantwoordelijkheid. In tal van opzichten is het recht op zelfbeschikking van gevangenen opgeheven of opgeschort. Toch wijzen de Wier Stichting en de Coornhertliga ook dwangvoeding bij gedetineerde hongerstakers af. Zij beroepen zich onder meer op de World Medical Association die artsen verbiedt om patiënten onder dwang voedsel toe te dienen. Een medische handeling mag volgens internationaal erkende normen niet worden verricht tegen iemands wil, waarbij het geen verschil maakt of zo iemand zich in detentie bevindt.

Het is, historisch, juridisch en moreel, een beladen kwestie. Denk maar aan de Britse suffragettes die in 1909 tot ontzetting van het verlichte deel van het publiek op een gruwelijke manier in de gevangenis werden mishandeld bij het toedienen van dwangvoeding. Denk aan de andere kant aan de IRAgevangenen die zich in Maze Prison doodhongerden of aan de tientallen politieke gevangenen in Turkije die de afgelopen jaren zijn overleden aan de gevolgen van hun hongerstaking.

Ik pretendeer niet alle ethische implicaties te kunnen overzien van de nu in Nederland gevoerde discussie of justitie en door haar aangezochte artsen de hongerstaking van Volkert van der G. door middel van dwangvoeding mogen beëindigen. Wel staat voor mij vast dat in een zo gecompliceerde kwestie hoge eisen moeten worden gesteld aan de kwaliteit van de argumentatie. Wat me dan ook hevig verontrust is dat een meerderheid in de Tweede Kamer van mening is dat het tevredenstellen van de publieke opinie de doorslag moet geven.

Het Kamerlid Cornielje (VVD) voert aan dat er ,,enorm veel spanningen onder de bevolking'' zullen ontstaan, mocht Van der G. komen te overlijden. De LPF meent dat de aan andere verdachten toekomende rechten niet voor Van der G. gelden. Rietkerk (CDA) betoogt dat de moord op Fortuyn zoveel heeft losgemaakt dat Van der G. ,,zich hierover zal moeten uitlaten''. Dit valt alleen op de pijnbank af te dwingen.

De beslissing over dwangvoeding mag niet onder druk van de publieke opinie tot stand komen. Dat zou neerkomen op lynchjustitie. De moordenaar van Fortuyn heeft de democratie een zware slag toegebracht. Nu lijkt hij er ook nog in te slagen het respect van de Tweede Kamer voor de rechtsstaat te ondermijnen.