Storm voor de Japanse stilte

Nu de economie niet langer stevig lijkt te groeien en er wereldwijd een gure wind waait, vragen lezers zich af hoe het nu verder zal gaan. Een bekend doemscenario, vrezen zij: Japan. Daar heerst al langer dan tien jaar een economische stilte met dalende en stabiele prijzen, na een uitbundige storm waarin alles kon en mocht. De inflatie (hogere prijzen) sloeg om in deflatie, met lagere prijzen.

De geschiedenis lijkt zich te herhalen. De bewierookte profeten van de hausse in de technologie, media en telecommunicatiesector, en die van de zogenoemde nieuwe economie, waren onze Japanners. Hun daden leken van grote klasse, maar het enige wat ze konden, was de koers van hun aandelen omhoog liegen, bedriegen, heel veel geld lenen en dat verbranden in nu failliete bedrijven.

Geen wonder dat de pessimisten bang zijn en van anderen de onmogelijke garantie vragen dat er hier geen Japanse jaren aanbreken. Helaas kijken deze mensen niet verder dan hun aandelen, want daar zit de pijn, denken zij. Het gemiddelde van de koersen is nu ruim de helft lager dan twee, tweeënhalf jaar geleden en mensen willen best wat spaargeld omruilen voor aandelen, maar die Japanse jaren, hè. Tien jaar lang geen groei! Een lezer vroeg zelfs om een top-10 van wereldaandelen die de komende jaren 8 procent of meer renderen. Alsof je een sigarenwinkelier vraagt om je alleen winnende loten te verkopen.

Die fixatie op aandelen en de grote stilte resulteert in een rammelend persoonlijk financieel beleid. Je moet eerst begrijpen wat er eventueel kan gebeuren, welke gevolgen dat kan hebben voor het totaal van je financiën en dan beslissen wat je nu wel of niet moet doen.

Een mogelijk scenario ziet er zo uit: particulieren en bedrijven geven minder geld uit, omdat ze pessimistisch zijn over de toekomst. Of omdat ze amper geld hebben om uit te geven, bijvoorbeeld door aanhoudende verliezen. Daardoor dalen de prijzen over een breed front, want alles in de economie hangt vroeger of later met elkaar samen. Bedrijven zetten minder om, maken minder winst en nemen minder initiatieven. De lonen stijgen niet en personeel vloeit af, wat de bestedingen en prijzen verder drukt. In zo'n klimaat wachten mensen en bedrijven met het kopen van spullen die ze niet direct nodig hebben. Dat is een ramp voor de economie, hoewel het lijkt alsof de kopers beter af zijn. De beursaandelen dalen.

Bedrijven gaan minder lenen bij de banken. Overheden proberen bedrijven dan te verleiden om meer te lenen en verlagen hun officiële rente. In de eurozone ligt die op 3,25 procent en in Japan op slechts 0,10. Daar lenen de banken bijna gratis bij hun Centrale Bank.

Het rentepeil beïnvloedt veel persoonlijke zaken. Zo zal de spaarrente dalen. In Japan moet je bij wijze van spreken rente meebrengen om je geld bij een bank achter te mogen laten. Je kan beter een poosje op je geld blijven zitten, omdat de koopkracht ervan toeneemt door die dalende prijzen. Daar zijn wij als inflatiedenkers helemaal niet aan gewend.

Waar moet je dan heen met je geld? Je kan extra aflossen op je hypotheek, want als je geld langzaam in waarde stijgt, wordt niet aflossen op den duur steeds onvoordeliger. Bovendien maak je een flink rendement op je extra aflossing. Stel, je betaalt netto 3 procent hypotheekrente. De spaarrente ligt op 1,2 procent, waar de box 3-heffing van 1,2 procent nog vanaf gaat, waardoor je niks overhoudt. De keus is dus: niks overhouden of 3 procent besparen. Of de overheid die 1,2 procent kan handhaven, is de vraag. Tijdens deflatie zijn schulden onvoordelig. Mensen met een beleggingshypotheek zullen moeite hebben om hun totale schuld bijeen te garen.

Ook de pensioenfondsen krijgen het moeilijker. De toegezegde uitkeringen (zonder inflatietoeslag) zijn gebaseerd op een rekenrente tussen de 3 en 4 procent. Ligt de werkelijke rente daar lange tijd onder, dan komen de uitkeringen (tijdelijk) in gevaar. En een inflatietoeslag ontvangen de pensioentrekkers niet meer, want er is geen inflatie.

Wie bang is voor Japanse jaren, moet zijn zaken maar eens goed overdenken. Aandelen zijn zo gek niet, want door de lagere koersen stijgen de dividendrendementen, mits het dividend op peil blijft. Sommige degelijke, internationale bedrijven geven een hoger dividend dan de spaarrente. Daalt de rente verder, dan worden aandelen aantrekkelijker.