In Utrecht is muziek Schubert nu oud

Weinig muziekfestivals ter wereld kunnen zo letterlijk en meerstemmig worden ingeluid als het Festival Oude Muziek in Utrecht. Voorafgaand aan het openingsconcert in Muziekcentrum Vredenburg klonken gisteravond tientallen kerkklokken in een traditioneel gongend gebeier door de stad.

Het programma van deze 21ste editie van het Festival Oude Muziek werd bijna geheel samengesteld door de nieuwe programmeur Jan Van den Bossche, die een lans breekt voor een vernieuwd, opener festival waarin oude muziek staat voor repertoire van het jaar duizend tot aan Debussy. Hij zette die stelling gisteravond kracht bij met een openingsprogramma rond koorwerken en liederen van Schubert door het excellente Nederlands Kamerkoor onder de tekstgevoelige, muzikaal precieze dirigent Marcus Creed en de jonge tenor Christoph Genz.

Net als het Gergjev Festival in Rotterdam, experimenteert het Festival Oude Muziek met de presentatie van concerten. Voor dit door Carel Alphenaar geregisseerde, semi-scenische openingsconcert was de piste van Vredenburg omgetoverd tot een hoogromantisch Duits woudtafereel met een witte ballon als maan en banieren als bomen. Er groepten koorzangers als montere verenigingszangers samen in rokkostuum en hoge hoed en er verpoosde een kwijnende jongeling (Andreas Ladwig), die de muzikale fragmenten aaneensmeedde met declamaties.

Muzikaal bood deze opening een zeldzame blik op onverdiend ondergesneeuwd repertoire. Niet alleen de harmonisch klokkend klinkende koren van Schubert, ook een zeer virtuoos gespeeld hoorntrio van Antonín Reicha (1770-1835) belichtte in deze `Waldesnacht' een onbekend aspect van de 19de-eeuwse muziekpraktijk. Een grote ontdekking bleek de 21-jarige Zuid-Afrikaanse fortepianist Kristian Bezuidenhout. Hij stond niet alleen voor een indringend intieme interpretatie van het `Andante sostenuto' uit Beethovens Mondscheinsonate, maar deed bovendien de oren omkrullen met zijn even eigenzinnige als zinnige roffeltjes in een lied als Schuberts Der Wanderer an den Mond. Met de hier prachtig klein en naturel zingende Christoph Genz vormde Bezuidenhout zo een écht duo, dat Schuberts `volkstümlichkeit' benadrukte op zelden gehoorde, hoogst `authentiek' aandoende wijze, en zo de gedachten vooruit deed lopen naar het festivalsymposium dat dit weekeinde is gewijd aan 19de-eeuwse uitvoeringspraktijk.

Het Festival Oude Muziek kent dit jaar vijf festivalthema's: de 19de-eeuwse muzieksalon, de muzikale cultuur van de jezuïeten en die rond de Adriatische kust, de passiemuziek van Heinrich Schütz en Beethovens vioolsonates. Het festival biedt verder de opera Platée van Rameau door de Reisopera, de wereldpremière van de Matthäus Passion (1769) van Carl Philipp Emanuel Bach door Ton Koopman en Händels l'Allegro ed il Pensoroso onder John Eliot Gardiner. Paul van Nevel dirigeert op 1 september het slotconcert met La Favola d'Orfeo – een muzikale en dichterlijke zetting van de Orfeus-mythe die een eeuw voor Monteverdi's Orfeo ontstond.

Festival Oude Muziek: Nederlands Kamerkoor, Christoph Genz (tenor), David Parsons (gitaar), Kristian Bezuidenhout (fortepiano) e.a. Programma met werken van o.a. Schubert. Gehoord: 23/8 Vredenburg, Utrecht. Inl: 030-2303830 of www.oudemuziek.nl