Het tweede leven van oud frituurvet

Afgedankt frituurvet uit snackbars en restaurants mag sinds de dioxinecrisis in België niet meer in diervoer worden verwerkt. In Nederland wel. ,,Wij hebben vertrouwen in de inzameling.'

De honderden miljoenen koeien, kippen en varkens in Nederland eten jaarlijks het merendeel van de 150 miljoen kilo afgedankt frituurvet uit snackbars en restaurants. Het is een belangrijk bestanddeel van mengvoeders, goedkoop en vol energie.

In België weten ze dat deze praktijk niet zonder risico is. In 1999 belandde België in een dioxinecrisis. Iemand had giftige transformatorolie door oud frituurvet gemengd. Dat ging ook het diervoer in. De crisis veroorzaakte België een strop van 750 miljoen euro, het kabinet struikelde en het aanzien van de landbouwsector werd ernstig geschaad.

Sinds de crisis presenteert België zich als gidsland in Europa op het gebied van voedselveiligheid. Nergens is de controle op groeihormonen in de veestapel zo streng. Na 1999 is ook de wetgeving verscherpt. ,,Voor ons is frituurvet een trauma', zegt woordvoerder F. Swartenbroux van het Belgische Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen (FAVV). Het agentschap werd na de crisis opgericht. Swartenbroux: ,,Iedereen in België betaalt nog steeds aan de miljoenenstrop. Een zakje friet is hierdoor nog steeds duurder.'

België verbood in juni 1999 het verwerken in diervoer van afgedankt `horecavet' uit `frietkotten' en restaurants. Belangrijkste reden was dat controle op de herkomst van het vet niet goed mogelijk is. In België mag nu alleen nog vet uit de voedingsindustrie direct naar veevoerfabrikanten.

Sinds het verbod van kracht is, blijkt de handel in afgedankt horecavet in België overgenomen door Nederlandse bedrijven. Tot aan de Franse grens halen ze het oude vet in vaatjes bij snackbars en restaurants op. Volgens de wettelijke regels mag het Belgische horecavet ook in Nederland niet het diervoer in, maar slechts als zogenaamd `technisch vet' naar chemie of industrie. Maar harde garanties dat het Belgische vet niet alsnog in Nederlands diervoer belandt, zijn er niet. De bedrijven die in België horecavet (laten) ophalen, doen dat ook in Nederland. En van het Nederlandse ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij (LNV) mag het vet uit de Nederlandse horeca wel in diervoer verwerkt worden.

België wil dat andere EU-lidstaten het horecavet ook uit diervoer bannen. Ook de Europese commissie wil horecavet verbieden als grondstof voor veevoer. Maar een concept-richtlijn hierover van de Commissie haalde het deze zomer niet.

De vetsector ziet hélemaal geen probleem. P. van Wijk van Benelux Vet in Dronten: ,,We verzamelen in België frituurvet dat als technisch vet de chemie- en zeepindustrie ingaat. Ze zijn daar blij dat we het gratis ophalen. Horecavet uit België mag niet in diervoer, maar het door ons in Nederland opgehaalde horecavet wel. Dat houden wij keurig uit elkaar. Wij hebben twee productiestromen: één voor diervoeders en één voor technische vetten.'

De Productschappen Diervoerder en Margarine, Vetten en Oliën vinden de controle op de vetstromen voldoende. Bedrijven moeten voldoen aan een GMP-code (Good Management Practice) die de voedselveiligheid garandeert. ,,Frituurvet uit de horeca is een veilig product', zegt L. Vellenga, hoofd kwaliteit van het Productschap Diervoeder. ,,Wij hebben vertrouwen in de inzameling. Niet dat elk pondje vet wordt bemonsterd op vervuiling, maar bij grote partijen gebeurt dat wel.'

De GMP-code blijkt echter geen totale zekerheid te bieden. Bedrijven die bij de recente affaire rond het MPH-hormoon de fout in gingen, hadden ook een GMP-erkenning. Hoeveel bedrijven hun GMP-erkenning afgelopen jaren (tijdelijk) kwijtraakten na onregelmatigheden, kon het productschap niet zeggen. Een ervan is in elk geval Noba Vetveredeling in Lijnden. Noba raakte medio vorig jaar zijn GMP-erkenning tijdelijk kwijt na een levering van niet-deugdelijk vet. Vellenga van het productschap: ,,Er zaten stoffen in die er niet in thuishoorden. De controle was onvoldoende. Het kwam aan het licht omdat de varkens het ranzige voer niet wilden eten.'

Er gaat meer mis met frituurvet. Een getuige voor de parlementaire commissie in Brussel die de dioxinecrisis onderzocht, zei in januari 2000 ,,sterke vermoedens' te hebben dat het frituurvet, dat Nederlandse bedrijven in België ophalen, uiteindelijk weer als `dierlijk vet' in België belandt.

Sinds augustus 1999 staat aan de Belgisch-Nederlandse grens een vrachtwagen van Benelux Vet vol oud frituurvet. Het transport blijkt geblokkeerd. Volgens de autoriteiten in België omdat documenten ontbraken die de herkomst en de bestemming moeten melden. De zaak is in handen van het parket van Antwerpen.

Volgens het Productschap Diervoerder wordt er ,,niet veel gerotzooid' met vet. Woordvoerder Vellenga: ,,Het GMP-systeem dekt de risico's af. We begrijpen dat er politieke redenen zijn om het gebruik van frituurvet uit de horeca in diervoer te verbieden. Maar wij vinden het een veilig product.'

Staatssecretaris Faber (LNV) vond het in januari 2000 ook onnodig ,,om een dergelijk vergaand verbod in het leven te roepen'. Ze bleef – in tegenstelling tot België – horecavet in veevoer toestaan. Faber oordeelde, samen het productschap, dat afvalvet uit de horeca ,,doorgaans via een gekanaliseerde wijze in de handel [komt]. Derhalve zijn de risico's op contaminatie beperkt, echter niet uitgesloten.' Om álle risico uit te sluiten zou voortaan bemonsterd worden.

Een jaar later, in 2001, bleek het ministerie van gedachten veranderd. Het gebruik van afgedankt frituurvet uit de horeca in diervoeder was toen opeens niet meer veilig genoeg, ,,ondanks recente inspanningen en investeringen', zo staat in een brief van LNV aan het Productschap Margarine, Vetten en Oliën. Maar ondanks deze onzekerheid over de veiligheid, weigert het ministerie nu al een jaar lang het voorbeeld van België te volgen en zelf maatregelen te nemen. LNV zegt te wachten op een Europees verbod.

Woordvoerder Swartenbroux van het Belgisch Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen vindt dat Nederland daarmee onnodig risico loopt. Een verbod is de enige oplossing. Swartenbroux: ,,Een gek kan in elk vaatje afvalvet olie gooien en het land platleggen, dat bleek wel bij ons.'

Gerectificeerd

Frituurvet

De foto bij het artikel Het tweede leven van oud frituurvet (24 augustus, pagina 2) toont een patatkraam in Gorinchem. De kraam heeft niets te maken met het in het artikel beschreven hergebruik van frituurvet in veevoer.