MENSEN ZIJN ALTIJD TE REDDEN

Op de zorgboerderij leren ex-verslaafden verantwoordelijkheid te nemen. Na een paar maanden kunnen ze doorstromen naar een baan of een opleiding.

Geef iemand een vis, hij heeft te eten. Leer die iemand vissen en hij heeft altijd te eten.

Dit gedichtje hangt in één van de gangen van Novadic, de Oost-Brabantse welzijnsinstelling voor verslavingszorg in St. Oedenrode. `Evert' staat er onder. Evert zwarte spijkerbroek, zwart t-shirt, shagje in de hand zit in de kantine. Hij is achtendertig. Het gedichtje heeft hij ooit ergens gelezen en uit zijn hoofd geleerd, vertelt hij. ``Want het is gewoon waar.''

Het gedichtje is Everts eigen motto geworden. Vijftien jaar lang was hij verslaafd aan alcohol en heroïne en zwierf hij dakloos door Eindhoven. Nu woont hij samen met zijn vrouw, die hij op straat leerde kennen, in een huisje in de stad en heeft hij een zoontje van tien maanden, Ramon. En in september begint hij met een mbo-opleiding activiteitenbegeleider. Het was zijn zoontje die hem aan het denken zette, zegt Evert zelf. Nu hoopt hij met zijn opleiding èn levenservaring anderen te kunnen helpen. ``Mensen zijn altijd te redden.''

Evert werkt op dit moment als begeleider bij ZimcA, het houtbewerkingsproject van Novadic dat is opgezet door coördinator Peter van Mill. ZimcA is niet zomaar een naam, vertelt hij. ``IMC (Intramuraal Motivatie Centrum) is een zogenaamd `overlastproject', voor de sociaal zwaksten, mensen die geen schijn van kans meer hebben op een baan. Bij ZimcA proberen we ze van de Z, van Zonder werk en Zonder zelfvertrouwen naar de A van Arbeid en Acceptatie te brengen.''

In een schuurtje op het grote, groene terrein van het voormalig klooster waar de instelling gevestigd is, is een aantal jongens hier, in de woorden van Van Mill, `van scratch' begonnen met één armetierig werkbankje en wat gereedschap. Er werden berkenhouten stoeltjes gemaakt die bij de bloemenwinkels in de streek gretig aftrek vonden. De opbrengst werd geïnvesteerd in gereedschappen. Inmiddels kunnen hier een aantal middagen per week groepen cliënten van Novadic aan de slag.

Bij ZimcA leren ex-verslaafden basale regels als `op tijd komen' en `je afmelden als je niet komt'. Als dat goed gaat kan iemand doorstromen naar één van de zorgboerderijen van Novadic: NovaFarm. Daar werken ex-verslaafden drie maanden lang elke dag mee bij al het werk dat gedaan moet worden. `Hulpboeren' worden ze genoemd.

Zorgboerderijen voor verslaafden zijn er niet veel. Het gros van de 350 zorgboerderijen in Nederland is bedoeld als dagbesteding voor gehandicapten. NovaFarm heeft op dit moment zes boerderijen, waarvan er één, in Helvoirt, voor alcohol- en drugsverslaafden is. Boer en boerin Van Balkom zijn drie jaar geleden overgestapt naar de `zorg'. Dat ze nu dagelijks met ex-verslaafden werken was niet hun eigen keuze, maar het bevalt ze wel. ``Je stapt over je vooroordelen heen'', zegt José van Balkom. De melkveehouderij staat nog steeds op eigen benen. Wel krijgen de Van Balkoms een vergoeding per cliënt. Dat was subsidie van de provincie, maar sinds NovaFarm vorig jaar een AWBZ-erkenning kreeg komt het geld uit die hoek.

