Rugnummers

Mart Smeets doet `Zomerkijker' Jef Rademakers in zijn tv-recensie `Plofjes' (NRC Handelsblad, 19 augustus), ,,een beetje denken aan de legendarische Barend Barendse''. Rademakers doet niet een beetje aan Smeets én Barendse denken, doch zeer. Volgens hem schreeuwde Barendse aan de finish van de Tour de France toen hem de naam van de naderende renner werd toegefluisterd in paniek uit: ,, Namen heb ik niks aan, rugnummers moet ik hebben.''

In één alinea slaat Rademakers de plank driemaal mis. Het was niet de naam van een naderende renner die Barendse werd toegefluisterd. Via de mobilofoon werd hem meegedeeld dat de Franse premier: ,,Pfimlin is gevallen''. Waarop Barendse repliceerde met: ,, Aan namen heb ik niks, rugnummers moet ik hebben.''

Het dialoogje voltrok zich in 1958, niet in de Tour de France (die Barendse later verscheidene malen vanachter de monitor in Bussum zou verslaan en slechts eenmaal vanuit Frankrijk), maar in Olympia's Ronde door Nederland. Op een dergelijke opeenstapeling heb ik de ijdeltuit Smeets nooit kunnen betrappen.