Gekraagd roodstaartje

Het verlaten industriële bouwwerk is van ijzer en staal, niks geen natuur. Het staat in Amsterdam aan de Dijksgracht langs een van de Oostelijke Eilanden. Ik hoor een melancholiek, wat onbetekenend en zwak gekwetter. Slordig. Het vogeltje dat dit lokroepliedje voor zijn vrouwtje zingt heet ook muurnachtegaal of pettepikkerke. Het is de gekraagde roodstaart.

Het mannetje, geen exuberante operazanger, is echter wel een exotische verschijning. Bruinrode borst, zwart kopje en vooral die vuurrode prachtige staart, die zo mooi waaiervormig trilt. Bij beide seksen. Later voegt zich het vrouwtje bij hem in deze stalen burcht; zij heeft een bruingrijze onderzijde. Ergens hebben ze een nest. Wat een wonder, hier aan de rafelrand van Amsterdam. Het stemt zo gelukkig, dat het lied opeens de mooiste aria is.

freriks@nrc.nl