Op de zorgboerderij worden de mensen begeleid door een zorgcoördinator en een werkmeester. Boerin Van Balkom: ``De ene hulpboer leert de andere wat hij moet doen. Als iemand hier een paar maanden zit weet hij heel goed wat er moet gebeuren en hoe. Ze gaan zich verantwoordelijk voelen.'' Maar het blijft een proces met vallen en opstaan. Vandaag zouden er vijf ex-verslaafden komen, maar er zijn er maar twee komen opdagen. De anderen zijn weggebleven, zonder opgaaf van redenen. Als dat gebeurt wordt er achteraan gebeld door de zorgcoördinator. Want meedoen is vrijwillig, maar niet vrijblijvend. Wie `ja' heeft gezegd wordt ook geacht te komen. Vaak is het geen onwil, maar onwetendheid, aldus Van Mill. ``Er is nooit iemand geweest die op ze wachtte. Maar daarom zitten ze ook hier, in een nabootsing van de praktijk, om het te leren.''

Na die drie maanden werken in de veilige omgeving van de zorgboerderij, kan iemand doorstromen naar een gewone baan of een opleiding. Dat traject wordt steeds professioneler. Novadic laat ex-verslaafden via een assessment testen op hun kennis en ervaring om zo mogelijke toekomstperspectieven in beeld te krijgen.

Zo werd Nourdin (33), met een lagere-beroepsopleiding en werkervaring in de detailhandel, geschikt geacht voor het vak van hulpverlener. De weg die Nourdin heeft afgelegd voordat hij bij NovaFrm terecht kwam is er één met hobbels en kuilen. En tot twee keer leidden die kuilen er toe dat hij aan de drugs raakte. ``Ik kan niet omgaan met tegenslagen'', zegt Nourdin daarover. ``Ontslag, echtscheiding.'' Inmiddels is hij, net als Evert, begeleider bij ZimcA en begint hij in september ook met een mbo-opleiding hulpverlening. Het is een deeltijdopleiding van vier dagen werken en één dag school. En dat is een probleem, want veel bedrijven willen geen ex-verslaafde als stagiair, is de ervaring van Van Mill. ``Maar als ze zich eerst elders hebben bewezen lukt het vaak wel.'' Daarom mag Nourdin bij NovaFarm stage lopen.

Van Mill zit samen met Nourdin aan een tafeltje in de grote gemeenschappelijke ruimte van de zorgboerderij van NovaFarm in Helvoirt. Het is schafttijd. De koffie is ingeschonken. ``Heb je je nou al aangemeld voor de opleiding?'' vraagt Van Mill. Dat blijkt Nourdin nog niet gedaan te hebben, omdat hij wacht op papieren van het GAK en van de gemeente. Van Mill hoort het aan. ``Daar hoef je toch niet op te wachten?'' zegt hij. Nourdin begint het hele verhaal weer te vertellen. Van Mill schudt zijn hoofd. ``Meld je toch maar vast aan, anders kún je straks niet eens beginnen'', zegt hij dan.

De gemakzucht van Nourdin is één van de eigenschappen die drugsgebruikers ontwikkelen en waar ze in het normale leven weer van moeten zien af te komen, zegt Van Mill. ``Hun leven bestaat eruit alles zoveel mogelijk voor zich uit schuiven en zich beter voor te doen dan ze zijn. Verslaafden denken `als ik ben gestopt met heroïne, dan kan ik alles aan.' Ze hebben een bepaalde fantasie in hun hoofden gaan daardoor tè hard werken als ze daadwerkelijk zijn afgekickt. Met het gevaar dat ze op hun bek gaan en weer in dezelfde vicieuze cirkel terechtkomen. Om dat allemaal te keren, daar is veel begeleiding voor nodig.'' Van Mill praat erover waar Nourdin bij zit. Maar die is niet beledigd. Af en toe kijkt Van Mill hem even vragend aan. ``Bemiddelen, stimuleren, of eigenlijk gewoon achter de vodden aan zitten blijft keihard nodig voor deze mensen'', zegt hij. Nourdin knikt. ``Daarom ben ik ook hier'', zegt hij.