Hazerswoude - Zoetermeer

Joyce Roodnat loopt door Nederland en de rest van de wereld. Deze week in de streek tussen Rijn en Gouwe.

Het kan ook te idyllisch worden. We geloven het zelf bijna niet. De vaart waar we onze voeten in koelen, kabbelt in de richting van een lieflijk plompe windmolen. Vijf bijna volgroeide zwanen schudden hun bruine koppen en peddelen in strak gelid tussen hun vader en hun moeder – statige witte slagschepen, hun slanke gebogen halzen elk de helft van een hart. Een bergeend worstelt met een appeltje in zijn platte snavel, een fuut duikt en voert haar jong een glinsterend visje. Het blauw van een wiegelend roeibootje echoot het trillende blauw van de hemel. En alles heeft zijn eigen bevende spiegelbeeld in het water. Wat doen we, blijven we liggen of lopen we verder? Het is heerlijk hier, je zou zo in slaap sukkelen en dromen van Ot en Sien en dat Moe altijd op je past. Maar de voeten zijn gedroogd, dus er is geen excuus. Opstaan, foto maken en verder.

De schapen staan te hijgen als honden. De hitte heeft de mensen naar het strand gejaagd op zoek naar koelte, de zon brandt de schouders rose, maar er is hier toch ook een luchtstroom. Zoel, maar hij trekt aan mijn rok. De idylle zet door en niet alleen omdat er hier nog meer eeuwenoude windmolens staan te pronken. Een smal pad van gebroken tegels voert langs de vaart. Aan de ene kant strekt zich zwartbont bevolkt weiland uit, aan de andere kant een rits kwekerijen van bomen en heesters die het groen doorbreken met geel, wit en rossig rood. In de sloten sluimeren waterlelies en kroos. Zulke sloten ruiken lekker, naar verrotting, naar bloei en broei.

Paardebloemen strooien pluizen. Waar het pad tussen twee vaarten in voert, kleurt koolzaad de wallenkanten geel dat niet eens vloekt bij de paarse distels. Bruggetjes buigen zich in soorten en maten tot in het oneindige over het water. Er klinkt geloei en gesnerp en zacht geplons, een onzichtbare ezel balkt, eenden wieken weg met fluitende vleugelslag.

Het is zo stil als weidelandschap stil kan zijn en dat is wonderlijk, want aan alle kanten zie ik menselijke bedrijvigheid. Treinen glijden langs als gele buizenpost, autootjes markeren duidelijk drukke wegen, richels volkrijke buitenwijk met torenspits en hijskraan wijzen op volle dorpen, amorfe gevaartes verraden bio- en andere industrie. Ik zie alles poppenhuisgroot dus het telt niet en op een vliegtuig na hoor ik geen mensengedoe. Ik hoor kieviten met elkaar donderjagen.

Maar dan. Dan komt, na een lange lange weg langs fraaie boerderijen, de herrie. We worden bijna pootjegehaakt door vissers die vinden dat je het beste hengelt met je zitje op het wandelpad en de route dwingt ons over het erf van een kaas- annex geitenboerderij met veel te veel publiek. Alles kleeft daar. Hoewel we vervolgens tussen het struikgewas kunnen vluchten over avontuurlijke knuppelpaden vol glad kroos, is de idylle verdreven. Gejoel klinkt op zoals het alleen langs het water bestaat. Het strandje aan de Zoetermeerse Plas is door de bomen niet te zien, maar het moet er bomvol zijn.

18 km. Kaarten 7, 6, 5 uit: Groene Hartpad, Nivon streekpad 12. Openbaar vervoer is er niet tussen begin- en eindpunt. Treintaxi's in Alphen a/d Rijn en Zoetermeer.