... en het Verdrag

Nederland zal vanaf 1 juli 2004 een halfjaar lang het voorzitterschap van de Europese Unie bekleden. Ook dat wordt een belangrijke episode voor Europa, omdat de regeringsleiders in 2000 in Nice hebben afgesproken dat er dan een nieuw Europees Verdrag moet komen. Een verdrag waarin een aantal cruciale vragen over het functioneren van een hopelijk dan met een flink aantal landen uitgebreide Unie moet worden beantwoord.

In de `Verklaring van Laken' van eind vorig jaar hebben de regeringsleiders de contouren voor een nieuw Verdrag bondig samengevat als gesproken wordt over drie ,,fundamentele uitdagingen'' waarop een antwoord zal moeten komen. Hoe de burgers, in de eerste plaats de jongeren, nader tot het Europese project en de Europese instellingen te brengen? Hoe het politieke leven en de Europese politieke ruimte te structureren in een uitgebreide Unie? Hoe de Unie uit te bouwen tot een stabiliserende factor en een lichtbaken in de nieuwe multipolaire wereld?

In de Europese Conventie onder leiding van de voormalige Franse president Giscard d'Estaing hebben op het ogenblik de voorbereidingen voor het Verdrag plaats. Of inderdaad aan alle ambitieuze verwachtingen zal worden voldaan is in dit stadium nog maar zeer de vraag. De zeer brede samenstelling van de Conventie, die ook nog eens wordt gevoed door een `Europees Forum' bestaande uit diverse maatschappelijke organisaties, is haast een garantie voor een verwaterde tekst. Het is veelzeggend dat voormalig minister van Buitenlandse Zaken Van Aartsen vorig jaar de verwachting uitsprak dat echte knopen pas zullen worden doorgehakt tijdens de Intergouvernementele Conferentie als de regeringsleiders en staatshoofden weer aan de beurt zijn. Deze opvatting reduceerde de conventie tot een vrijblijvend praatcircuit.

Dat neemt niet weg dat op dit moment een zeer wezenlijke discussie in Europa aan de gang is die ook rechtstreeks de belangen van Nederland regardeert. Ook tegen die achtergrond zijn de summiere opmerkingen die de nieuwe coalitie zich in het strategisch akkoord over Europa permitteert uitermate teleurstellend. Een werkstuk dat als doel heeft het beleid voor de komende vier jaar te schetsen, maar vervolgens met geen woord rept over de plaats van Nederland in het steeds dominanter wordende Europa, is een gemiste kans.

Het gaat de komende tijd niet langer om abstracties als ,,de toekomst is meer en meer verbonden met die van Europa'', zoals premier Balkenende eind juli zei in het debat over de regeringsverklaring. Bij de nieuwe verdragswijzigingen zal het zeer concrete onderwerpen betreffen, zoals forse uitbreiding van de bevoegdheden van het Europees Parlement, de al dan niet permanente vertegenwoordiging van een klein land als Nederland in de Europese Commissie, de keuze voor supranationale dan wel intergouvernementele samenwerking. Gechargeerd gesteld gaat het om de vraag of in de toekomst een in Den Haag opgesteld regeerakkoord eigenlijk nog enige betekenis heeft.