Kernenergie is geen duurzame oplossing

Voorstanders van kernenergie negeren de problemen voor toekomstige generaties en sjoemelen met de kosten, vindt Diederik Samsom.

Terwijl het debat over kernenergie in Europa zich voornamelijk beweegt omtrent de vraag of kernenergie een passende overbrugging kan bieden naar een echt duurzame energievoorziening, onderneemt prof. Van der Hagen een vlucht naar voren (Opiniepagina, 19 augustus). Kernenergie is zélf een duurzame bron van energie en past in het rijtje naast zon- en windenergie, stelt Van der Hagen. Hij ziet geen tijdelijke rol voor kernenergie, maar een blijvende als ,,belangrijke bijdrage aan een duurzame energiehuishouding''. Een opmerkelijke stelling die enige kanttekeningen behoeft.

Duurzame energiebronnen moeten voldoen aan één essentiële voorwaarde: het gebruik ervan mag toekomstige generaties niet voor problemen stellen. De energiebron mag dus niet opraken, zodat ook de generaties na ons er nog van kunnen profiteren. Ook mag hij geen vervuiling opleveren die toekomstige generaties problemen kan bezorgen.

Kernenergie maakt gebruik van uranium. Dat is een eindige grondstof. Het is zelfs een veel eindiger grondstof dan fossiele brandstoffen als olie en gas. Geologen kunnen betogen dat olie en gas in essentie hernieuwbare energiebronnen zijn, omdat ze in de loop van miljoenen jaren worden gemaakt, maar van uranium komt er geen gram meer bij sinds de aarde werd gevormd. Ronkende cijfers van Van der Hagen over de geringe hoeveelheid uranium die nodig is voor energieopwekking en de theoretische voorraden, doen aan dit feit niets af.

De economisch winbare reserves van uranium zijn nog slechts voor 50 jaar afdoende – zelfs bij de schamele bijdrage van 6 procent die kernenergie nu levert aan de wereldenergievoorziening. Maar rasoptimisten zijn niet snel uit het veld geslagen. We kunnen zelfs uranium uit zeewater halen, stelt Van der Hagen. Welja, om onze uraniumbehoefte uit zeewater te halen hoeven we alleen maar dagelijks twee keer de inhoud van de Oosterschelde chemisch te bewerken om de lage concentratie van 35 microgram uranium per liter eruit te persen. Er bestaan voor de hand liggender manieren om aan energie te komen.

Is de onuitputtelijkheid van de grondstof al lastig te onderbouwen, het vergt een wel heel flexibele redenering om het afvalprobleem van kernenergie binnen de definitie van duurzaamheid te passen. Van der Hagen probeert het met de `maatschappelijke paradox'. Eigenlijk is het afvalprobleem allang opgelost, maar de maatschappij accepteert het niet en daarom telt het niet als oplossing. Van der Hagen gaat hiermee voorbij aan het feit dat zijn `oplossing' niet alleen maatschappelijk, maar ook technisch omstreden is. De stabiele rotsformaties waar het afval volgens hem in kan worden opgeborgen, blijken bij nader onderzoek stuk voor stuk niet gegarandeerd stabiel voor de tijdsduur dat kernafval bewaard moet worden: tienduizenden jaren. We kunnen tot op heden dus niet garanderen dat komende generaties geen last hebben van ons afval en dus kan kernenergie niet duurzaam genoemd worden.

Van der Hagen probeert de twijfelaars nog over de streep te trekken met het argument dat kernenergie in ieder geval wél erg goedkoop is, maar maakt daarbij een uitglijer. Bij de kosten stelt hij dat kernenergie ,,de enige energiebron is die alle kosten heeft geïnternaliseerd''. Alsof de kosten voor het schoonmaken van de gevolgen van de ramp bij Tsjernobyl in de prijs van kernenergie zijn verrekend. Alsof de atoomindustrie betaalt voor het schoonmaken van de Ierse Zee, die door lozingen van het nucleaire complex Sellafield inmiddels één van de meest radioactieve ter wereld is. Alsof de enorme verwoesting die uraniummijnbouw aanricht in delen van de wereld, netjes wordt opgeruimd. Klinkklare nonsens. Kernenergie heeft slechts een fractie van de milieukosten in haar prijs verwerkt.

Blijft over de snel stijgende energievraag, die ons inderdaad voor grote problemen stelt. Op basis van de recente ontwikkelingen is de vraag zinvol welke rol kernenergie daarin moet spelen. Met de geringe beschikbaarheid van echt schone energiebronnen valt het inmiddels reuze mee, zeker in vergelijking met kernenergie. Sinds 1994 zijn er wereldwijd zo'n 25.000 windmolens bijgekomen, genoeg om twaalf `Borsseles' overbodig te maken. Duurzame bronnen van energie groeien inmiddels met tientallen procenten per jaar, terwijl de groei van kernenergie vrijwel tot stilstand is gekomen. Kernenergie hoeft dus geen rol te spelen bij de ontwikkeling van een duurzame energievoorziening. Dat kan duurzame energie inmiddels beter zelf.

Diederik Samsom is directeur van het groene energiebedrijf Echte Energie.