Multitalenten in een oude kazerne

Het University College in Utrecht geldt als ideale proeftuin voor het nieuwe bachelor-mastersysteem. Hoe scepsis plaatsmaakte voor bewondering.

`Zijt Op Tijd', staat er onder het uurwerk bij de ingang van University College in Utrecht (UCU). Treffender kan de mentaliteit op het op Angelsaksische leest geschoeide college niet worden samengevat. Want die is er een van discipline. De studenten mogen geen lessen of tentamens verzuimen. En wie tijdens de driejarige opleiding voor een vak zakt, moet zijn zomervakantie opofferen voor summerschool. Wonen op de campus is officieel verplicht; deelnemen aan buitenschoolse activiteiten officieus.

De opleiding is gevestigd in de voormalige Kromhoutkazerne in Utrecht, die enkel nog door het wachthuisje bij de ingang doet denken aan gedrilde militairen. Nu ademt alles de sfeer van een campus in Oxford of Cambridge. In 1998 maakten de soldaten plaats voor de eerste studenten van de universitaire opleiding waar Engels de voertaal is. Slaapzalen werden verbouwd tot studentenkamers, kantoren tot collegezalen en op het plein waar vroeger soldaten op het appèl verschenen, zitten nu studenten in studieboeken te bladeren.

UCU is een undergraduate-opleiding waar studenten alleen een bachelortitel kunnen halen. Daarna stromen ze door naar (buitenlandse) universiteiten voor een mastertitel of beginnen ze in het bedrijfsleven als trainee. Voor de invoering van het bachelor-mastersysteem is UCU sinds de opening in augustus 1998 een ideale proeftuin geweest. UCU was de eerste universitaire opleiding op het Europese continent die het Amerikaanse en Britse opleidingssysteem overnam. Een waagstuk, zo geeft dean Hans Adriaansens, een van de oprichters, toe. ,,Vooroordelen waren er volop. Het residentiële en kleinschalige karakter zou kinderachtig zijn en we werden ervan beticht elitair te zijn. Het bachelor-mastersysteem was hier onbekend, dus werd er met argusogen naar ons gekeken.''

Inmiddels heeft het `schooltje', zoals Adriaansens UCU liefkozend noemt, een goede internationale reputatie opgebouwd. Elk jaar ontvangt UCU zo'n zeshonderd aanmeldingsformulieren uit alle landen van de wereld. Daaruit worden 350 potentiële studenten geselecteerd, van wie er uiteindelijk tweehonderd hun intrek op de campus mogen nemen. De selectiecriteria zijn streng: de cijferlijst van de vooropleiding telt mee, maar zeker zo belangrijk is de indruk die de toelatingscommissie van de kandidaat krijgt tijdens een gesprek. Adriaansens: ,,Onze studenten moeten een brede visie hebben en nieuwsgierig en ambitieus zijn.''

Het `cursusrendement' (het gemiddelde aantal studenten dat slaagt voor een cursus) ligt op ongeveer 95 procent. Jaarlijks zijn er maar vier à vijf studenten die van de opleiding afmoeten omdat ze onvoldoende presteren. Studenten met een bachelortitel van UCU op zak zijn zeer welkom op buitenlandse, gerenommeerde universiteiten.

Hoewel UCU de bacherlortitel in Nederland introduceerde, zijn er ook verschillen met het systeem zoals dat op `reguliere' universiteiten vanaf komend studiejaar geldt: UCU vraagt studenten niet onmiddellijk een studierichting te kiezen. Studenten stellen, onder begeleiding van een tutor, zelf hun vakkenpakket samen uit het aanbod binnen de drie richtingen humanities (letteren), science (natuurwetenschappen) en social science (sociale wetenschappen). ,,Reguliere universiteiten bieden studenten een keurig bamboebos'', stelt Adriaansens. ,,Er zijn een aantal voorgevormde studierichtingen en daaruit moet je dan maar kiezen als je zeventien bent. Hier kiezen ze aan het einde van het eerste jaar wel een major, maar doen ze ook vakken die zo op het oog niets met hun richting te maken hebben. Ze krijgen een brede, academische scholing en geen beroepsgerichte. Dat laatste gebeurt tijdens de masteropleiding. Op een reguliere universiteit is het nog niet mogelijk wiskunde én cello te studeren. Multitalenten worden gedwongen te kiezen. Dat is de Nederlandse hokjesgeest: een wiskundige kán geen virtuoos cellist zijn. Maar wij hebben hier studenten rondlopen die het tegendeel bewijzen.''

Toch is Adriaansens verheugd dat Nederland het Angelsaksische model nu algemeen invoert. ,,Het is nog te zeer een aftreksel van het aloude aanbodgerichte studierichtingenmodel, gericht op vroegtijdige specialisatie, maar het begin is er. Het systeem harmoniseert en maakt studenten internationaal mobieler.'' De grootschaligheid van reguliere universiteiten is Adriaansens nog wel een doorn in het oog.

,,De menselijke maat is zoek als je 25.000 studenten in grote collegezalen neerzet.'' UCU telt zeshonderd studenten die elkaar, in elk geval van gezicht, allemaal kennen. Student Thomas Venema (22) legt uit: ,,Door de kleinschaligheid is er een positieve sociale controle. Een college missen omdat je een kater hebt, is gewoon not done. Medestudenten zullen dan zeggen: kom je bed uit joh. Je raakt er aan gewend en iedereen om je heen op de campus zit in hetzelfde schuitje, dus aan zelfmedelijden doe je niet.''

Venema gaat zijn derde en laatste jaar in op UCU en koos voor een major in social science. Na UCU wil hij een masters European studies and international relations halen in het buitenland. De invoering van het bachelor-mastersysteem in Nederland, juicht hij toe. ,,Het is nodig, wil je internationaal meetellen. In veel landen begrijpen ze niet wat het Nederlandse doctoraal inhoudt, maar een bachelor kennen ze wel.''

In vergelijking met `reguliere' studenten in zijn vriendenkring heeft Venema een vollere agenda. ,,We hebben een werkweek van 55 uur en schrijven soms wel drie papers van zesduizend woorden per week. Ik zie wel eens gewone studenten langsfietsen met zo'n blik van: stelletje nerds, wie laat zich nou opsluiten op een campus. Maar tijdens bezoeken is het: Wow, wat leuk!''

Ook dean Adriaansens bestrijdt het `truttige' imago van UCU. ,,Je maakt hier net zoveel, zo niet meer mee als op een kamer in de stad. Het is hier – met 600 mensen uit 62 verschillende landen – ook een pressure cooker. Ik zie niet in waarom het voor je ontwikkeling beter zou zijn om in een bezemkast op vierhoog achter te wonen met een bijbaan als vakkenvuller bij de Hema. De tijd die studenten spenderen aan ruziemaken met de huisbaas kunnen ze hier besteden aan hun academische ontwikkeling.'' En die zit hem niet alleen in boeken of computerschermen. ,,Je leert ook door met elkaar te leven, te debatteren of samen een toneelstuk op te zetten.''