Lammelingen

Er is een tijd geweest dat in bepaalde kringen stelen `proletarisch winkelen' werd genoemd. Studenten gingen er trots op hun boekenverzameling in de Bijenkorf proletarisch bijeen te hebben gewinkeld. Dat mocht, want dat concern maakte deel uit van het grootkapitaal en het was heel verkeerd om daartoe te behoren. In de krant lees ik nu over creatief gebruik van de WAO. Bij het lezen van het vervolg van dat artikel overvalt mij eenzelfde soort weerzin als indertijd toen diefstal met eufemismen werd goedgepraat.

`De creatieve samenloop van pre-pensioen en WAO was vijf jaar lang mogelijk', lees ik verder. Vooral leraren schijnen van deze regeling te hebben geprofiteerd. Van de totaal 4500 mensen die het betreft, is ruim twee derde uit het onderwijs afkomstig. Dat het relatief veel leraren betreft komt niet doordat leraren creatiever samenlopen dan ambtenaren, maar doordat zij nu eenmaal sneller opbranden.

Wat nu hield die creatieve samenloop in? De leraar, of de ambtenaar, ging in de WAO en daarnaast ook nog eens met vut. Omdat het twee aparte regelingen betreft, kwamen ze in aanmerking voor beide uitkeringen. Dus wordt hun nietsdoen beloond met een honorarium dat kan oplopen tot 140 procent van het salaris dat ze zouden hebben verdiend als ze wel hadden gewerkt. Deze situatie bestaat sedert april 1997. En wat heeft Hermans, onze vorige, zo doortastende minister van onderwijs dus als de bliksem gedaan? Die heeft de zaak eerst zowat een hele kabinetsperiode lang aangezien om in januari 2002 deze regeling zo te herzien dat in het vervolg, net als overal elders, ook voor leraren en ambtenaren is gaan gelden dat de optelsom van uitkeringen nooit boven de 75% kan uitstijgen.

Vijf jaar na invoering werd er pas een eind aan gemaakt, terwijl je mag verwachten dat het bestaan van die regeling toch al veel eerder is opgemerkt. Ik kan me niet voorstellen dat die nooit ter sprake is gebracht in de vergaderingen van het ABP, waar ook ambtenaren en vakbondsbonzen aanschuiven. Die zullen daar toch niet alleen maar zitten slapen. Hermans en de bonden zijn, mag je dus aannemen, jarenlang op de hoogte geweest van deze absurde situatie zonder daar iets tegen te ondernemen. Sterker nog, toen er iets werd ondernomen werd dat niet van toepassing verklaard op de bestaande gevallen. Die mogen tot hun 65ste doorgaan 140% te incasseren. Op de WAO-uitkering worden namelijk alleen inkomsten uit werk gekort. Pre-pensioen is geen inkomen uit werk. Dat kan dus niet gekort worden. Wel kan de minister de regeling zo veranderen dat het pre-pensioen wel wordt gekort, maar `die mogelijkheid is nog nooit benut'. Te beroerd dus om iets te ondernemen, omdat het wel eens ingewikkeld zou kunnen zijn.

Leraren en ambtenaren hebben het afgelopen jaar herhaaldelijk te horen gekregen dat het niet goed gaat met de door hen bijeengebrachte premies, dat wellicht de pensioenbijdragen omhoog moeten of de uitkeringen omlaag. Oorzaak: de ontwikkelingen op de aandelenmarkt. Daar kan toch niemand iets aan doen, zo verweren zich de pensioenfondsen, en dat is waar, maar aan het verschaffen van onredelijke uitkeringen, daar hadden de dames en heren betrokkenen al lang iets aan kunnen doen.

WAO- en pensioenpremies zijn gebaseerd op solidariteit. Als bepaalde mensen onrechtvaardig veel uit die ruif krijgen, dienen toezichthouders meteen alarm te slaan en dat te repareren. Dat zijn ze verplicht op grond van hun verantwoordelijkheid van toezichthouder. Nog afgezien van het feit dat het ook een kwestie van fatsoen is. Vijf jaar, wat een stelletje lammelingen.

prick@nrc.nl