Nederland als uitzendbureau

De recente gerechtelijke uitspraak in de CMG-zaak kan verstrekkende gevolgen hebben voor de Nederlandse ordening van de arbeidsmarkt. Het IT-bedrijf CMG had de rechter gevraagd om de mogelijkheid te krijgen gebruik te maken van de flexibele ontslagwetgeving die enkele jaren geleden – in het voorbije Melkert-tijdperk – van kracht is geworden ten behoeve van de arbeidsrechtelijke inbedding van het uitzendwezen. Daarmee zou CMG gemakkelijk en goedkoop van zijn `bankzitters' kunnen afkomen, die inmiddels geruime tijd thuis zitten vanwege het uitblijven van opdrachten op de kwakkelende IT-markt.

Het argument is dat IT-ondernemingen als CMG in feite ook uitzendbureaus zijn, die IT-deskundigen tijdelijk bij klanten detacheren om daar een klus te klaren. Natuurlijk moet worden afgewacht hoe de zaak in hoger beroep zijn vervolg krijgt. De vakbonden laten het hier immers niet bij zitten. Maar mocht de oorspronkelijke uitspraak overeind blijven, dan staat de deur naar een verregaande flexibilisering van de arbeidsmarkt wagenwijd open zonder dat het nieuwe kabinet daar een vinger voor hoeft uit te steken. Met dank aan Ad Melkert.

Voormalig VVD-leider en huidig Eurocommissaris Frits Bolkestein en zijn collega-neoliberalen zullen zich vergenoegd in de handen wrijven. Als CMG zich als een uitzendbureau mag gedragen, mogen alle andere IT-collega's dat ook. En als dat aan IT-bedrijven wordt toegestaan, waarom dan niet ook aan andere zakelijke dienstverleners? Een organisatieadviesbureau detacheert bijvoorbeeld ook deskundigen bij een opdrachtgever – op tijdelijke basis – om een bijdrage te leveren aan de oplossing van een of ander bedrijfsprobleem. En menig reclamebureaumedewerker trekt zo'n beetje in bij een opdrachtgever om gezamenlijk aan een promotiecampagne te werken.

Na de verdere flexibilisering van de arbeidsmarkt die het gevolg is van deze ruime interpretatie van de uitzendwet, kan Nederland het Amerikaanse voorbeeld nog beter volgen: een nieuw banenwonder ligt in het verschiet. Immers, aldus de neoliberale gelovigen, een flexibele arbeidsmarkt is bij uitstek in staat om razendsnel nieuwe banen te creëren. De wetenschap dat later – mocht dat onverhoopt nodig blijken – makkelijk en goedkoop overtollige werknemers op straat kunnen worden gezet, brengt bedrijven er sneller toe nieuw personeel aan te trekken.

Helaas kent deze flexibiliteit ook keerzijden. Zo snel als banen kunnen worden geschapen in tijden van hoogconjunctuur, zo snel kunnen zij bij tegenwind ook weer worden afgebroken. De macro-economische gevolgen van deze tweezijdige flexibiliteit laten zich raden. De huidige worsteling van de Verenigde Staten maakt dat bijna dagelijks pijnlijk duidelijk. Hogere toppen worden gevolgd door diepere dalen.

Ook de bedrijven zelf moeten zich echter rekenschap geven van de nadelen van arbeidsflexibiliteit. Drie voorbeelden kunnen dit duidelijk maken. In de eerste plaats zullen de werving van nieuw personeel en het vasthouden van de huidige werknemers moeilijker (en duurder) worden. Alle blabla over de flexibele werknemer als kleine ondernemer ten spijt geeft bijna iedereen de voorkeur aan de zekerheid van een vaste baan. Werkgevers die dat in de aanbieding hebben, zijn populairder. Het talent zoekt zijn heil elders, behalve misschien wanneer de baanonzekerheid wordt gecompenseerd door een hoger inkomen.

In de tweede plaats zijn flexwerkers minder gemotiveerd om zich voor hun baas in te spannen. Als je werkgever zo weinig loyaliteit uitstraalt, waarom zou je dan een stap extra zetten? De nadelige effecten op de kwaliteit van de dienstverlening en de productiviteit van het productieproces zijn evident.

Ten derde zijn concurrenten gek op flexibele `zwakkelingen'. In slechte tijden zullen immers juist flexibele bedrijven het eerst overgaan tot het saneren van het personeelsbestand, zodat zij in eerste en vaak ook in tweede instantie de last van de marktkrimp op hun schouders nemen. Ergo: het marktaandeel van de niet-flexibele ondernemingen loopt op, evenals hun (relatieve) winstgevendheid.

Deze overwegingen zullen Frits Bolkestein cum suis ongetwijfeld niet kunnen overtuigen: je bent gelovig of je bent het niet. Het nieuwe kabinet – een enkele CDA-uitzondering daargelaten – bestaat uit trouwe leden van de neoliberale kerk. Misschien dat daarom de flexibilisering van de arbeidsmarkt in de komende jaren nog meer impulsen zal krijgen. En als je er wat langer over nadenkt: deze krant is eigenlijk ook een uitzendbureau. Correspondenten worden her en der gedetacheerd in nabije en verre buitenlanden om voor een tijdje verslag te doen van lezenswaardige wetenswaardigheden in den vreemde. De politieke redactie is naar Den Haag uitgezonden om ons op de hoogte te houden van de beleidsturbulentie en machtsstrijd aldaar, al dan niet geproduceerd en gevoerd in achterkamertjes. Columnisten zijn thuis gedetacheerd om zo nu en dan hun willekeurige mening over deze of gene kwestie puntig te ventileren. En gaat het niet ook slecht met de Nederlandse krantenmarkt?

Arjen van Witteloostuijn is hoogleraar Economie aan de Rijkuniversiteit Groningen.