Europa: de uitbreiding...

Minder dan een A-viertje hebben de coalitiepartijen CDA, LPF en VVD in hun `strategisch akkoord' aan Europa besteed. Europese samenwerking in veertig regels: het heeft het voordeel van de grote lijn, maar precieze aanwijzingen hoe het nieuwe Nederlandse kabinet denkt over de toekomst van de Europese Unie bevat de tekst niet.

Europa is toekomstbepalend. Politiek, economisch, cultureel. Iedereen zou het moeten weten, en misschien weet iedereen het ook wel, maar tegelijkertijd lijkt Brussel verder weg dan ooit. Om maar te zwijgen over Warschau, Boedapest, Praag en Nicosia, enkele hoofdsteden van landen die op de nominatie staan om de Unie te komen versterken. De uitbreiding dwingt tot exactheid. Over procedures en tijdslimieten; over haalbaarheid en standpuntbepaling; over wie, wat, hoe en vooral waarom – waarom zijn Europese eenwording en uitbreiding ook al weer noodzakelijk? De constateringen (in het strategisch akkoord) dat de EU ,,essentieel'' is voor Europa en Nederland en dat de voorgenomen uitbreiding een nieuwe stap op weg is ,,naar realisatie van stabiele economische en democratische verhoudingen in Europa'' zijn te algemeen en clichématig om te overtuigen. Ze geven geen nieuwe zin en inhoud aan het instituut Europese Unie, noch aan het debat daarover.

Toch gaat het daar om. Politici zouden zich juist in een tijd van tanende Europese belangstelling, van een zich afkeren van de EU, moeten bezighouden met de hoofdvragen: waarom is de betrokkenheid zo gering en hoe komen we met het Europese beleid tot heldere en eenduidige uitgangspunten? Aan tegengestelde geluiden en gebrek aan homogeniteit en consistentie is de laatste jaren geen gebrek geweest. De uitbreiding wordt in toenemende mate en door steeds meer politici als een probleem gezien. De onderhandelingen erover staan vooral in het teken van fricties over het kostbare landbouwbeleid. Maar ze gaan wél over de belangrijkste politieke gebeurtenis sinds de oprichting van wat destijds de EG werd genoemd, de Europese Gemeenschap.

De discussies over het landbouwbeleid ten spijt, feitelijk gaat het om thema's die universeel en van alle tijden zijn: vrede, welvaart en de instandhouding van de rechtsstaat. Het moet dus niet al te moeilijk zijn om die hoofdlijn vast te houden en uit te dragen. Was het maar zo. Politici, of ze nu Nederlands zijn, Italiaans, Deens of Frans, hebben zich onder druk van een op drift geraakt electoraat vastgebeten in nationale kwesties en kortetermijnbelangen. Tekenend zijn de opgeworpen financiële problemen over de uitbreiding. Eind dit jaar moeten de verdragen worden afgesloten met tien kandidaat-lidstaten voor toetreding tot de EU. En ineens lijkt de wereld te klein. De nadelen worden breed uitgemeten: de uitbreiding wordt onbetaalbaar als er niet eerst een akkoord is over herziening van het Europese landbouwbeleid, vinden Nederland, Duitsland, Engeland en Zweden; uitbreiding zou sowieso een dreigende financiële last zijn, reden waarom CDA, LPF en VVD grote aarzelingen hebben over gelijktijdige toetreding van de tien nieuwe landen; et cetera, et cetera. Weinig is te horen over de voordelen, zelfs niet over de economische die er ontegenzeggelijk zijn. En weinig over de gevaren van het tegenhouden of opschorten van de uitbreiding. De EU zal haar geloofwaardigheid verliezen en de frustraties bij de kandidaat-lidstaten zullen vroeg of laat in agressiviteit worden omgezet.