Liever een omhelzing dan een genadeslag

Met de invoering van het BaMa-stelsel vervaagt de grens tussen universitaire en hbo-opleidingen. Potentiële concurrenten zoeken elkaar op.

Universiteiten en hogescholen kruipen steeds dichter naar elkaar toe. Tot tien jaar geleden gaapte er een diepe kloof tussen de wetenschappelijke bolwerken en de beroepsgerichte opleidingen. Ze hadden slechts incidenteel contact, bijvoorbeeld als een student van de ene naar de andere instelling overstapte. Nu is dat anders: veel universiteiten hebben een samenwerkingsconvenant met een hogeschool of zijn op zoek naar een geschikte partner. Zo kondigden de Universiteit van Amsterdam (UvA) en de Hogeschool van Amsterdam (HvA) vorig jaar aan te willen fuseren. Korte tijd later maakte de Vrije Universiteit (VU) te Amsterdam zijn fusieplannen met de Hogeschool Windesheim in Zwolle openbaar.

Fusies binnen het hbo zijn niet nieuw. Waren er in de jaren '80 nog bijna 350 kleine hogeschooltjes, nu zijn er minder dan vijftig grote en brede hogescholen. Maar universiteiten hielden zich altijd ver van samenwerking en zeker van fusie met een hogeschool. Fuseren mócht ook niet, het was bij de wet verboden. Het `binaire stelsel', het onderscheid tussen hogescholen en universiteiten, moest blijven bestaan. Pas tijdens de vorige kabinetsperiode kondigde toenmalig minister van Onderwijs Hermans aan die wet te schrappen. Als universiteiten en hogescholen willen fuseren, dan moest dat kunnen.

En de twee Amsterdamse universiteiten willen dat wel. De meest dwingende reden is de invoering van de bachelor-masterstructuur in het hoger onderwijs dit studiejaar. Veel hogescholen zullen beroepsgerichte masteropleidingen gaan aanbieden, die overigens niet door de overheid worden bekostigd. Doordat zowel universiteiten als hogescholen dezelfde titels gaan geven, ligt vervaging tussen een hbo- en een universitaire opleiding op de loer. Met name de universiteiten zijn daarvoor beducht.

Die dreigende vervaging en de daaruit voortvloeiende concurrentie is de belangrijkste reden om te fuseren, zegt Sijbolt Noorda, bestuursvoorzitter van de UvA. ,,Hogescholen gaan natuurlijk verkondigen dat hun masters niet onderdoen voor de universitaire master. De verschillen tussen een hbo- en een wetenschappelijke opleiding kun je alleen kraakhelder aangeven, als je het uit één hand stuurt. Anders ontstaat er voor studenten en werkgevers een heel verwarrende situatie.''

Hoe graag Noorda ook zou willen, een echte fusie is nog niet mogelijk. Hermans heeft de wet niet op tijd aangepast. De UvA en de HvA gaan door met het voorbereiden van de fusieplannen en werken tot die tijd nauw samen. Als het inderdaad tot een fusie komt, onstaat een mammoetinstelling met 40.000 studenten en meer dan 5.000 werknemers.

Grote winnaar van de fusie, zegt Geri Bonhof, bestuurslid van de HvA, is de student. Die heeft veel meer keuzemogelijkheden, kan snel switchen en komt zo makkelijker op de plek terecht waar hij thuishoort. Hbo-studenten kunnen makkelijker dan voorheen verder studeren aan de universiteit.

Binnen één instelling worden ook eenvoudiger nieuwe opleidingen gecreëerd. Noorda: ,,Er bestaat nu één juridische opleiding, de wetenschappelijke opleiding rechten. Maar er zijn tientallen beroepen in het verzekeringswezen, bij de kinderbescherming, de politie die veel juridische kennis vereisen maar niet per se een universitaire opleiding. Dit studiejaar starten we een juridische opleiding op hbo-niveau.''

Ernest Briët, bestuurslid van het Academisch Medisch Centrum (AMC) van de UvA ziet de voordelen in de praktijk. Briët is enthousiast over de intensieve samenwerking met de verpleegkunde opleiding van de HvA. Het helpt volgens hem de kloof tussen de verpleegkundigen en de artsen te dichten. Vooral de patiënt heeft daar baat bij.

Ook voor de VU was de dreigende concurrentieslag in het hoger onderwijs de belangrijkste reden om een fusie met Windesheim na te streven. ,,Liever elkaar omarmen dan elkaar kapotconcurreren'', zegt Cor de Raadt, strategisch directeur fusie van de VU en Windesheim. Daarnaast is het ontwikkelen van masterprogramma's voor een hogeschool erg kostbaar omdat ze geen overheidsfinanciering krijgen. Door de samenwerking met de VU kunnen hbo-studenten van Windesheim aan de VU een mastertitel halen.

Zwolse studenten kunnen binnenkort voor het eerst in hun eigen stad een universitaire opleiding volgen. De VU start er in 2003 de opleiding bedrijfswetenschappen. De Raadt: ,,Dat gaat natuurlijk ten koste van het aantal economiestudenten aan de hogeschool. Als concurrenten zouden we enorme bonje hebben. Nu het binnen één instelling valt, is er niets aan de hand.'' Vanaf dit studiejaar zullen de beide instellingen één college van bestuur hebben, bestaande uit vijf personen: twee van Windesheim en drie van de VU.

Fusie gaat de overige universiteiten en hogescholen te ver, samenwerkingsverbanden komen steeds vaker voor. ,,Een fusie kost de organisatie te veel energie, het zou juist een belemmering worden'', zegt Jeanne Mulder, bestuurslid van de Hogeschool Arnhem en Nijmegen (HAN) over de samenwerking met de Katholieke Universiteit Nijmegen (KUN). Volgens Jan Peters, vice-bestuursvoorzitter van de KUN, vervaagt een fusie het onderscheid tussen hbo en wetenschappelijke opleidingen juist. ,,Wij proberen complementair te zijn.''

De samenwerking gaat verder dan de verbeterde uitwisseling van studenten en het delen van voorzieningen zoals sportfaciliteiten en bibliotheken. ,,Ook op faculteitsniveau werken wij samen, mits beide instellingen er voordeel bij hebben'', zegt Mulder. De hbo-opleiding gezondheidszorg werkt al jaren samen met de medische faculteit. De tweedegraads lerarenopleidingen van de HAN en de eerstegraads van de KUN worden geïntegreerd. Mulder: ,,Maar onze techniekopleidingen kunnen weinig met de KUN, want het is geen technische universiteit.''

De HAN laat de masteropleidingen niet over aan de KUN, maar gaat zelf beroepsgerichte masteropleidingen ontwikkelen. Het merendeel van de al bestaande 17 MBA-opleidingen is ontwikkeld in samenwerking met een buitenlandse universiteit. Het kan twee kanten op, zegt Mulder. ,,Onze studenten kunnen een master halen aan de KUN, al is de kans groot dat ze een aanvullend programma moeten volgen. KUN-studenten zijn van harte welkom in onze MBA-opleidingen. Zie hier de voordelen.''