Socrates en Einstein maken geen indruk

Universiteiten grijpen het bachelor-mastersysteem aan om algehele onderwijsvernieuwing door te voeren. Doel: een `bredere blik op de wereld'.

Met de invoering van het bachelor-mastersysteem staat het hoger onderwijs aan de vooravond van zijn grootste onderwijsvernieuwing sinds de jaren zeventig. Voor sommige universiteiten gaan de verplichte veranderingen niet ver genoeg. Zij gooien het roer om, en voeren naast het bachelor-mastersysteem algehele onderwijsvernieuwingen door. Hoewel zij alle stellen dat zij voor Nederlandse begrippen met unieke wijzigingen komen, lijkt de term `verbreding' de huidige trend aan te duiden. ,,Wij vinden dat echte academici verder moeten kijken dan de grenzen van hun eigen vakgebied'', stelt Willem Hooglugt, woordvoerder van de Katholieke Universiteit Nijmegen (KUN). Om die reden biedt de KUN vanaf september het Honours-programma aan. Dit programma geeft studenten de kans om zich, naast hun studie, te verdiepen in wetenschappelijke thema's, zoals `slechte mensen'. De cursus behandelt de vraag of mensen te onderscheiden zijn in goed en slecht. Tijdens de lessen worden kleinschalige, interactieve colleges afgewisseld met studiedagen en excursies.

Het programma is bedoeld voor studenten in de doctoraalfase. Om het programma af te ronden, moeten studenten vier cursussen met goed resultaat afsluiten, waarna ze de Honours-bul krijgen uitgereikt. ,,Academici met een Honours-bul zijn in staat de vragen van de toekomst te beantwoorden'', stelt Hooglugt. ,,Op de breukvlakken van de vier academische poten liggen interessante onderzoeksgebieden.'' Naast het ontwikkelen van extra onderzoek, heeft het programma nog een doel. Hooglugt: ,,Wij hebben gezegd dat wij van harte willen meedoen aan de invoering van de bachelor-masterstructuur. Maar wij willen ook onze doelstelling van academische vorming halen.'' Het Honours-programma draagt daaraan bij.

Ook de Universiteit Utrecht (UU) heeft plannen ontwikkeld om deze doelstelling te halen. Daar wordt de onderwijsverbreding echter niet aangeboden als extra mogelijkheid, maar als integraal onderdeel van de studie. ,,De invoering van de bachelor-masterstructuur is een verlengstuk van plannen waar we al mee bezig waren. Wij vinden het belangrijk dat de student centraal komt te staan, we willen meer mogelijkheden bieden, meer inspringen op de vraagkant'', vertelt Willem Hendrik Gispen, rector magnificus.

Een van de kenmerken van de Utrechtse bachelorfase is dat studenten een kwart van het studieprogramma vrij mogen invullen uit het totale cursusaanbod van de universiteit. Gispen: ,,Een bèta student kan op deze manier bijvoorbeeld een talencursus volgen. Zo krijgen studenten meer zicht op wat er werkelijk te koop is.'' Ook de faculteit der Geesteswetenschappen van de Universiteit van Amsterdam (UvA) streeft met studieverbreding academische vorming na. Vier jaar geleden voerde de faculteit een major-minorsysteem in. Vanaf september dit jaar moeten alle studenten in de bachelorfase, anders dan in Utrecht, verplicht een half jaar lang een minor volgen bij een andere studie binnen of buiten de faculteit. Volgens Karel van der Toorn, decaan van de faculteit der Geesteswetenschappen, past deze vernieuwing in de logica van het bachelor-mastermodel. ,,In Europees verband is er besloten dat studenten in de bachelorfase een oriëntatie in de wetenschap moeten krijgen, daarnaast moet er plaats zijn voor brede academische vorming.'' Nu de student eenzesde deel van zijn bachelorfase met cursussen van een andere opleiding moet vullen, is er minder ruimte voor specialisatie. Van der Toorn: ,,Een student wordt pas echt expert als hij zijn masterdiploma heeft behaald. Maar in het oude systeem is de student ook pas na vier jaar specialist.''

Aan de Universiteit Twente (UT) waren studenten al verplicht om tijdens de bachelorfase een minor bij een andere opleiding te volgen. Volgens Frans van Vught, rector magnificus van de UT, betekent studieverbreding academische vorming. ,,Experts zijn geen intellectuelen. Wij willen intellectuelen opleiden, die ook expert zijn. Een minor aan een andere opleiding gaat niet ten koste van de kwaliteit. Over het algemeen zijn breed opgeleiden veel aantrekkelijker voor het bedrijfsleven.'' Omdat de UT al in 1997 is gestart met de ontwikkeling van een major-minorsysteem, was de invoering van het bachelor-mastersysteem relatief makkelijk. Vorig jaar voerde de UT als eerste het nieuwe systeem in. ,,Wij zijn in feite de meest Amerikaanse universiteit van Nederland. Wij hebben bijvoorbeeld een campus. Daarom is het min of meer voor de hand liggend dat wij als eerste het bachelor-mastersysteem hebben ingevoerd.''

Van Vught stelt dat Europese universiteiten meer op Amerikaanse moeten lijken. ,,Het Amerikaanse systeem is dominanter. In Hongkong bijvoorbeeld, zijn universiteiten ingericht naar Amerikaanse model, daar willen de studenten naar Amerika, niet naar Europa. Dat is jammer. De wetenschap is in feite ontstaan in Europa. Socrates, Descartes en Einstein waren Europeanen. Met die geschiedenis moet Europa wat doen. Als wij meer richting een Amerikaans systeem gaan, kunnen we de concurrentie met de rest van de wereld aangaan.''

Ook Gispen, rector magnificus in Utrecht, stelt dat ,,een beetje concurrentie geen kwaad kan.'' Volgens hem is onderscheiding echter geen doel op zich. ,,Maar nuances tussen de verschillende universiteiten zijn nooit verkeerd.'' Daarom gaan de wijzigingen in Utrecht ook verder dan alleen onderwijsverbreding. ,,Wij willen er vanaf dat een student Rechten bijvoorbeeld maar twee colleges per week heeft'', vertelt Gispen. Er komen minder hoorcolleges, en meer onderwijs in kleine werkgroepen. Studenten hebben straks gemiddeld zestien contacturen per week, en per cursus worden maximaal twintig tot vijfentwintig studenten toegelaten. ,,Het is de bedoeling dat er meer contact komt tussen student en docent.'' Daarom komt er ook `studieloopbaanbegeleiding'. Hiervoor heeft de universiteit een elektronisch instrument, een portfolio, waarin de student zijn prestaties bijhoudt. Een begeleidende docent kan dit dossier openen, en contact opnemen met de student als die uit koers dreigt te raken.

Ondanks de verbreding, wordt studeren voor de Utrechtse student minder vrijblijvend, zo blijkt uit het nieuwe motto van de universiteit. Gispen: ,,Inschrijven is meedoen, is halen.'' Dus is aanwezigheid verplicht en krijgt de student nog maar één gelegenheid een tentamen over te doen. ,,Als die na de tweede keer nog steeds geen voldoende kan halen, kunnen we beter kijken welke cursussen wel bij hem of haar passen.''

De vernieuwingen moeten leiden tot een betere aansluiting op de internationale arbeidsmarkt. Net als aan verschillende andere universiteiten, denken ze in Utrecht dat studieverbreding hiervoor het juiste recept is. Gispen: ,,Maar studenten kunnen hier net zo zeer expert worden als ze zelf willen, er zijn meer keuzevrijheden, maar studenten zijn vrij om alleen cursussen te volgen binnen het eigen vakgebied.''