KRITIEK

Belangenorganisaties hebben de afgelopen maanden fel uitgehaald naar het bachelor-mastersysteem. De belangrijkste kritiekpunten op een rij:

Achterstelling hbo-studenten Een van de voornaamste kritiekpunten op het nieuwe onderwijssysteem is de positie van hbo-studenten. Die zouden volgens organisaties als de Landelijke Studentenvakbond (LSVb), het Interstedelijk Studenten Overleg (ISO) en de hbo-raad (de overkoepelende organisatie voor hogescholen) worden achtergesteld bij wo-studenten. Zo mogen studenten aan het huidige hbo zich na vier jaar bachelor noemen. Daarna wordt van hen verwacht dat zij gaan werken. Ze kunnen wel doorstuderen, maar ontvangen daar over het algemeen geen studiefinanciering voor. Alleen een klein aantal hbo-masters wordt bekostigd, andere masters komen in aanmerking voor een financiële bijdrage, mits daar `maatschappelijke noodzaak' voor is. Deze beperkingen gelden niet voor studenten aan de universiteit. Zij krijgen na drie jaar een bachelordiploma, daarna kunnen zij, financieel gesteund door de overheid, nog verder studeren voor het masterdiploma. De belangenorganisaties vinden dat bestaande ongelijkheden met de invoering van het bachelor-mastersysteem moeten verdwijnen. Een beroepsgericht bachelordiploma zou – net als een wetenschappelijke bachelordiploma – niet als uitstroommoment moeten worden gezien. Ook vinden zij het oneerlijk dat een havo/hbo-bachelortraject negen jaar bekostigd wordt, terwijl een vwo/wo-master traject minimaal tien jaar bekostigd wordt.

Financiering De LSVb, ISO, HBO-raad en de Vereniging Nederlandse Universiteiten (VSNU) uiten ook kritiek op de algehele bekostiging van het nieuwe stelsel. Voormalig onderwijsminister Hermans heeft 23 miljoen euro beschikbaar gesteld voor de invoering van het bachelor-mastersysteem. De belangenorganisaties stellen dat daar slechts enkele `vernieuwende projecten' mee bekostigd kunnen worden. In een reactie op de onderwijsbegroting schreef de LSVb: ,,De minister is vergeten geld te reserveren voor dubbele onderwijsprogramma's: terwijl de nieuwe curricula beginnen, moeten de studenten die nu al studeren hun `oude' studie af kunnen maken. Voor hogescholen is er zelfs helemaal geen geld.''

Selectiecriteria Naast financiële kanttekeningen zetten de belangenorganisaties ook vraagtekens bij inhoudelijke aspecten van het bachelor-mastersysteem. Het ISO en de LSVb maken zich zorgen over de mogelijkheid die opleidingsinstellingen hebben om selectie bij de doorstroom naar masters toe te passen. De instellingen zijn verplicht de student aan minimaal één masteropleiding toe te laten nadat deze zijn bachelordiploma heeft behaald. Maar voor alle andere masters mogen zij extra selectiecriteria toepassen. Selectie op basis van alleen cijfers mag niet volgens de Wet bachelor-master. Maar rondom andere selectiecriteria is de wet volgens het ISO en de LSVb niet duidelijk. Zij vinden selectie op relevante voorkennis begrijpelijk. Maar stellen dat selectie op niet-relevante voorkennis of andere criteria onnodig en zelfs ontoelaatbaar is. Volgens hen is zelfselectie de enige juiste vorm van selectie. Door goede voorlichting en inzicht in de opleiding zouden studenten zelf een goede keuze kunnen maken. De HBO-raad daarentegen is voorstander van selectie voor de masterfase. Ook de VNSU is geen uitgesproken tegenstander van selectie.