`Ik moet nog wat vaker tot tien tellen'

Minke Booij (25) geldt als de onzichtbare kracht van de Nederlandse hockeyploeg, die vandaag in Macau aan het toernooi om de Champions Trophy begint. ,,Wie prachtig hockey wil zien, komt niet voor mij.''

Geef haar een stick en lachend `zaagt' ze een tegenstandster doormidden. Grijnzend: ,,Nou, zo erg is het ook weer niet. Maar inderdaad: als het moet, trek ik aan de noodrem. Maar nooit met de intentie iemand met opzet te blesseren door bijvoorbeeld na te slaan. Dat gaat me te ver.''

Minke Booij (25) oogt als iemand die nog geen vlieg doodslaat. Maar zet haar op het kunstgras en achter de innemende glimlach van de verdedigster van Den Bosch blijkt een venijnig hockeyster schuil te gaan. ,,Mijn vader heeft dat ook: niet kunnen berusten in een mindere prestatie. Soms word ik er zelf ook wel eens gek van. Aan de andere kant: die agressiviteit is wel een van mijn belangrijkste wapens.''

Broer Menno daarentegen, eveneens international, is minder onstuimig, weet zijn twee jaar jongere zus. ,,Menno is de technische hockeyer, ik de rauwdouwer. Dat was vroeger al zo. Al zijn die verschillen minder geworden sinds hij de laatste jaren bij Bloemendaal heeft geleerd wat verdedigen is en wat hard werken is. Met als gevolg dat hij zo veelzijdig is dat hij geen specialiteit en dus geen basisplaats bij het Nederlands elftal heeft.''

Booij is weliswaar niet de meest verfijnde (,,Wie prachtig hockey wil zien, komt niet voor mij''), maar zeker de meest onderschatte speelster uit de Nederlandse hoofdklasse. Mede door haar onverzettelijke optreden won Den Bosch twee maanden geleden voor de vijfde opeenvolgende keer de landstitel. ,,Omdat we bereid zijn hard te werken en te investeren in onszelf. En dus niet omdat wij keer op keer het geluk aan onze zijde hebben, zoals ik nog wel eens hoor en lees. Al schijnt niet iedereen dat te willen beseffen, maar het is echt geen toeval dat wij al vijf jaar de beste zijn. Dat zegt veel over ons, maar ook wat over de rest.''

Vermeende onwaarheden zijn niettemin van harte welkom. ,,Als er weer eens een niet zo'n vleiend stukje over ons in de krant is verschenen, gaat dat verhaal in de kleedkamer van hand tot hand. Teksten als 'Den Bosch geen schim meer van wat het is geweest' doen het uitstekend bij ons. Dat houdt ons scherp.''

Maar steek niet de draak met Den Bosch, de club waar Booij al achttien jaar speelt. ,,Ik ben van Den Bosch en Den Bosch is van mij. Natuurlijk heb ik wel eens aan een andere club gedacht, zeker toen ik nog in Amsterdam woonde. Maar het succes en de band die ik met Den Bosch heb, weerhielden me. En dus stond ik drie keer in de week in file of zat ik in de trein. Maar je moet wat over hebben voor je clubje.''

Niet de verbaal vaardige Booij, maar haar clubgenote Mijntje Donners draagt de aanvoerdersband in Macau, waar vandaag het toernooi om de Champions Trophy is begonnen. Booij: ,,Voor die rol ben ik niet geschikt. Nóg niet tenminste. Ik heb moeite mezelf in bedwang te houden. Ik moet leren de rust te bewaren op momenten dat de situatie daar om vraagt. Iets vaker tot tien tellen, zoals Marc (bondscoach Lammers, red.) regelmatig zegt. Zoals ik sowieso constanter moet worden, ook in de passing.''

Ambities om haar talenten elders op het veld te etaleren, heeft Booij niet. Verdedigen is ook kunst, benadrukt de 92-voudig international. ,,Ik hoef niet zonodig de ene na de andere schitterende passeerbeweging te maken. Daar ligt mijn kracht ook niet. Laat mij maar lekker achterin bikkelen, balletje afpakken en opbouwen, dan ben ik tevreden.''

Vervulde ze jarenlang de rol van de relatief anonieme rechtsachter, sinds vorig najaar staat Booij net als bij Den Bosch in het hart van de verdediging. Tot voor kort met de speelster met wie ze al tien jaar samenspeelde, Dillianne van den Boogaard. Maar die werd vier weken geleden door Lammers verbannen uit de nationale selectie. Tot verbazing van velen, ook van Booij. ,,Met een paar speelsters hebben we nog gevraagd of de deur definitief dicht was. Dat bleek het geval. Toen was het, hoe vervelend ook voor Dil, einde verhaal.''

In ongemeen felle bewoordingen (,,Haar kwaliteiten zijn overschat'' en ,,Ze is ingehaald door de tijd'') rekende Lammers in de pers af met de routinier. ,,Dat had best een onsje minder gemogen'', zegt Booij. ,,Het was een hard gelag voor Dil, en dat is het nog steeds. Marc had zijn redenen, maar om haar vervolgens zo af te branden? Nee, dat ging mij een beetje te ver.''

Of wilde Lammers een signaal afgeven? Booij, bedachtzaam: ,,Er is maar één weg en dat is zijn weg. Maar tot die ontdekking kwam ik anderhalf jaar geleden al tijdens zijn eerste oefentrip naar Maleisië. Marc heeft een vastomlijnde denk- en werkwijze. Daar wijkt hij niet vanaf. Het doel is heilig en hij legt de lat hoog, heel hoog zelfs. Maar dat moet ook. Willen wij straks wereldkampioen worden, dan kom je d'r niet met een beetje van dit en een beetje van dat. Je zal in het moderne hockey offers moeten brengen.''

Van zijn speelsters eist Lammers dat hun maatschappelijke carrière ondergeschikt is aan de sport. Dat is in de amateursport die hockey formeel nog altijd is een breuk met het verleden, toen vooral in blokken werd gewerkt. Booij, afgestudeerd heao'ster (commerciële economie), combineert het tophockey sinds een jaar met een parttime-baan bij haar club Den Bosch, waar ze verantwoordelijk is voor het sponsorbeleid. ,,Mijn hele leven staat momenteel in het teken van hockey. Het is een manier van leven geworden. Maar saai? Nee. Bovendien: het is tijdelijk en het moet. Anders zijn we gezien tegen al die landen, die al jaren min of meer fulltime met hun sport bezig zijn.''

Maar van een revolutionaire cultuuromslag sinds het afscheid van Lammers' voorganger Tom van 't Hek is volgens Booij geen sprake. ,,Onder Tom trainden we ook met hartslagmeters, zij het niet allemaal, en werden we ook begeleid door (inspanningsfysioloog, red.) Jos Geijsel. Het enige verschil is dat Tom vooral vanuit z'n hart coachte, daar waar Marc meer de nadruk legt op de ratio en de analyse, en het liefst middenin de nacht nog strafcornervariant zes zou willen trainen.''